Terug
Gepubliceerd op 02/03/2026

Notulen  Gemeenteraad

ma 19/01/2026 - 20:00 Raadszaal
Aanwezig: Yves Hulin, Voorzitter
Sophie De Wit, burgemeester
Bart Lambrecht, Mark Vanhecke, Anouk Beels, Hans Cops, Hilde Heyman, schepenen
Isabelle de Beukelaar, Paula De Leeuw, Kathy Mommen, Kris Vandromme, Filip Vanheukelom, Eddy Vermoesen, Glenn Anné, Paul Rens, Marc Sorber, Lea Den Abt, Rudy Siebens, Kris Wils, Nadine Francus, Eddy Bal, Rita Ceulemans, Ive De Saeger, raadsleden
Peter van Mechelen, Algemeen directeur
  • Agendapunten aangebracht door het CBS

    • Ontslag gemeenteraadslid Eddy Bal (Vlaams Belang).

      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.

      Artikel 13 van het decreet bepaalt dat het gemeenteraadslid dat ontslag wil nemen dat schriftelijk meedeelt aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt.

      De e-mail d.d. 23.12.2025 van de heer Eddy Bal houdende het ontslag als gemeenteraadslid met onmiddellijke ingang.

      Enig artikel

      Kennis te nemen van het ontslag van gemeenteraadslid Eddy Bal (Vlaams Belang) met onmiddellijke ingang.

    • Ontslag gemeenteraadslid Ive De Saeger (Groen).

      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.

      Artikel 13 van het decreet bepaalt dat het gemeenteraadslid dat ontslag wil nemen dat schriftelijk meedeelt aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt.

      De e-mail d.d. 29.12.2025 van de heer Ive De Saeger houdende het ontslag als gemeenteraadslid met onmiddellijke ingang.

      Enig artikel

      Kennis te nemen van het ontslag van gemeenteraadslid Ive De Saeger (Groen) met onmiddellijke ingang.

    • Aanstellen van raadslid Willy Wijckmans (Vlaams Belang) en eedaflegging.

      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 6 , 7 , 8 , 9 , 10, 11, 12, 14, 49 en 59, zoals laatst gewijzigd.

      Artikel 14 van het decreet bepaalt dat het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.

      De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 6, § 3. De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.

      Het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, de artikelen 8, 58, 86 en 169.

      De resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 in de gemeente Aartselaar werden geldig verklaard door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bij arrest op 24 december 2024.

      De e-mail d.d.23.12.2025 van de heer Eddy Bal houdende het ontslag als gemeenteraadslid met onmiddellijke ingang.

      De kennisname van het ontslag van raadslid Eddy Bal (Vlaams Belang) door de gemeenteraad van heden.

      De eerste opvolger op de lijst nr. 4 Vlaams Belang, de heer Willy Wijckmans, komt in aanmerking om het mandaat op te nemen en werd opgeroepen voor deze vergadering.

      De geloofsbrieven van de opvolger werden tijdig ingediend en werden ter inzage gelegd conform de decretale bepalingen ter zake.

      Uit het onderzoek van de ingediende geloofsbrieven blijkt dat de opvolger voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden.

      Hij heeft verklaard zich niet in een situatie van onverenigbaarheid te bevinden.

      Hij heeft de volgende eed afgelegd in handen van de voorzitter: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen".

       

      Artikel 1

      De geloofsbrieven van de heer Willy Wijckmans voor lijst nr. 4 Vlaams Belang goed te keuren.

       

      Artikel 2

      Akte te nemen van de eedaflegging van de heer Willy Wijckmans in handen van de heer Yves Hulin, voorzitter van de gemeenteraad.

    • Aanstellen van raadslid Sylvie Leemans (Groen) en eedaflegging.

      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 6 , 7 , 8 , 9 , 10, 11, 12, 14, 49 en 59, zoals laatst gewijzigd.

      Artikel 14 van het decreet bepaalt dat het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.

      De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 6, § 3. De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.

      Het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, de artikelen 8, 58, 86 en 169.

      De resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 in de gemeente Aartselaar werden geldig verklaard door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bij arrest op 24 december 2024.

      De e-mail d.d.29.12.2025 van de heer Ive De Saeger houdende het ontslag als gemeenteraadslid met onmiddellijke ingang.

      De kennisname van het ontslag van raadslid Ive De Saeger (Groen) door de gemeenteraad van heden.

      De eerste opvolger op de lijst nr. 7 Groen, mevrouw Sylvie Leemans komt in aanmerking om het mandaat op te nemen en werd opgeroepen voor deze vergadering.

      De geloofsbrieven van de opvolger werden tijdig ingediend en werden ter inzage gelegd conform de decretale bepalingen ter zake.

      Uit het onderzoek van de ingediende geloofsbrieven blijkt dat de opvolger voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden.

      Zij heeft verklaard zich niet in een situatie van onverenigbaarheid te bevinden.

      Zij heeft de volgende eed afgelegd in handen van de voorzitter: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen".

       

      Artikel 1

      De geloofsbrieven van mevrouw Sylvie Leemans voor lijst nr. 7 Groen goed te keuren.

       

      Artikel 2

      Akte te nemen van de eedaflegging van mevrouw Sylvie Leemans in handen van de heer Yves Hulin, voorzitter van de gemeenteraad.

    • Bepaling van de rangorde van de gemeenteraadsleden. Wijziging.

      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (DLB), artikel 6
      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (DLB), artikel 6
      Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/2 over de start van de lokale en provinciale bestuursperiode

      De gemeenteraad stelt de rangorde van de gemeenteraadsleden vast.

      De rangorde van de gemeenteraadsleden wordt vastgesteld aan de hand van de anciënniteit van de raadsleden.
      De anciënniteit omvat de hele tijdsduur waarin een gemeenteraadslid deel heeft uitgemaakt van de gemeenteraad.

      Bij gelijke anciënniteit neemt het gemeenteraadslid dat bij de laatste vernieuwing van de gemeenteraad het hoogste aantal naamstemmen heeft behaald een hogere rang in.

      Enig artikel

      De rangorde van de gemeenteraadsleden is als volgt vastgesteld:

       

      Gemeenteraadslid

      Rang

      Anciënniteit

      Naamstemmen

      Nadine Francus

      Eerste lid

       3/1/1989 tot heden  224

      Lea Den Abt

      Tweede lid

       3/1/1989 - 27/1/2014

       7/1/2019 tot heden

       323

      Sophie De Wit

      Derde lid

       2/1/2001 tot heden  1928

      Kris Wils

      Vierde lid

       2/1/2001 tot heden  255

      Bart Lambrecht

      Vijfde lid

       2/1/2013 tot heden  688

      Mark Vanhecke

      Zesde lid

       2/1/2013 tot heden  655

      Glenn Anné

      Zevende lid

       2/1/2013 tot heden  421

      Anouk Beels

      Achtste lid

       2/1/2013 tot heden  374

      Paula De Leeuw

      Negende lid

       2/1/2013 tot heden  325

      Eddy Vermoesen

      Tiende lid

       2/1/2013 tot heden  301

      Rudy Siebens

      Elfde lid

       27/1/2014 tot heden  467

      Hilde Heyman

      Twaalfde lid

       7/1/2019 tot heden  398

      Yves Hulin

      Dertiende lid

       7/1/2019 tot heden  312

      Hans Cops

      Veertiende lid

       28/6/2021 tot heden  362

      Rita Ceulemans

      Vijftiende lid

       22/2/2010 - 31/12/2012 
       vanaf 9/1/2025
       271

      Kathy Mommen

      Zestiende lid

       vanaf 9/1/2025  286

      Kris Vandromme

      Zeventiende lid

       vanaf 9/1/2025  280

      Filip Vanheukelom

      Achttiende lid

       vanaf 9/1/2025  257

      Isabelle de Beukelaar

      Negentiende lid

       vanaf 9/1/2025  247

      Marc Sorber

      Twintigste lid

       vanaf 9/1/2025  184

      Paul Rens

      Eenentwintigste lid

       vanaf 9/1/2025  165

      Sylvie Leemans

      Tweeëntwintigste lid

       vanaf 19/1/2026  158

      Willy Wijckmans

      Drieëntwintigste lid

       vanaf 19/1/2026  76
    • Samenstelling van de gemeenteraadscommissies. Wijziging.

      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.

      Artikel 38, 7° bepaalt dat de gemeenteraad een huishoudelijk reglement vaststelt waarin de nadere regels voor de samenstelling en de werking van de commissies worden opgenomen.

      Het huishoudelijk reglement voor de gemeenteraad werd goedgekeurd op de raad van 20.1.2025.

      In artikel 28 van het huishoudelijk reglement is de oprichting van 4 raadscommissies waarin alle fracties evenredig vertegenwoordigd zijn, opgenomen.

      Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door een of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

      De verschillende gemeenteraadsfracties hebben een voordrachtakte ingediend voor de verschillende commissies.

      Elke commissie wordt voorgezeten door een gemeenteraadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de andere commissies aan.

      Een wijziging in samenstelling van de politieke fractie Vlaams Belang door het ontslag van de heer Eddy Bal, gevraagd in bericht van 23 december 2025. Hij wordt vervangen door de heer Willy Wijckmans.

      Een wijziging in samenstelling van de politieke fractie Groen door het ontslag van de heer Ive De Saeger, gevraagd in bericht van 29 december 2025. Hij wordt vervangen door mevrouw Sylvie Leemans.

      Artikel 1

      De gemeenteraad  richt  in haar midden vier gemeenteraadscommissies op. Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht. De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.

      In de commissie ‘Bestuurszaken’  zullen de thema’s financiën en begroting, personeel, intergemeentelijke samenwerking, ICT en smart cities, wagenpark, burgerinspraak, communicatie en de relaties met de kerkfabriek aan bod komen.

      In de commissie ‘Vrije tijd’ zullen de thema’s sport, jeugd, cultuur, bibliotheek, toerisme, evenementen, markten en uitleenmateriaal aan bod komen.

      In de commissie ‘Sociale zaken’ zullen de thema’s welzijn, woonbeleid, onderwijs, gezinsbeleid, kinderopvang, senioren, volksgezondheid, tewerkstelling, inburgering, dierenwelzijn en ontwikkelingssamenwerking aan bod komen.

      In de commissie ‘Grondgebonden materies’ zullen de thema’s mobiliteit, openbare werken, ruimtelijke ordening (behoudens de exclusieve bevoegdheid van de Gecoro), patrimonium, onroerend erfgoed, leefmilieu, landbouw, energie, openbaar groen en waterbeleid aan bod komen.
       

      Artikel 2

      De raadscommissie bestuurszaken als volgt samen te stellen:

      • Isabelle De Beukelaar | N-VA
      • Paula De Leeuw | N-VA
      • Yves Hulin | N-VA
      • Kathy Mommen | N-VA
      • Filip Van Heukelom | N-VA
      • Sylvie Leemans | Groen
      • Nadine Francus | Lokaal Liberaal
      • Lea Den Abt | Samen NAP
      • Willy Wijckmans | Vlaams Belang
      • Glenn Anné | Ieder 1 Aartselaar
      met Eddy Vermoesen (N-VA) als voorzitter.

       

      Artikel 3

      De raadscommissie vrije tijd als volgt samen te stellen:

      • Paula De Leeuw | N-VA
      • Yves Hulin | N-VA
      • Kris Vandromme | N-VA
      • Filip Vanheukelom | N-VA
      • Eddy Vermoesen | N-VA
      • Sylvie Leemans | Groen
      • Nadine Francus | Lokaal Liberaal
      • Lea Den Abt | Samen NAP
      • Rita Ceulemans | Vlaams Belang 
      • Paul Rens | Ieder 1 Aartselaar

      met Kathy Mommen (N-VA) als voorzitter.

       

      Artikel 4

      De raadscommissie sociale zaken als volgt samen te stellen:

      • Paula De Leeuw | N-VA
      • Yves Hulin | N-VA
      • Kathy Mommen | N-VA
      • Kris Vandromme | N-VA
      • Filip Vanheukelom | N-VA
      • Sylvie Leemans | Groen
      • Nadine Francus | Lokaal Liberaal
      • Lea Den Abt | Samen NAP
      • Rita Ceulemans | Vlaams Belang
      • Marc Sorber | Ieder 1 Aartselaar
      met Isabelle de Beukelaar (N-VA) als voorzitter.
       

      Artikel 5

      De raadscommissie grondgebonden materies als volgt samen te stellen:

      • Isabelle de Beukelaar | N-VA
      • Paula De Leeuw | N-VA
      • Yves Hulin | N-VA
      • Kris Vandromme | N-VA
      • Eddy Vermoesen | N-VA
      • Sylvie Leemans | Groen
      • Nadine Francus | Lokaal Liberaal
      • Rudy Siebens | Samen NAP
      • Willy Wijckmans | Vlaams Belang 
      • Glenn Anné | Ieder 1 Aartselaar
      met Filip Vanheukelom (N-VA) als voorzitter.
       

      Artikel 6

      Een afschrift van deze beslissing te bezorgen aan het managementteam en de diensthoofden.

       

    • Goedkeuring van de notulen van de gemeenteraad van 15.12.2025.

      hecht zijn goedkeuring aan de notulen van zijn vergadering van 15.12.2025.

    • Retributiereglement voor ambulante activiteiten op de openbare markten voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Goedkeuring.

      Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

      De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2005, 20 juli 2006, 22 december 2009 en 21 januari 2013 en de decreten van 24 februari 2017 en 3 maart 2023 meer bepaald de artikelen 8 tot en met 10.

      Artikel 28 tot en met 33 van het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2023.

      Koninklijk Besluit van 18 juni 2003 betreffende de uitbating van kermistoestellen.

       

      Dit reglement vervangt het vorige retributiereglement dat eindigt op 31/12/2025.

      De gemeente organiseert wekelijks op vrijdag openbare markten op het openbaar domein. Voor het gebruik van deze gemeentelijke ruimte door ambulante handelaars is het noodzakelijk een retributiereglement vast te stellen. Dit reglement vervangt het vorige en werd geactualiseerd om de werking van de markten correct te laten verlopen en om bij te dragen aan de kosten van organisatie, toezicht en onderhoud van het openbaar domein.

      De retributie is van toepassing op ambulante handelaars die een standplaats innemen op de wekelijkse openbare markten die door de gemeente worden ingericht. Het reglement bepaalt de tarieven, de toepassingsmodaliteiten, de wijze van inning, en eventuele vrijstellingen. De opbrengst van de retributie dient ter dekking van de gemeentelijke kosten voor het organiseren van deze evenementen, waaronder logistiek, veiligheid en afvalbeheer.

      Tot het einde van de werken in Laar-Kapellestraat worden de oude tarieven behouden. Een gewijzigd retributiereglement voor de vaste marktkramen, ambulante handel zal pas ingevoerd worden na de geplande werken Laar-Kapellestraat.

      Artikel 1. Heffingstermijn - belastbaar voorwerp

      Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributiereglement gevestigd op de uitoefening van ambulante activiteiten, die worden uitgeoefend op de openbare markten.

       

      Artikel 2. Definities

      Voor de toepassing van dit reglement wordt als ambulante activiteit beschouwd de verkoop, de te koop aanbieding en uitstalling met het oog op de verkoop van producten en diensten aan de consument door een handelaar buiten zijn vestiging(en) ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen , hetzij door elke andere persoon die niet over dergelijke vestiging beschikt. 

       

      Artikel 3. Belastingplichtige

      De retributie is verschuldigd door de ambulante handelaar.

       

      Artikel 4. Vrijstellingen

      De retributie is niet verschuldigd door:

      Diensten van de gemeente wanneer de ambulante activiteit wordt uitgevoerd in het kader van hun eigen dienstverlening of voorlichtingsopdrachten, zonder commercieel karakter.

      Erkende verenigingen of organisaties zonder winstoogmerk die deelnemen aan de markt of met als doel fondsen te werven of activiteiten te ondersteunen ten voordele van het algemeen belang of een sociaal, cultureel, educatief of humanitair doel, op voorwaarde dat: de activiteit geen structureel commercieel karakter heeft, en de opbrengst integraal wordt aangewend voor het aangegeven goede doel.

      De aanvraag tot vrijstelling dient vooraf schriftelijk gemotiveerd te worden en wordt beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen.

       

      Artikel 5. Berekeningsgrondslag en tarieven

      De retributie wordt vastgesteld op € 1 per lopende meter per dag met een minimum afname van van 2 kavels (is gelijk aan 4 lopende meter).

      De afname van elektriciteit wordt vastgesteld op €3 per dag.

       

      Artikel 6. Wijze van invordering

      De retributie wordt per kwartaal gefactureerd aan de vaste kramen, ambulante handel en wordt contant ingevorderd bij de losse kramen, ambulante handel tegen afgifte van een kwitantie of betaling via Payconiq voor de losse marktkramen.

      Bij gebrek aan contante betaling zal worden overgegaan tot inkohiering.


      Artikel 7. Verwijzingsregel

      De vestiging en de invordering van de retributie evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.


      Artikel 8. Inwerkingtreding en bekendmaking

      Dit reglement treedt in voege op 20 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 24 december 2025 en latere wijzigingen. De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

       

    • Goedkeuring van het retributiereglement voor gemeentelijke sportkampen, de Sporteldag en Kijk, ik fiets! tijdens het werkingsjaar 2026.

      Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.

      Het lokaal bestuur organiseert tijdens het werkingsjaar 2026 gemeentelijke sportkampen, de Sporteldag en de activiteit Kijk, ik fiets!, als onderdeel van het gemeentelijk vrijetijdsbeleid. Voor deze activiteiten wordt een retributiereglement vastgesteld.

      De organisatie van deze sportactiviteiten brengt kosten met zich mee. Om een deel daarvan te dekken, wordt een retributie geheven. 

      Voor de sportkampen worden verschillende tarieven gehanteerd voor inwoners en niet-inwoners, afhankelijk van de type activiteit en de duur. Voor de activiteit Kijk, ik fiets! geldt een vast, uniform tarief ongeacht de woonplaats. De Sporteldag kent een onderscheid in prijs tussen deelname voor een halve dag en een volledige dag.

      De deelnamevoorwaarden, inschrijvingswijze, betalingsregeling en annuleringsvoorwaarden worden vastgelegd in één geïntegreerd reglement.

      Artikel 1

      De retributie voor deelname aan gemeentelijke sportkampen, de Sporteldag en de activiteit Kijk, ik fiets! tijdens het werkingsjaar 2026 wordt als volgt vastgesteld:

      Sportkampen

      Datum Sportkamp Inwoners  Niet-inwoners 
      7-10 april 2026 Spetterpret € 70,00 € 105,00
      7-10 april 2026 Zwemkamp i.s.m. Barcosportkampen  € 100,00 € 124,00
      13-17 april 2026 Spetterpret € 85,00 € 130,00
      13-17 april 2026 Springfabriek € 85,00 € 130,00
      6-10 juli 2026 Spetterpret € 85,00 € 130,00
      6-10 juli 2026 Racket & Funkamp € 85,00 € 130,00
      13-17 juli 2026 Spetterpret € 85,00 € 130,00
      13-17 juli 2026 Voetbalkamp € 85,00 € 130,00
      13-17 juli 2026 Sportdansmix € 85,00 € 130,00
      3-7 augustus 2026  Spetterpret € 85,00 € 130,00
      3-7 augustus 2026 Alles op wieltjes-omnisport € 85,00 € 130,00
      10-14 augustus 2026 Spetterpret € 85,00 € 130,00
      10-14 augustus 2026  Expeditie Aartselaar € 85,00 € 130,00
      18-21 augustus 2026 Musicalkamp (groen) € 130,00 € 159,00
      18-21 augustus 2026 Musicalkamp (oranje) € 130,00 € 159,00
      18-21 augustus 2026 Musicalkamp (pink) € 130,00 € 159,00

      De voor- en naopvang zijn inbegrepen.


      Sporteldag

      Datum Halve dag  Volledige dag 
      28 april 2026  € 6,00 € 12,00

       

      Kijk, ik fiets!

      Datum  Tarief (per deelnemer) 
      4 april 2026  € 18,00

       

      Artikel 2

      Voor kinderen van gescheiden ouders met één ouder die inwoner is, en voor kinderen van personeelsleden van het lokaal bestuur, geldt het tarief voor inwoners.

       

      Artikel 3

      De inschrijving gebeurt op voorhand via de online webshop van de gemeentelijke vrijetijdsdiensten of via een ander door het lokaal bestuur aangeduid kanaal.

       

      Artikel 4

      De retributie moet vooraf worden betaald op de bankrekening van het lokaal bestuur of aan de financieel directeur of diens aangestelde. Het betalingsbewijs moet worden toegevoegd aan de inschrijving. Bij uitblijven van betaling wordt de invordering uitgevoerd conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

       

      Artikel 5

      Annulering is mogelijk onder volgende voorwaarden:

      • bij annulering tot 14 dagen voor aanvang: 100 % terugbetaling;
      • bij annulering minder dan 14 dagen voor aanvang: 50 % terugbetaling;
      • bij annulering minder dan 14 dagen voor aanvang met geldige reden (bv. ziekte of ongeval), wordt 100 % terugbetaald mits voorlegging van een medisch attest aan de bevoegde dienst.
       
      Artikel 6

      Dit reglement treedt in werking op 20 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De toezichthoudende overheid wordt hiervan in kennis gesteld conform artikel 330 van hetzelfde decreet.

    • Schrapping gemeentelijke subsidies betreffende de aanplanting en/of het onderhoud van kleine landschapselementen, voor het behoud van zwaluwenkolonies en voor bodemonderzoek van particuliere groentetuinen. Goedkeuring

      Het decreet lokaal bestuur d.d. 22.12.2017, en zijn latere wijzigingen.

      De gemeenteraadsbeslissing van 20 mei 1995, laatst gewijzigd op 19 december 2001, betreffende de subsidiëring van de aanplanting en/of het onderhoud van kleine landschapselementen gelegen in of op de grens van de landelijke gebieden.

      De gemeenteraadsbeslissing van 13 maart 2005 betreffende de subsidie voor onderzoek van de bodem van particuliere groentetuinen.

      De gemeenteraadsbeslissing van 6 november 2008, waarbij goedkeuring werd toegekend aan het subsidiereglement ter bescherming van de nestgelegenheden van de huis-, boeren- en gierzwaluw.

      De gemeente kent momenteel subsidies toe voor de aanplanting en het onderhoud van kleine landschapselementen, evenals subsidies ter ondersteuning van het behoud van zwaluwenkolonies. In het kader van een herziening van het gemeentelijk subsidiebeleid en rekening houdend met de beschikbare budgettaire middelen wordt voorgesteld de subsidie voor kleine landschapselementen, voor het behoud van zwaluwenkolonies en voor bodemonderzoek van particuliere groentetuinen te schrappen.

      De huidige budgettaire context noodzaakt een duidelijke prioriteit van de gemeentelijke subsidies. De impact en doelmatigheid van de subsidie voor kleine landschapselementen, de subsidie voor het behoud van zwaluwenkolonies en de subsidie voor onderzoek van de bodem in particuliere groentetuinen staan niet langer in verhouding tot de administratieve en financiële lasten.

      Enig artikel

      De schrapping van de subsidie voor de aanplanting en/of het onderhoud van kleine landschapselementen,  de subsidie voor het behoud van zwaluwenkolonies en de subsidie voor onderzoek van de bodem in particuliere groentetuinen goed te keuren.

    • Gemeentelijk reglement op de verwaarlozing van gebouwen en woningen. Goedkeuring.

      De grondwet, in het bijzonder artikel 170 §4;

      Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30/5/2008;

      Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017;

      Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17/7/2020 (citeeropschrift: "Vlaamse Codex Wonen van 2021"), inzonderheid boek 2, deel 2, titel 4 “register van verwaarloosde woningen en gebouwen”;

      Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2020, genomen op 11/9/2020 (citeeropschrift: Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021), inzonderheid boek 2, deel 2, titel 4, hoofdstuk 2, art. 2.14;

      Gemeenteraadsbeslissing betreffende de intergemeentelijke samenwerking met Igean en de dienstverlening die optreedt als zelfstandige groepering ter ondersteuning van het lokaal bestuur van 15/9/2025;

      Het gemeentelijk reglement voor de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen van 4/9/2017;

      De verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan. Daarbij is het wenselijk dat op het grondgebied van de gemeente alle beschikbare patrimonium voor wonen optimaal wordt benut.

      Het huidige reglement voor de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen van 4/9/2017 is aan een opfrissing toe, gelet op diverse decretale wijzigingen.

      Het voorstel brengt het reglement rond verwaarlozing in lijn met de actuele juridische stand van zaken: in de rechtsgrond wordt nog enkel verwezen naar actuele en relevante wetgeving. De aanpak van Aartselaar wordt verder in lijn gebracht met de aanpak van omliggende gemeenten, dit op voorstel van Igean. In dit voorstel wordt gekozen voor een technisch verslag om de verwaarlozing vast te stellen, aangezien dit verslag meer duidelijkheid verschaft.

      Artikel 1. Begripsomschrijvingen

      Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

      1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

      a) een aangetekend schrijven;

      b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

      c) een elektronische aangetekende zending.

      2° Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen;

      3° Gebouw: het onroerend goed vermeld in artikel 24, 2° van het Heffingsdecreet; namelijk elk bebouwd onroerend goed dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

      4° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement en artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen;

      5° Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

      6° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;

      7° Woning: een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande)

      8° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

      a) de volle eigendom;

      b) het recht van opstal of van erfpacht;

      c) het vruchtgebruik.

       

      Artikel 2. Vaststelling van de verwaarlozing

      De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het technische verslag, dat als bijlage wordt toegevoegd aan dit reglement.

      Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten.

      De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in positieve noch in negatieve zin. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.

       

      Artikel 3. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.

      In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

      1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

      2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

      3° de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht;

      4° het nummer en de datum van de administratieve akte;

      5° de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag;

      6° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

      7° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.

       

      Artikel 4. Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen

      De registerbeheerder neemt een woning of een gebouw, waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de bezwaartermijn vermeld in artikel 6, §1, tweede lid, 4° of wanneer een ontvankelijk bezwaar is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het bezwaar ongegrond is.

      Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

       

      Artikel 5. Kennisgeving van de voorgenomen registratie

      Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      Deze kennisgeving bevat:

      1° de genummerde administratieve akte;

      2° het technisch verslag;

      3° informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;

      4° informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

      5° informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is een woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

       

      Artikel 6. Bezwaar tegen de voorgenomen registratie

      §1. Tegen het voornemen, om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de houder van het zakelijk recht bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.

      Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:

      1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

      2° met een beveiligde zending worden ingediend;

      3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

      a) de identiteit en het adres van de indiener;

      b) de vermelding van het nummer van de administratieve akte;

      c) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;

      4° worden betekend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending vermeld in artikel 5.

      §2. Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.

      Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift.

      §3. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

      §4. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

      §5. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.

      §6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

      §7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.

      §8. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

       

      Artikel 7. Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      §1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van het technisch of omstandig verslag, vermeld in artikel 2, 12 punten of meer zouden opleveren. De houder van het zakelijk recht richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.

      Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:

      1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

      2° met een beveiligde zending worden ingediend;

      3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

      a)  de identiteit en het adres van de indiener;

      b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft.

      Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      §2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

      §3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

      §4. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.

      §5. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

      §6. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van het verzoek.

      Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

      §7. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

       

      Artikel 8. Beroep tegen weigering tot schrapping

      §1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.

      Op straffe van nietigheid moet dit beroep:

      1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

      2° met een beveiligde zending worden ingediend;

      3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

      a) de identiteit en het adres van de indiener;

      b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;

      c) de weigeringsbeslissing;

      4° worden betekend binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.

      §2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

      §3. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

      §4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.

      §5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

      §6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.

      Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

      §7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

       

      Artikel 9. Slotbepalingen

      §1. Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad en vervangt het vorige reglement van 4 september 2017 op de verwaarlozing van gebouwen en woningen.

      §2. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

       

    • Gemeentelijk reglement op de leegstand van gebouwen en woningen – Indicatie en Registratie. Goedkeuring.

      Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
      De Grondwet, in het bijzonder artikel 170 §4;
      De Vlaamse Codex Wonen van 2021, gecodificeerd op 17 juli 2020, inzonderheid boek 2, deel 2, titel 3 “leegstandsregister”;
      Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, genomen op 11 september 2020, inzonderheid boek 2, deel 2, titel 4, hoofdstuk 2, artikel 2.14;
      De gemeenteraadsbeslissing van 15 september 2025 betreffende de intergemeentelijke samenwerking met Igean;
      Het gemeentelijk reglement op de leegstand van gebouwen en woningen – indicatie en registratie, zoals laatst gewijzigd door de gemeenteraad op 29 mei 2017.

      De Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid. In het kader van de financiering van intergemeentelijke verenigingen lokaal woonbeleid, ook de financiering van project “Zuidrand” waaraan Aartselaar participeert, is de aanpak van leegstand een verplichte activiteit.

      I.k.v. de nieuwe legislatuur werd het huidige reglement op leegstand geëvalueerd, waarbij men tot de conclusie kwam dat de opsporing van leegstand efficiënter kan gebeuren door niet steeds een plaatsbezoek met foto’s uit te voeren. De opmaak van dit fotodossier was tijdrovend en had in de praktijk voor woningen meestal geen meerwaarde. Ook recente rechtspraak, namelijk de mogelijkheid van de zakelijk gerechtigde om in beroep te gaan bij de rechtbank van eerste aanleg na opname op de inventaris en afwijzing van beroep tegen de opname door het college van burgemeester en schepenen, werd verwerkt in dit reglement.

      Daarnaast is het ook wenselijk dat het beschikbare patrimonium voor wonen optimaal wordt benut. De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.

      Artikel 1: Definities

      §1. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

      §2. Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

      1° Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad belast wordt met de opmaak en de opbouw van het leegstandsregister;

      2° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en waar een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 aren.

      Een bedrijfsruimte wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.
      De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van deze afdeling beschouwd;

      3° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;

      4° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

      - een aangetekend schrijven;

      - een afgifte tegen ontvangstbewijs;

      - elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;

      5° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, lid 14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

      De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning, omgevingsvergunning of melding in de zin van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het omgevingsvergunningsdecreet. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

      Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;

      6° Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

      7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie, die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;

      8° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

      9° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

      10° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, lid 66 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

      11° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

      - de volle eigendom;

      - het recht van opstal of van erfpacht;

      - het vruchtgebruik;

       

      Artikel 2: Leegstandsregister

      §1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

      - een lijst “leegstaande gebouwen”;

      - een lijst “leegstaande woningen”;

      Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand, in overeenstemming met artikel 2.13 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

      Een gebouw dat of een woning die geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister, en omgekeerd.

      §2. In elke inventaris worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
      1°  het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
      2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
      3° de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n);
      4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
      5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

       

      Artikel 3: Vaststelling van leegstand

      §1. Het college van burgemeester en schepenen belast één of meerdere ambtenaren met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen. Deze ambtenaren bezitten de onderzoek-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010.

      §2. De daartoe aangestelde ambtenaar maakt van elk leegstaand gebouw of woning een genummerde administratieve akte op, die een verwijzing naar een beschrijvend verslag met omschrijving van de indicaties van leegstand en een besluit dat de woning of het gebouw wordt opgenomen in het leegstandsregister bevat. Indien voor de opname op de inventaris de opmaak van een fotodossier noodzakelijk is, dat wil zeggen de opname berust op indicaties vermeld in §3 en §4 die enkel visueel kunnen worden vastgesteld, bevat de administratieve akte eveneens een verwijzing naar dit fotodossier.

      §3. De leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere van volgende indicaties:

      1. de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
      2. het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
      3. een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw of de woning kan worden uitgesloten;
      4. de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
      5. het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning of van een aangifte als tweede verblijf;
      6. het gebouw of de woning is niet uitgerust overeenkomstig de vergunde functie;
      7. het gebouw of de woning is (gedeeltelijk) niet bemeubeld;
      8. de toegang tot het gebouw of de woning is verzegeld;
      9. het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
      10. het vermoeden van domiciliefraude;
      11. het vermoeden dat de woning of het gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;
      12. de aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

      §4. Andere indicaties zijn:

      1. de raamopeningen zijn dichtgemaakt (dichtgetimmerd of -gemetseld of gesupprimeerd);
      2. het gebouw of de woning is niet winddicht ten gevolge van bijvoorbeeld belangrijke glasbreuk die niet hersteld wordt of het buitenschrijnwerk dat niet kan gesloten worden;
      3. het gebouw of de woning is niet meer waterdicht bijvoorbeeld door zware infiltraties doorheen het dak/gevel;
      4. onafgewerkte nieuwbouw;
      5. voorkomen van ernstige inpandige vernielingen;
      6. neergelaten rolluiken;
      7. ernstig vervuild glas- en/of buitenschrijnwerk;
      8. uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;
      9. storende omgevingsaanleg: slecht onderhouden omgeving/tuin
      10. getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent, gemachtigd opzichter;
      11. onafgewerkte en/of vernielde elementen aan het gebouw of de woning;

      Bij vaststelling van leegstand dienen de indicaties vermeld in deze paragraaf in het beschrijvend verslag steeds vergezeld te zijn van minstens één indicator vernoemd in §3.

      §5. Als uit de indicaties vermeld in §3 en §4 niet vastgesteld kan worden dat de leegstand al minimaal twaalf opeenvolgende maanden aanhoudt, voert de administratie een tweede controle uit.

      §6. Onverminderd de toepassing van artikel 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de inventarisatie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.

       

      Artikel 4: Kennisgeving van inventarisatie

      De administratie stelt de zakelijk gerechtigden van het gebouw of de woning per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris. De kennisgeving bevat minstens de administratieve akte waaraan minstens één beschrijvend verslag wordt toegevoegd, alsook informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;

       

      Artikel 5: Beroep tegen inventarisatie

      §1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een zakelijk gerechtigde beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroepschrift is gericht aan het college van burgemeester en schepenen en wordt per beveiligde zending betekend.

      Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

      1. de identiteit en het adres van de indiener;
      2. verwijzing naar de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
      3. een of meer bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed.

      Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.

      Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken beschouwd wordt. Bij een aanvullend beroepschrift wordt het eerdere beroepschrift niet als ingetrokken beschouwd. Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd. 

      §2. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent haar beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

      §3. Het beroepschrift is niet ontvankelijk als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in artikel 5 §1 van dit reglement, als het niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, of als het niet is ondertekend.

      Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.

      §4. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat om binnen de termijn, vermeld in §2, kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in het leegstandsregister.

      §5. Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de administratieve akte, waarin de leegstand vastgesteld wordt.

      §6. Zakelijk gerechtigden kunnen tegen de beroepsbeslissing over de opname in het leegstandsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.

       

      Artikel 6: Schrapping uit het leegstandsregister

      §1. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

      Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens een zakelijk gerechtigde bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken aangewend wordt in overeenstemming met de functie.

      §2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Hiertoe wordt verplicht gebruik gemaakt van het modelformulier aangereikt door de administratie.

      De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan alle zakelijk gerechtigden. Indien geen beslissing wordt genomen binnen de termijn van orde, wordt de aanvraag geacht afgewezen te zijn.

      Als alternatief voor dit gemotiveerd verzoek, kan de administratie een pand ook ambtshalve schrappen uit de inventaris, enkel en alleen indien alle indicaties werden weggewerkt die aanleiding gaven tot opname van het pand op de inventaris.

      §3. Indien de administratie het pand schrapt uit het leegstandsregister, wordt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie vermeld. Bij woningen blijkt het effectief gebruik uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters.

      §4. Indien de administratie nalaat om binnen de termijn van orde een beslissing omtrent de schrapping te nemen, of  weigert om over te gaan tot de schrapping uit het leegstandsregister, kan een zakelijk gerechtigde beroep aantekenen door middel van een gemotiveerd verzoekschrift. Het beroepschrift is gericht aan het college van burgemeester en schepenen en wordt per beveiligde zending betekend.

      Het gemotiveerde beroepschrift dient, op straffe van onontvankelijkheid, schriftelijk te worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van de beslissing van de administratie, zoals vermeld in §2. Indien de administratie binnen de termijn van orde geen beslissing nam, dient het beroepschrift te worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van het verstrijken van de termijn van orde.

      Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

      1. de identiteit en het adres van de indiener;

      2. verwijzing naar de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

      3. verwijzing naar het initiële verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister;

      4. een of meer bewijsstukken die aantonen dat voldaan is aan de vereisten, vermeld in artikel 6 §1 van dit reglement, met dien verstande dat het gebruik van het gebouw of de woning overeenkomstig de vergunde functie aangetoond kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht;

      Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken beschouwd wordt. Bij een aanvullend beroepschrift wordt het eerdere beroepschrift niet als ingetrokken beschouwd.

      §5. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent haar beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

      §6. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat om binnen de termijn, vermeld in het voorgaande lid, kennis te geven van zijn beslissing, wordt het pand geschrapt uit het leegstandsregister met als datum van schrapping het initiële verzoek tot schrapping.

       

      Artikel 7

      Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad en vervangt het gemeentelijk reglement op de leegstand van gebouwen en woningen – indicatie en registratie, goedgekeurd op 29 mei 2017.

       

      Artikel 8

      De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

    • Projectsubsidies voor 'buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten' door Knight Knight vzw 2025. Goedkeuring evaluatie en uitbetaling saldo projectsubsidies.

      Het gemeentelijk reglement voor de toekenning van 'Projectsubsidies voor buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten ', goedgekeurd op de gemeenteraad d.d. 18.12.2023 en  aangepast op gemeenteraad 17.02.2025.

      Gemeenteraadsbeslissing d.d. 28.04.2025 i.v.m. toekenning van € 1.500  'Projectsubsidies voor buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten' aan Knight Knight vzw voor de organisatie van de 'Belgian Blues Challenge' in CC 't Aambeeld op 17 oktober 2025.

      Het ingediende evaluatieverslag en bijlagen door Knight Knight vzw d.d. 20.11.2025.

      Na goedkeuring van de aanvraag van 'Knight Knight vzw' voor 'projectsubsidies voor buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten' door de gemeenteraad d.d. 28.04.2025 werd een voorschot van 60% van de toegekende subsidies uitbetaald nl. € 900.

      De ingediende evaluatie incl. bijlagen d.d. 20.11.2025 voldeed aan de vereisten opgenomen in het gemeentelijk reglement voor de toekenning van 'Projectsubsidies voor buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten':

      • Het evaluatieverslag werd binnen de 8 weken na het evenement ingediend.
      • De bewijsstukken van de uitgaven werden toegevoegd (zie bijlage).
      • De 50% van de bewezen uitgaven (€ 3.693,37/2 = € 1.846,68) is hoger dan het toekende subsidiebedrag van € 1.500 
      • Het project maakte geen winst. Het eindigt met een licht negatief saldo: - € 114,60
      • De aankondiging van hun activiteit bevatte het gemeentelijke logo.

      Aangezien de ingediende evaluatie voldoet aan de vereisten, kan het saldo van 40%, nl. € 600, uitbetaald worden.

      Enig Artikel

      Het ingediende evaluatieverslag van 'Knight Knight vzw' over het project 'Belgian Blues Challenge' in CC 't Aambeeld op 17 oktober 2025 goed te keuren en de financiële dienst de opdracht te geven de resterende projectsubsidie van € 600 uit te betalen aan Knight Knight vzw op het rekeningnummer BE88 0019 7463 3141 van Knight Knight vzw.

  • Mondelinge vragen

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Kris Wils (onafhankelijk) m.b.t. "Sneeuw of ijs op het voetpad voor uw deur"

      In Aartselaar kijkt de politie nauwgezet toe of het voetpad voor je deur sneeuw- en ijsvrij is.

      Onze gemeente wijst haar inwoners op de plicht om bij winterse neerslag een voldoende brede strook op het voetpad sneeuw- en ijsvrij te maken.
      Louter de sneeuw aan de kant vegen is vaak niet genoeg: er moet ook gestrooid worden om gladheid te voorkomen. Doe je dat allemaal niet, dan riskeer je een GAS-boete die kan oplopen tot 350 euro en in zeldzame gevallen zelfs tot 500 euro.

      Gemeenten zijn vrij om de details en de hoogte van de GAS-boete te bepalen. Soms komt daar bijvoorbeeld nog bij dat de gemeente bepaalt wat de specifieke breedte is van het voetpad dat vrijgemaakt moet worden. Dat moet dan gebeuren zodra de sneeuwval stopt of, bij nachtelijke sneeuw, voor een bepaald uur 's ochtends.

      Vragen:

      • Wat zijn de gemeentelijke regels voor wegen en fietspaden?
      • Wat zijn de gemeentelijke regels voor aanpak fietsstraten?
      • Wat zijn de regels voor voetpaden aan gemeente gebouwen/Parkings?
       

      Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):

      Allereerst een algemene inleiding én dan beantwoord ik in volgorde de vier vragen.

      Laat me beginnen met het belangrijkste: een oprechte bedanking aan onze strooidiensten. Vanaf 30 december tot en met 11 januari hebben zij zich enorm ingezet in uitzonderlijke omstandigheden. De winter is overigens nog niet voorbij, dus meteen ook dank voor wat nog komt.

      Deze sneeuw- en ijsperiode was uitzonderlijk en dat voelde iedereen. Hoewel onze zoutvoorraden bij de start op peil waren, zijn we tijdens de periode op enkele praktische moeilijkheden gestoten, deels omdat we dit niveau van winterweer al een tijd niet meer kenden. Daarom hebben we meteen na de zwaarste sneeuwval van 7 januari gevraagd om een grondige evaluatie. Niet om met de vinger te wijzen, maar om te leren richting een volgende winterprik, wanneer die er ook komt.

      Een eerste evaluatie vond afgelopen vrijdag plaats met het diensthoofd en coördinatoren. Vandaag is er een tweede vergadering geweest met de collega’s die effectief de baan opgaan om te strooien. De uitkomsten en aanbevelingen uit deze sessies worden samengebracht in één verslag dat aan het college zal worden voorgelegd en jullie dus nadien kunnen raadplegen.

      Ik geef graag mee dat onze 1ste hoofdinspecteur van wijkteam HEKLA Aartselaar heeft laten weten tevreden te zijn over de geleverde prestaties. De enige opmerking was dat we op vrijdag 30 december iets eerder hadden moeten uitrijden. Nadien verliep de samenwerking met de politiediensten vlekkeloos.

      Dan naar de vraag van Kris.

      In België bestaat geen nationale uniforme wet die precies voorschrijft hoe sneeuw en ijs op alle wegen, paden en fietsstraten moeten worden bestreden. Wel bepaalt de gemeentewet dat we als lokaal bestuur een zorgplicht hebben om wegen en fietspaden te onderhouden en veilig te houden. Daarom werken we, net als veel andere gemeenten, met een gladheidsbestrijdings- en strooiplan.

      Wat betreft voetpaden en fietspaden staat in het Uniform Politie Reglement het volgende:

      “Bij sneeuwval of ijzelvorming moeten de aangelanden van het openbaar domein erover waken dat … voor de doorgang van voetgangers en fietsers voldoende ruimte op het voetpad en aanpalende fietspad wordt schoongeveegd of dat het nodige wordt gedaan om de gladheid ervan te vermijden.”

      Dat betekent concreet dat inwoners verantwoordelijk zijn voor het vrijhouden van de voetpaden én desgevallend zelfs de aanpalende fietspaden langs hun eigendom. Zoals jullie weten nemen wij de fietspaden natuurlijk wel op ons

      Als gemeente maken we enkel de voetpaden sneeuw- en ijsvrij rond onze eigen gebouwen.
      Publieke parkings worden niet systematisch gestrooid binnen het strooiplan, omdat onze inzet zich richt op verkeerswegen en verbindingen. Soms wel een verbindingspaadje.

      In theorie kan iemand die zijn verplichtingen niet nakomt een GAS-boete krijgen. In de praktijk heeft noch politie noch gemeenschapswachten tijdens deze relatief kortstondige winterprik boetes uitgeschreven, gelet op de omstandigheden was dat ook zeker niet nodig.

      Tot slot nog kort over fietsstraten: die worden opgenomen in de A-tour van ons strooiplan, maar uit de evaluatie zal blijken dat hier wellicht aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld omdat een fietsstraat zoals de Lindelei met een knip moeilijk toegankelijk is voor onze grote strooiwagen.

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Sylvie Leemans (Groen) m.b.t." Verkeersveiligheid: Naar een sluitende aanpak voor fietspaden"

      Tijdens de recente sneeuwval zagen we een opvallend verschil in de staat van de fietspaden tussen onze gemeente en de buurgemeenten, wat helaas leidde tot onveilige situaties op de rijbaan.   

      Vragen:

      • Kan de bevoegde schepen verduidelijken waar dit verschil in aanpak vandaan komt?
      • En belangrijker nog: op welke manier kan er op korte termijn werk worden gemaakt van een betere intergemeentelijke afstemming?
      • We zoeken naar de garantie dat onze fietsers bij een volgende winterprik op dezelfde vlotte doorgang kunnen rekenen als in de rest van de regio. Welke stappen worden hiervoor ondernomen?"

       

      Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):

      In de eerste plaats wil ik wat nuanceren. Ik heb foto’s genomen van fietspaden die op een bepaald moment heel goed sneeuw- en ijsvrij waren, maar een paar uur later weer niet meer. Omgekeerd zag ik ook besneeuwde fietspaden. Dat benadrukt één belangrijk punt: de toestand verandert snel en dat tijdsframe is cruciaal. Hou ook in het achterhoofd dat een volledige ronde langs alle fietspaden al snel 3 tot 5 uur duurt, dat zegt iets over de schaal van de uitdaging.

      Het klopt dat we op bepaalde punten moeten bijsturen en dat zal duidelijk worden in de lopende evaluatie. Wat konden we concreet vaststellen?
      We werken al een paar jaar met een kniklader die ingezet wordt om te strooien en te borstelen. Dit voertuig wordt het hele jaar door voor diverse taken gebruikt; de strooi- en sneeuwruimcapaciteiten zijn niet primair ontworpen voor intensieve winterdienst. Vergeleken met de vorige machine die een grotere zoutbak en borstel had, zijn we dus tegen de grenzen van de huidige machine aangelopen. Dat was een praktische beperking tijdens de recente sneeuwval. We bekijken nu welke aanpassingen praktisch en haalbaar zijn.

      Wat intergemeentelijke afstemming betreft: dat klinkt in theorie zeer positief, maar zal in de praktijk écht niet eenvoudig zijn. De vraag om dit te bekijken werd wel gesteld en wordt dus ook onderzocht.

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Lea Den Abt (Samen NAP) m.b.t. " De eerste sneeuw"

      De eerste winterprik in het land is achter de rug en heeft op vele plaatsen voor heel wat problemen gezorgd. We hoorden dat verschillende mensen gevallen zijn door de gladheid, maar bij ons weten gelukkig zonder ernstige verwondingen.

      Vragen:

      • Is het gemeentelijk strooiplan tijdig in werking gesteld? 
      • Was er genoeg strooizout aanwezig? 
      • Hoeveel aanvragen waren er voor de vrijwilligers via het sociaal huis om sneeuw te ruimen en hebben wij deze mensen allemaal kunnen helpen?

       

      Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):

      Zoals eerder aangegeven hadden we op 30 december inderdaad beter iets vroeger kunnen uitrijden.

      Bij de start van de winterprik was er, zoals we tijdens vorige gemeenteraden al hebben gemeld, voldoende strooizout aanwezig. Gedurende de periode is de zoutvoorraad echter flink aangesproken. Bovendien hadden we te maken met aangekoekt zout in onze silo, dat eerst volledig verwijderd moest worden voordat we opnieuw konden vullen. Het zout zat daar ok al enkele jaren in omwille van de zachtere winters. Daardoor hebben we tijdelijk moeten doseren in het gebruik, maar alle rondes zijn wel gereden. Intussen is de silo opnieuw volledig gevuld zodat we ook voor de komende jaren waarschijnlijk voldoende voorraad hebben.


      Voor zover wij kunnen nagaan zijn er twee aanvragen binnengekomen via het Sociaal Huis met betrekking tot hulp bij sneeuwruimen. Men had op dat moment geen directe vrijwilligers ter beschikking en dus hebben beide bellers een andere oplossing gevonden. Ik denk dat we hier in de toekomst bijvoorbeeld ons burenplatform Hoplr kunnen aanspreken.

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Glenn Anné (Ieder1 Aartselaar) m.b.t. " Strooizout Aartselaarse straten"

      De voorbije periode kreeg ons land af te rekenen met barre weersomstandigheden. In sommige Aartselaarse straten werd voldoende zout gestrooid om de wegen verkeersveilig te maken. In andere straten werd dan weer helemaal niet gestrooid.

      Vraag

      Wat is de beweegreden van ons gemeentebestuur om in sommige straten niet te strooien?

       

      Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):

      We werken al jarenlang, voor zover ik nu al achterhaald heb minstens 18 jaar, met een A-toer en een B-toer voor gladheidsbestrijding, zoals ook beschreven op onze gemeentelijke website. Naar aanleiding van de recente evaluatie zal die uitleg hier en daar wellicht worden aangepast om onze aanpak nog beter te kaderen. Naast deze twee toeren zijn er dus ook veel straten die in principe nooit routinematig gestrooid worden.

      Waarom dat zo is? Met de middelen en personeelscapaciteit die we momenteel hebben, is het simpelweg niet haalbaar om overal tegelijk te strooien én eerlijk gezegd is dat in veel straten ook niet nodig om de verkeersveiligheid te garanderen. Daarbij houden we ook rekening met het milieu: zout strooien heeft een impact op bodem en begroeiing, dus we gebruiken het waar nodig en niet standaard overal.

      Als de politie aangeeft dat op bepaalde plaatsen buiten onze A- en B-ronde extra strooien wenselijk is vanuit verkeersveiligheid, dan nemen we dat uiteraard mee en passen we onze inzet daarop aan.

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Sylvie Leemans (Groen) m.b.t." AVKA: De balans tussen toekomstige investeringen en huidige werking"

      We staan voor een grote investering in de heraanleg van de atletiekpiste in 2026. Dat is een mooi vooruitzicht, maar de recente onrust binnen AVKA — met het vertrek van ervaren jeugdtrainers en spanningen tussen de verschillende geledingen — roept bij ons toch vragen op. Een piste is immers maar zo sterk als de club die er gebruik van maakt.

      Vragen:

      • Hoe kijkt het college naar de huidige stabiliteit van de jeugdwerking in relatie tot deze geplande investering? 
      • Is men bereid om, vóór de definitieve toekenning van de middelen, in gesprek te gaan met het bestuur om te bekijken hoe de continuïteit van de jeugdwerking gewaarborgd kan worden? We willen immers voorkomen dat we investeren in infrastructuur terwijl de clubwerking zelf onder druk staat.

       

      Antwoord van schepen Bart Lambrecht (N-VA):

      De vernieuwing van de atletiekpiste staat in 2029 in ons meerjarenplan en niet 2026 zoals u aanhaalt. Het zit wel in ons achterhoofd om die investering naar voor te trekken zodra de Vlaamse minister van Sport hier specifieke subsidies voor uittrekt, maar de investering zal dus hoogstwaarschijnlijk niet dit jaar al gebeuren.

      De gemeente is zelf eigenaar van de piste en zet die niet louter en alleen in voor de club. We stellen de piste tijdens de kantooruren bijvoorbeeld gratis open voor iedereen die er wil komen lopen en trainen. De piste wordt ook intensief gebruikt voor interne sportkampen of activiteiten zoals de sportsnoepdag, sporteldag, tienerwerking, buitenspeeldag, enzovoort. Daarnaast wordt ze ook door externe partners gebruikt, zoals de wekelijkse naschoolse verhuring door de International School.

      Een vernieuwde piste is sowieso een meerwaarde voor het gemeentelijk sportcomplex dat meer en meer neigt naar een vrijetijdscentrum. Lopen en wandelen zijn daarbij laagdrempelig om aan een gezond lichaam te werken.

      In de jaren dat ik nu schepen van Sport ben heb ik sporadisch de vraag gekregen om me te mengen in bestuurskwesties of zagen ouders mij bijvoorbeeld als beroepsinstantie voor een schorsing of uitsluiting van hun kind. Ik ben daar nog nooit op ingegaan en ga dat ook niet doen. Niet alleen hebben we 24 Aartselaarse sportclubs, ik beschouw dat simpelweg ook niet als mijn taak als sportschepen. Het is wel mijn taak om voor goede infrastructuur en ondersteuning te zorgen en daar ga ik me ook met dit nieuwe meerjarenplan volop op focussen.

      In de discussie die daarna nog ontspint blijkt dat mevrouw Sylvie Leemans zelf betrokken partij is als ouder in het lopende conflict met AVKA. Schepen Bart Lambrecht wenst dan ook niet langer in te gaan op het dossier en de bijkomende vragen en waarop de voorzitter dit dossier naar de deontologische commissie verwijst.

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Sylvie Leemans (Groen) m.b.t."Inclusiviteit in het vrijetijdsaanbod en de IBO (Focus op beperking)"

      De brochure voor het vrijetijdsaanbod van 2026 staat online. Hoewel de verbreding van het aanbod positief is, mis ik nog steeds taalkampen buiten de zomerschool om. Maar mijn belangrijkste punt betreft de inclusiviteit. Afgelopen zomer werden we geconfronteerd met een incident waarbij een kleuter niet langer welkom was in de opvang.  

      Vragen:

      • Ik vraag me af welke lessen hieruit getrokken zijn.
      • Worden begeleiders van de IBO en de sportkampen inmiddels specifiek opgeleid of ondersteund door deskundigen in de omgang met kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte?
      • Ik wil u hierbij herinneren aan het meerjarenplan. Het enige punt in dat plan dat expliciet rekening hield met kinderen met een beperking, was de inzet op aangepaste vakantieopvang. Dit is geen vrijblijvende intentie, maar een belofte aan onze kwetsbaarste inwoners. Wij verwachten dan ook dat dit ene punt met absolute voorrang wordt gewaarborgd. 

        Hoe gaat u concreet maken en vooral garanderen dat élk kind in onze gemeente deze zomer op een veilige en deskundige manier terecht kan bij onze eigen diensten?"


      Antwoord van schepen Anouk Beels (N-VA):

      Dank u voor uw vraag en voor de betrokkenheid bij dit thema.
      Zorg dragen voor kinderen en gezinnen, zeker wanneer er extra noden zijn, raakt ons allemaal.

      Laat mij eerst het bredere kader schetsen. Onze gemeente is volop bezig met de uitbouw van een horizontale vrijetijdsstructuur met een doelgroepenbeleid. We kiezen er bewust voor om de bestaande domeinen – sport, cultuur, jeugd, BOA en HvhK – sterker met elkaar te verbinden. Dat vraagt tijd, afstemming en interne groei, maar het biedt ook kansen om meer oog te hebben voor kwetsbare doelgroepen, in samenwerking met het Sociaal Huis.

      2026 zien we daarbij als een jaar van opstart, vorming en verfijning. Dat betekent dat nog niet alles vandaag al zichtbaar is in concrete acties binnen een meerjarenplanning die vorig jaar werd goedgekeurd. Dat neemt niet weg dat er achter de schermen hard gewerkt wordt om dit beleid zorgvuldig en gedragen uit te bouwen.

      Over taalkampen

      Wat de vraag naar taalkampen buiten de zomerschool betreft, begrijpen we de bezorgdheid. Taalontwikkeling is immers cruciaal. Tegelijk stellen we vast dat taalkampen een zeer specifieke expertise vereisen, die vandaag vooral aanwezig is bij gespecialiseerde organisaties.

      Onze eigen kampen kennen een hoge bezettingsgraad, wat aangeeft dat het bestaande aanbod goed aansluit bij wat veel gezinnen zoeken. De beschikbare ruimte – zowel qua personeel als organisatie – laat ons op dit moment niet toe om bijkomende kampen te organiseren zonder in te boeten aan kwaliteit. Ook vanuit de sportdienst kregen we hierover tot nu toe geen concrete signalen van inwoners. We nemen deze vraag wel mee in de verdere reflectie over ons vrijetijdsaanbod.

      Over begeleiding en ondersteuning van kinderen met extra noden

      Het incident van afgelopen zomer heeft ons doen stilstaan bij de complexiteit van opvang en begeleiding. Onze collega’s binnen de BKO zijn goed opgeleid en zeer geëngageerd. Wanneer zich uitzonderlijke situaties voordoen, wordt steeds in nauw overleg met ouders gehandeld.

      We leren hieruit dat het niet haalbaar is om elke begeleider op te leiden voor elke mogelijke ondersteuningsbehoefte. Wat we wél doen, is inzetten op betere inhoudelijke communicatie, het delen van expertise binnen teams en het raadplegen van collega’s of externe deskundigen wanneer dat nodig is.

      Als de zorgnood of het gedrag van een kind de werking ernstig onder druk zet, zoeken we samen met de ouders naar een oplossing die het kind én de groep respecteert. Soms ligt die oplossing binnen ons aanbod, soms daarbuiten.

      Over het engagement uit het meerjarenplan

      Het meerjarenplan vermeldt expliciet de inzet op aangepaste vakantieopvang voor kinderen met een beperking. Dat engagement nemen we ernstig en met de nodige zorg.

      Tegelijk willen we hier realistisch blijven. De diversiteit aan noden bij kinderen is groot, en het is niet mogelijk om voor elke situatie binnen onze eigen diensten een gespecialiseerde begeleiding te garanderen. Wat we wel blijven doen, is elke situatie ernstig nemen, luisteren naar ouders en zoeken naar wat haalbaar en verantwoord is.

      We garanderen daarbij een veilige en warme omgeving, en wanneer onze eigen werking grenzen bereikt, kijken we samen met gezinnen naar passende alternatieven of gespecialiseerde organisaties die beter kunnen inspelen op de specifieke noden van een kind.

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Rudy Siebens (Samen NAP) m.b.t."Led verlichting"

      Enkele vragen m.b.t. de LED-verlichting in de gemeente:

      • Hoe wordt de aanpak van het verder uitwerken van de led verlichting bepaald? 

      • Welke straten komen de komende jaren in aanmerking? 

      • Hebben jullie hiervan een lijst klaarliggen?

       

      Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):

      Interessante vraag. Ik geef graag wat extra duiding.

      Vandaag is ongeveer 40% van Aartselaar verled. Er blijft dus nog 60% te gaan. In de meerjarenplanning is daarvoor over de komende zes jaar 900.000 euro voorzien.

      In 2025 zijn tien straten en de volledige wijk Kleine Grippe verled. Daarnaast is ook de bestelling goedgekeurd voor Matenstraat, Guido Gezellestraat, Hoevelei, Vrijheidstraat, Zinkvalstraat en Groenenhoek. Die projecten volgen nog in uitvoering.

      Uiteraard worden ook de Kapellestraat en het Laar verled bij hun heraanleg. Voor het Laar komt er bovendien een aparte en stijlvollere verlichting. Het gemeentehuis, de kerk en de schandpaal krijgen eveneens een nieuwe en aangepaste aanstraling. Ook deze investeringen zitten volledig vervat in de meerjarenplanning.

      Dan naar jullie vraag over een lijst voor de komende jaren. Die vaste lijst ligt er vandaag niet of anders gezegd: ze staat niet vast. Dat heeft twee redenen. Eerst en vooral werken we met een nieuwe meerjarenplanning. Daarnaast hebben we na de grote stroompanne van de openbare verlichting vorig jaar expliciet gevraagd om het volledige openbaar verlichtingsplan te herbekijken.

      Daarom staat op 27 februari een kick-offmeeting gepland met Fluvius voor de opmaak van een openbaarverlichtingsplan 3.0. Dat plan zal bepalen welke straten eerst aan de beurt komen en welke brandprogramma’s we inzetten. Met aandacht voor verkeersveiligheid, maar ook voor plaatsen waar duisternis misschien net wenselijk is, bijvoorbeeld voor bepaalde diersoorten.

      Dat plan komt dus sowieso nog terug naar het college of zelfs de gemeenteraad.


    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Rudy Siebens (Samen NAP) m.b.t. "Notulen van de mondelinge vragen tijdens een gemeenteraad"

      Telkens een mondelinge vraag wordt gesteld komt dit ook in de notulen te staan van de gemeenteraad. Toch stellen wij vast dat de weergave hiervan niet echt juist is.(zie bvb. de gemeenteraad van 17november) De weergave stopt nadat de betrokken schepen zijn antwoord heeft gegeven toch is het zo dat er soms een repliek komt van de vraagsteller en die vinden wij niet terug. 

      Vraag:

      • Gaan jullie deze repliek vanaf vandaag ook in de notulen vermelden?

       

      Antwoord van voorzitter Yves Hulin (N-VA):

      Je geeft het voorbeeld van 17 november 2025 maar ik neem aan dat je vraag algemeen voor alle gemeenteraden van toepassing is? 

      Zoals jullie weten gaat de gemeente Aartselaar al heel ver in de openbaarheid van bestuur en zijn we als één van de weinige gemeentes in onze omgeving zo volledig in wat we nu al ter beschikking stellen. 

      Onze gemeente stelt een agenda ter beschikking net zoals alle andere gemeentes.  

      Amper de helft van de gemeentes in onze omgeving vermeld welke vraag (de titel) er gesteld wordt en door wie deze wordt aangebracht. Hun titel luidt meestal “mondelinge vragen”, Aartselaar doet dat wel en vermeldt de titel en naam van de vraagsteller en/of partij. 

      Geen enkele gemeente geeft in hun notulen de volledige inhoud weer van de vraagsteller, Aartselaar doet dit wel (de letterlijk ingediende vraag wordt neergeschreven). 

      Geen enkele gemeente geeft een volledig uitgeschreven antwoord weer van het bestuur, Aartselaar doet dit wel. 

      De meeste gemeentes beschikken over een integrale audio-opname van de vergadering dat op de website wordt gepubliceerd. Uiteraard heeft ook Aartselaar zo een audio-opname. 

      Deze audio-opname bevat alle details, alles wat gezegd is door alle leden die door hun micro hebben gesproken. Deze audio-opname wordt integraal bekend gemaakt. De audio-opname van de raadsvergadering vervangt het zittingsverslag. 

      Het lijkt me dus eerder de vraag of we de dag van vandaag wel alle inspanningen die we doen moeten blijven volhouden dan we nog extra inspanningen van onze administratie moeten vragen. 

      We zullen dus niet ingaan op deze vraag om alles wat gezegd wordt uit te schrijven in de notulen, de audio-opname blijft ter beschikking en daar kan alles –inclusief de repliek- worden beluisterd. 

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Rudy Siebens (Samen NAP) m.b.t. "Actieplan/aanbeveling vanuit Audit Vlaanderen"

      Tijdens een gemeenteraad in 2024 hebben we mogen vernemen dat vanuit een Audit Vlaanderen een actieplan is opgesteld. Deze gaat over een gebouwenbeheerplan van de sport in Aartselaar. Hieruit is een nieuwe streefdatum namelijk 1 januari 2026 uitgekomen, de vorige was verlopen dat was 1 januari 2023. Actie tegen 1 januari 2026 was en is “een uitgewerkt gebouwenbeheerplan realiseren dat zal opgemaakt worden in het kader van het meerjarenplan 2026-2031. Hiervan vinden wij niet echt iets terug, het kan uiteraard dat wij erover hebben gezien maar dan vernemen wij dit graag. 

      Vragen

      • Is deze actie uitgevoerd zoja waar vinden wij dit dan terug? 
      • Is deze actie niet uitgevoerd dan graag de reden. 


      Antwoord van schepen Mark Vanhecke (N-VA):

      Zeer terechte vraag.

      Het opmaken van een geïntegreerd patrimoniumplan voor al onze gebouwen blijft een belangrijke doelstelling, maar het is nog niet klaar. Dit wordt een van de doelstellingen van het nieuwe diensthoofd. Door personeelswissels op onze technische dienst is dit on hold gezet.

      Je kan niet verwachten van iemand die net in dienst is dat er onmiddellijk zo’n plan op tafel zal liggen.

      Een geïntegreerd plan zal daarom misschien ook in 2026 nog niet klaar zijn, daar moeten we eerlijk in zijn. Momenteel en ondertussen zijn we vooral bezig met praktische zaken.

      We zijn immers met onderdelen ervan gestart die je ook in de mjp kan terugvinden. We focussen momenteel dus op het operationele:

      - Asbestplan

      - Legionellaplan

      - Vernieuwing van het sanitair in de sporthal

      - Plaatsen van een airco in de burelen van ’t Sportzicht

      - Vernieuwen verwarmingsketels

      - Wegwerken opmerkingen elektriciteit en veiligheid.

      Vandaag hebben we in het college het bestek goedgekeurd voor ‘onderhoud en beheer van centrale verwarming en Heating Ventilatie AC-installaties in gemeentelijke gebouwen.

      't Sportzicht en DOK~3 beschikken we over software die ons ondersteunen in de exploitatie van de infrastructuur.

      Een globaal plan is dus nog in de maak, maar in het meerjarenplan is weldegelijk rekening gehouden met een gebouwbeheerplan dat we dus in eigen beheer gaan uitrollen.

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Nadine Francus (Lokaal Liberaal) m.b.t." Invoering van “Minder-Hinder Plan & maatregelen bij toekomstige wegen- en nutswerken in de dorpskern"

      Lokaal Liberaal wil de aandacht vestigen op de ernstige impact van de (toekomstige) openbare werken in Aartselaar, vooral nu de Vlaamse overheid vanaf 2026 de vaste €2.000 hinderpremie afschaft en handelaars enkel nog een sluitingspremie van €80 per dag kunnen claimen. Voor lokale ondernemers kan dit verstrekkende gevolgen hebben: dalende omzet, logistieke overlast, verstoorde bereikbaarheid en in het ergste geval een stopzetting van de zaak.

      UNIZO signaleert terecht dat gemeenten een cruciale rol spelen. We moeten niet wachten tot de schop de grond in gaat, maar werven actief begeleiden, ondernemers actief betrekken en duidelijk communiceren.
      Wij stellen daarom voor dat Aartselaar een UNIZO-geïnspireerd ‘Minder Hinder plan’ invoert in 3 fazen, voor, tijdens en na de werkzaamheden, zowel bij gemeentelijke als door derden uitgevoerde werken.
      Concreet betekent dit een plan met:

      • Vroegtijdig overleg tijdens de ontwerp- en planfase met ATA, onafhankelijke handelaars, zelfstandigen, ondernemingen, horeca en buurtbewoners
      • Heldere afspraken rond signalisatie, alternatieve leveringsvensters, extra parkeerplaatsen, bereikbaarheid voor kritische diensten, omleiding tijdens marktdagen, …
      • Pro-actieve communicatie voor aanvang van de werf: info-avonden, kaarten, digitale borden, nieuwsbrieven, WhatsApp-groep, …
      • Strak werfmanagement tijdens de uitvoering: centraal aanspreekpunt, wekelijkse opvolgingsmomenten, regelmatige aanpassing van signalisatie
      • Op regelmatige basis verslag uitbrengen op de gemeenteraad over de uitvoering, werking en effecten van dit plan

      Vraag:

      Lokaal Liberaal vraagt ook om via overleg met VLAIO of de Vlaamse overheid stappen te ondernemen om de afschaffing van de hinderpremie te heroverwegen of om een gemeentelijke compensatie te voorzien voor de betrokken handelaars en ondernemers.

      Op deze manier wil Lokaal Liberaal de lokale handelaars en ondernemers ondersteunen en versterken. Met zo’n plan zorgen we niet alleen voor vlot verloop van de werkzaamheden, maar tonen we ook engagement voor de lokale economie: ondernemers blijven beter bereikbaar én behouden hun klanten en medewerkers.


      Antwoord van schepen Mark Vanhecke (N-VA):

      De hinderpremie, een forfaitair steunbedrag van € 2.000, wordt vanaf 1 januari 2026 stopgezet omwille van besparingsmaatregelen van de Vlaamse overheid. Ik wens je veel geluk om de afschaffing van deze premie aan te kaarten bij VLAIO of de Vlaamse overheid.  

      Een gemeentelijke compensatie voorzien, is iets dat hier eerder tijdens een GR in 2024, al hebben besproken en we hebben dat toen uitgelegd waarom we daar niet op kunnen en willen ingaan.  

      Ik ga het hier niet allemaal herhalen, maar aan welke ondernemer gaan we een gemeentelijke premie geven bijvoorbeeld en hoeveel? Gaan we een bepaald bedrag geven aan elke ondernemer die in Kapellestraat of Laar een zaak heeft?  Een ondernemer in de Hoevelei, die ook hinder gaat ondervinden, krijgt niets? Wat is € 500 voor een bakker of een slager? Gaat een bankkantoor, een immokantoor, …. die premie ook krijgen? En wat met de marktkramers?  

      Wij zijn van oordeel dat het beter is om te investeren in andere zaken. We hebben ruim 5 miljoen euro voorzien voor de werken Laar/Kapellestraat. Ik denk niet dat we ooit al zoveel geld hebben voorzien voor de heraanleg van een straat. Daarin zit dus begrepen: 

      • Goede communicatie naar winkeliers en inwoners: Hiervoor hebben we een extern communicatiebureau aangesteld die een campagne ‘Aartselaar Pakt Aan’ is opgestart. We krijgen daar heel goede reacties op.  

      • We hebben een alternatieve tijdelijke parking aangelegd. 

      • We kunnen een ludieke actie zoals op bepaalde tijdstippen de vitrine te laten poetsen bekijken; 

      • Zorgen voor goede bereikbaarheid via bewegwijzering: 

      • De modal shift stimuleren; 

      • Investeren in nudging; (= een subtiele en effectieve techniek die we kunnen gebruiken om onbewust het gedrag van inwoners te stimuleren om toch lokaal te blijven winkelen. 

      • Deze opsomming is niet limitatief maar we eindigen met een groot volksfeest na de werken; 

      Op veel zaken en concrete acties is het sowieso wachten tot we weten wie de aannemer is. Dan pas kunnen we werken aan signalisatie, communicatie over timing en fasering en dergelijke meer. 

      Ondertussen voeren we eigenlijk min of meer al uit wat het ‘Minder Hinder’ plan, wat trouwens een zeer goede handleiding is, al uit: 

      • Overleg en een stand van zaken wordt steeds gegeven tijdens de ORA-vergaderingen.  

      Communicatiebureau is tijdens laatste ORA-vergadering toelichting komen geven. De bezorgdheden die op de ORA zijn geuit, zullen worden omgezet i.s.m. het communicatiebureau in een concreet communicatieplan naar de handelaars. 

      • WhatsApp-groepen voor handelaars en marktkramers bestaan al. 

      • Er zal een centraal aansprekingspunt zijn. 

      • Tijdens de werken blijven we activiteiten organiseren die tonen dat het centrum bereikbaar blijft: jaarmarkt en openluchtbal zullen doorgaan, zij het aangepast aan beschikbare ruimte. 

      • Er staat ook nog een fotoreportage gepland met handelaars/marktkramers die tijdens de werken zal gebruikt worden om de lokale economie letterlijk in de spotlights te zetten. 

      • Info over werken zullen we allemaal kunnen raadplegen in de wekelijkse werfverslagen. Dat is geen materie die we in de GR moeten behandelen.  

      Nog belangrijk om mee te geven, een belangrijke infovergadering gaat door op 17 juni 2026 (16.30 - 21.00 uur). 

      Twijfel dus zeker niet aan ons engagement t.o.v. onze handelaars en ondernemers. 

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Nadine Francus (Lokaal Liberaal) m.b.t. "Werken in de Groenenhoek"

      Sinds enige tijd zijn er werken in de Groenenhoek, de heraanleg van het kruispunt, wegen en riolering. Dit zorgt voor de nodige verkeershinder en omleidingen voor voetgangers, fietsers en auto’s.

      Vragen:

      • Kan u een ons een inzicht geven in de planning en vordering van de werken?
      • Wanneer zullen de werken volledig gedaan zijn?
      • Nu er werken aan de gang zijn, is het een ideaal moment om ook de inwoners van de Groenenhoek de mogelijkheid te geven om aan te sluiten op de “Fiberkabel”. Blijkbaar zou dit niet mogelijk zijn. Er is concrete interesse van een 15-tal gezinnen die willen er zelfs willen voor betalen. Waarom kan dit niet en kan er alsnog gezorgd worden dat deze inwoners wel kunnen aansluiten.


      Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):

      Ik geef die info gerust, maar ter verduidelijking: voor twee van de drie vragen staan deze gegevens gewoon in de werfverslagen. Die zijn via de collegebesluiten voor jullie raadpleegbaar. Ik geef het toch nog even mee. Tot voor kort bleef de einddatum van het project vaststaan op 4 mei. Die datum kan uiteraard opschuiven door verletdagen, bijvoorbeeld bij sneeuwval. Voor de vakantie zat de planning alleszins nog op schema. 

      Stand van zaken. Vandaag ligt de riolering vanaf de Cleydaellaan tot aan de dreef. Sinds vandaag is men gestart met de aanleg van de riolering in de zijarm van de Groenenhoek, tussen de boerderij en de dreef. Zodra dat deel klaar is, wordt alles tot aan de smalle weg richting Hemiksem geasfalteerd. 

      Dat dit het ideale moment is om het Fiberklaarnetwerk alsnog volledig af te werken, staat buiten kijf. In het laatste deel van de Groenenhoek richting Hemiksem werd destijds geen Fiberklaar aangelegd, simpelweg omdat dat stuk te ver van de verdeelhub in de Lijsterlaan ligt. Dat ontbrekende deel moet gevoed worden vanuit het Fiberklaarnetwerk van Hemiksem. 

      Die problematiek hebben we al van bij de coördinatievergadering op tafel gelegd en ze staat ook expliciet vermeld in werfverslag 8. Alleen: wij leggen Fiberklaar geen investeringen op. Het ging om een beperkt aantal van een vijftiental afgelegen woningen en lange tijd was het antwoord steevast negatief. Die vraag is trouwens niet nieuw. 

      In juli 2024 is Fiberklaar grotendeels in handen gekomen van Proximus. Dat bracht een duidelijke wijziging mee: een andere managementstructuur en een grondig aangepaste werking. Sinds het voorjaar van 2025 hebben we de vraag opnieuw gesteld. Dit keer krijgen we geen definitieve njet meer en wordt effectief overwogen om alsnog mee te gaan. 

      We blijven daar dus druk op zetten. Zodra alles onder de grond ligt — ook het bestaande luchtnet wordt daar trouwens ondergronds gebracht — start een sperperiode van vijf jaar. In die periode mag het openbaar domein in principe niet meer opengelegd worden. Twee weken geleden hebben we hierover nog een reminder gestuurd en ook op de contactvergadering van de nutsmaatschappijen van volgende week maandag zal ik de betrokken partijen opnieuw aanmanen om glasvezel te voorzien in dat laatste deel. Dat is cruciaal, want vanaf maart start men effectief met de werken in dat stuk. 

      Intussen blijven de grote telecomoperatoren onderling overleggen over het gedeeld gebruik van elkaars glasvezelnetwerken. Voor ons logisch. Op topniveau blijkbaar een pak minder eenvoudig. 

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Paul Rens (Ieder1Aartselaar) m.b.t. "Beschildering wegdek dient consequenter te worden opgevolgd"

      Verkeersveiligheid is voor iedere weggebruiker van essentieel belang. Regelmatige controles van onze verkeersinfrastructuur zijn dan ook cruciaal. Jammer genoeg moeten we soms vaststellen dat wegbeschilderingen soms onvoldoende opgemerkt kunnen worden. 

      Vraag:

      • Graag verneemt onze fractie hoe het gemeentebestuur deze controles aanpakt met haar gemeentediensten?

       

      Antwoord van schepen Bart Lambrecht (N-VA):

      In het verleden beschikte de gemeente nog niet over een raamcontract met een firma voor de belijningen op ons gemeentelijk wegennet. De werken gebeurden toen steeds via afzonderlijke aanvragen, wat de werking niet altijd even efficiënt maakte. 

      Sinds eind ’25 zijn we ingestapt in het raamcontract voor belijning via CREAT. Daarnaast is bij de laatste belijningswerken een volledige belijningsinventaris opgemaakt. Daardoor beschikt de technische dienst nu over een up-to-date bestand waarmee ze samen met de nieuwe firma aan de slag kan gaan. 

      Dat alles zou moeten resulteren in efficiëntere belijning. 

      Daarnaast kunnen kleine belijningswerken nog altijd worden uitgevoerd door onze eigen wegendienst. Het gaat dan om eerder beperkte ingrepen zoals bijvoorbeeld thermoplasten. Dat gebeurt meestal ad hoc op basis van meldingen van de politie of burgers. 

      Er moet wel in het achterhoofd worden gehouden dat de winterperiode steeds zorgt voor koude temperaturen die schilderwerken of aanbrengen van thermoplasten onmogelijk maakt. Dat kan meestal ten vroegste vanaf maart. In de winterperiode vindt natuurlijk wel nog steeds slijtage plaats, waardoor deze periode van het jaar altijd de moeilijkste is voor de wegsignalisatie. 

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Glenn Anné (Ieder1Aartselaar) m.b.t. " Uitstel ophaling restafval"

      Omwille van de slechte weersomstandigheden werd recent de ophaling van het restafval afgelast. Er werd echter geen vervangende ophaling ingepland, maar onze inwoners dienen hun restafval langer zelf te bewaren.

      Vraag:

      Onze fractie vraagt het gemeentebestuur wat de beweegreden van deze maatregel is? 

       

      Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):

      Heel simpel. Je kan onmogelijk een 14-tal fracties uit 9 gemeenten in de reguliere planning inbouwen als je weet dat er in die week al extra na-ophalingen van de feestdagen gepland zijn en er ook nog wagens rondrijden om kerstbomen op te halen. Je komt dan gewoon materiaal en personeel te kort. Surf gerust naar andere intercommunales van de Panne tot Maaseik. Je zal merken dat ook daar vaak dezelfde werkwijze werd toegepast. 
       
      Bijkomstig zijn er dan nog de natte koude korte dagen waardoor langer werken moeilijk wordt. Vergeet ook niet dat alle rondes net na de feestdagen ook net meer tijd vergen. We hadden dus gewoon brute pech, niets aan te doen. Als tegemoetkoming kan je aanstaande donderdag extra zakken aanbieden zonder dat je dat op voorhand moet verwittigen. 

    • Mondelinge vraag ingediend door raadslid Marc Sorber (Ieder1Aartselaar) m.b.t. " Het groenonderhoud in wijk Lindenbos"

      Het groenonderhoud in wijk Lindenbos

      Elk jaar worden de grote bomen gesnoeid. Echter de opvolging van gezondheid van de bomen laat te wensen over. In de Eikenlaan staan er bv. een paar triestige, dode bomen. Een bewoner van deze straat heeft hier reeds 2x melding van gemaakt. De eerste keer zou de aanvraag zelfs doorgestuurd zijn naar de groendienst, doch de aanvraag bleef zonder gevolg … Ook in andere wijken moeten we dit soms vaststellen.

      Vraag:

      Onze fractie vraagt naar het plan van aanpak voor dit onderwerp.

       

      Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):

      Eerst dit. Over welke meldingen spreken we juist? 
      Waar gebeurde die eerste melding precies, als er wordt gezegd dat ze “is doorgestuurd naar de technische dienst”? En hoe gebeurde de tweede melding: per mail of telefonisch? 

      Ik ben zelf ter plaatse gegaan. Feitelijk klopt het verhaal over de Eikenlaan vandaag niet meer. Die betrokken bomen zijn al weg. Ze zijn gekapt volgens de werkbon van 14 november 2025. Dat is intussen al meer dan twee maanden en verschillende gemeenteraden geleden. 

      Ik stel mij dus echt de vraag of jullie de vragen die jullie hier stellen nog even controleren voor jullie ze brengen. Want deze bomen staan er simpelweg niet meer. 

      Als de melding per mail gebeurt, krijgen inwoners in principe ook een antwoord. Gebeurt de melding telefonisch, dan volgt die terugkoppeling niet. 

      Dat neemt niet weg dat de onderliggende zorg terecht blijft. Een melding betekent alleen niet dat we morgen al met een kraan in de straat staan. We beoordelen, plannen en bundelen werken. Dat vraagt soms tijd. 

      Dan het bredere verhaal, want daar ligt de echte uitdaging. In wijken zoals Lindenbos staan inderdaad zieke en triestige bomen. Dat heeft te maken met ouderdom en ziektes, maar vooral ook met een fout uit het verleden: te kleine plantvakken. Te weinig ruimte boven én onder de grond. Dan gaat een boom achteruit. 

      Daarom willen we dit deze legislatuur structureel aanpakken. Bij nieuwe straataanleg denken we veel grondiger na over boomsoorten. Niet “wat mooi lijkt” of “wat toevallig beschikbaar is”, wel: wat past hier, waar kan die boom boven en onder groeien, en hoe blijft die boom gezond op lange termijn? 

      In de meerjarenplanning staan daarom een groenvisie en een bomenplan opgenomen. Via een digitale inventaris brengen we alle bomen in kaart, een datagedreven beheer moet daar dan uit volgen. De groenvisie loopt ook al: samen met de provincie is die afgelopen vrijdag gestart met een kick-off. 

      En ja: nieuwe bomen koppelen we aan ontharding. Ook daar liggen middelen voor klaar. Niet heel Aartselaar tegelijk, wel stap voor stap: een twintigjarenplan. Doordacht en duurzaam, dat is de ambitie.