De gemeenteraad keurde het nieuwe retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen goed. Vaststelling voor de periode 2026–2031. Aanpassing vanaf 1 juni 2026.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40, §3 en artikel 41, 14°;
Artikel 173 van de Grondwet;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2026/2 van 20 maart 2026 betreffende gemeentefiscaliteit, en eventuele latere wijzigingen;
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering, met latere wijzigingen;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 van 20 september 2024 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 en de bijhorende uitvoeringsbesluiten;
Gelet op het ontwerp van het huishoudelijk reglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen van Aartselaar, met inwerkingtreding op 1 juni 2026.
Gelijktijdig met de goedkeuring van het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen wordt ook het retributiereglement herbekeken.
In dat kader werd een vergelijkende analyse uitgevoerd van de tarieven in de omliggende gemeenten. Op basis daarvan werden bepaalde bedragen geactualiseerd, met als doel deze beter af te stemmen op de gangbare tarieven in de regio, de actuele kostprijs van de dienstverlening en de voorgestelde duurtijden van de concessies.
Daarnaast worden de bepalingen inzake concessies, hernieuwingen en ontgravingen afgestemd op het nieuwe huishoudelijk reglement en samengebracht in één coherent geheel. Dit verhoogt de transparantie en leesbaarheid voor de burger en bevordert een eenduidige toepassing door de administratie.
De gemeente streeft naar een zorgvuldig en evenwichtig financieel beleid, waarbij kosten en dienstverlening op een verantwoorde manier op elkaar worden afgestemd.
Een retributie vormt een bijdrage voor een specifieke dienstverlening die door het gemeentebestuur wordt verstrekt, op verzoek of in het persoonlijk belang van de aanvrager. Deze bijdrage wordt bepaald met respect voor de redelijke verhouding tot de werkelijke kosten die de gemeente maakt.
Het toekennen van een concessie op een gemeentelijke begraafplaats verleent een exclusief en tijdelijk gebruiksrecht op een gedeelte van het openbaar domein. Dit gebruiksrecht gaat gepaard met kosten voor administratie, infrastructuur, aanleg, onderhoud, groenbeheer en algemene opvolging. Het is dan ook aangewezen hiervoor een evenwichtige en billijke bijdrage te voorzien.
Financiële weerslag:
De ontvangsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026–2031 onder volgende budgetsleutels:
• GBB-BEGR/0990-00/7002100/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
• GBB-BEGR/0990-00/7002030/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
• GBB-BEGR/0990-00/7060001/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
Enig Artikel
Onderstaande retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen goed te keuren:
Retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen
Artikel 1 – Heffingstermijn
Met ingang van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor:
De concessies worden verleend overeenkomstig het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen.
Artikel 2 – Tarieven
Algemene bepalingen
De volgende bepalingen zijn van toepassing:
Concessies (duur: 30 jaar, ingaand op de datum van de eerste begraving)
Het concessietarief is verschuldigd per bijzetting. De tarieven per bijzetting zijn enkel van toepassing op concessies aangegaan vanaf 1 juni 2026.
Concessietarief in volle grond (max. 2 stoffelijke overschotten):
Concessietarief in urnenveld (max. 2 urnen):
Uitzondering voor urnenvelden aangelegd vanaf 2025 (max. 3 urnen):
Concessietarief in columbarium (max. 2 urnen):
Hernieuwing
Voor de hernieuwing van concessies gelden volgende tarieven per stoffelijk overschot:
Indien bij een bijzetting een hernieuwing van de concessie wordt gevraagd, wordt het hernieuwingstarief bijkomend aangerekend bovenop het concessietarief.
Concessies verleend onder voorgaande reglementen vallen bij hernieuwing onder de huidige reglementering.
Overige
Ontgraving
Artikel 3 – Vrijstellingen
De retributies zijn niet verschuldigd voor:
Artikel 4 – Wijze van inning
De retributie is verschuldigd door de aanvrager en is betaalbaar bij de aanvraag, contant, via elektronische betaling of via factuur.
Bij niet-betaling binnen de gestelde termijn wordt de retributie ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 5 - Delegatie
Voortaan wordt de vaststelling van de retributiebedragen en van de wijze van inning gedelegeerd naar het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6 – Inwerkingtreding en bekendmaking
Dit reglement treedt in werking op 1 juni 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur.