hecht zijn goedkeuring aan de notulen van zijn vergadering van 17.11.2025.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (artikel 249–275);
Het Provinciedecreet van 9 december 2005 (artikel 141-164);
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
Het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 gepubliceerd met richtlijnen voor de opmaak van de strategische meerjarenplannen 2026–2031;
Het gunstig advies van het managementteam d.d. 1 december 2025;
Het principieel akkoord van het Vast Bureau d.d. 1 december 2025.
De nieuwe bestuursperiode vereist een strategisch meerjarenplan 2026–2031 dat start in het tweede jaar na de verkiezingen en loopt t.e.m. 2031.
Er werd een intensief traject doorlopen met het managementteam, het college van burgemeester en schepenen/Vast Bureau en medewerkers van tal van diensten. Vertrokken werd vanuit een omgevingsanalyse en bestuurskrachtanalyse, met uitwerking van missie en visie. Deze stukken zijn bij het agendapunt als bijlage opgenomen.
Het ontwerp is voorbereid en dient ter goedkeuring aan de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn te worden voorgelegd, zodat op 1 januari 2026 uitvoerbare kredieten beschikbaar zijn en de digitale rapportering aan ABB kan gebeuren.
Het geïntegreerde meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, financiële nota (M1–M2–M3) en toelichting. De strategische nota bevat de 11 kerncijfers in de beleidsverklaring; M3 bevat de kredieten. Zolang gemeente en OCMW aparte rechtspersonen zijn, worden kredieten per entiteit vastgesteld.
Daarnaast werd volgende documentatie voorzien:
4.1 Missie en visie
4.2. Omgevingsanalyse (interne analyse, externe analyse, bestuurskrachtanalyse)
4.3 Volledige doelstellingenboom met actieplannen, acties, en bijhorende bedragen (incl exploitatie, investeringen, financiering)
4.4 Samenstelling beleidsdomeinen
4.5 Uitgaven en ontvangsten per beleidsveld
4.6 Overzicht belastingen met jaarlijkse opbrengst per belasting
4.7 Overzicht retributies met jaarlijkse opbrengst per retributie
4.8 Toegestane werkings- en investeringssubsidies van hogere overheden
Het managementteam adviseerde het meerjarenplan gunstig d.d. 1 december 2025.
Artikel 1
Het strategisch meerjarenplan 2026–2031 met bijhorende strategische beleidsnota, financiële nota en toelichting, opgemaakt volgens de principes van de beleid- en beheerscyclus, dat betrekking heeft op het O.C.M.W. goed te keuren.
Artikel 2
Het strategisch meerjarenplan 2026–2031 op de wettelijk voorziene wijze bekend te maken en ter inzage van het publiek te leggen.
Artikel 3
Afschriften van deze beslissing met bijlagen voor goedkeuring over te maken aan de Vlaamse Regering en aan de provinciegouverneur van Antwerpen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en in het bijzonder op artikel 40 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad, en latere wijzigingen.
Het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking.
De laatst gecoördineerde statuten van Vlotter.
Het feit dat het OCMW aangesloten is bij Vlotter.
Het OCMW-raadsbesluit inzake de aanduiding van de vertegenwoordiger van het OCMW voor alle (buitengewone) algemene vergaderingen van Vlotter gedurende deze legislatuur.
De oproepingsbrief van 5 november tot de algemene vergadering van Vlotter d.d. woensdag 17 december 2025 om 19u te in de vergaderzaal van Vlotter CV aan de Col.Silvertopstraat 15, te 2850 Boom met de volgende agendapunten:
- Begroting 2026
De OCMW-raad neemt kennis van de dagorde van deze vergadering en stelt het stemgedrag van de gemeentelijke vertegenwoordiger vast, conform de bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur.
De OCMW-raad heeft de bijhorende documenten met betrekking tot de vermelde agendapunten onderzocht.
Er zijn geen redenen om de goedkeuring van de voorgelegde agendapunten te weigeren.
Artikel 1
Goedkeuring te verlenen aan de agendapunten van de algemene vergadering van Vlotter d.d. woensdag 17 december 2025:
- Begroting 2026
Artikel 2
De vertegenwoordiger van het OCMW wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van Vlotter d.d. woensdag 17 december 2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden) te handelen en te beslissen conform dit besluit.
Artikel 3
Het vast bureau wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan Vlotter.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het huidig reglement betreffende het sociaal tarief in het kader van de diftar afvalophaling dient hernieuwd te worden voor de dienstjaren 2026-2031.
Het sociaal tarief is enkel van toepassing voor inwoners van Aartselaar.
Het sociaal tarief wordt enkele toegekend aan personen die thuis verblijven en niet in een instelling.
Artikel 1
Begunstigden dienen in de gemeente Aartselaar woonachtig te zijn.
Artikel 2
Het OCMW (Sociaal Huis) kan jaarlijks 35 euro toekennen aan gezinnen of alleenstaanden met één of twee kinderen ten laste, en aan alleenstaanden of samenwonenden zonder kinderen ten laste, op voorwaarde dat hun netto belastbaar inkomen niet hoger is dan het leefloon dat geldt voor hun categorie.
Het OCMW kan jaarlijks 65 euro toekennen aan gezinnen of alleenstaanden met drie of meer kinderen ten laste, op voorwaarde dat hun netto belastbaar inkomen niet hoger is dan het leefloon dat geldt voor de categorie van personen die samenwonen met een gezin ten laste.
Artikel 3
Het OCMW (Sociaal Huis) kan jaarlijks 25 euro toekennen aan personen die aan blijvende incontinentie lijden en hiervoor een tussenkomst genieten van hun mutualiteit of van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of die een attest van de behandelende arts (uroloog) kunnen voorleggen, en die een netto belastbaar inkomen hebben dat niet hoger is dan 150% van het leefloon van de categorie waartoe zij behoren.
Betrokkenen kunnen eveneens in aanmerking komen wanneer zij voldoen aan de medische voorwaarden met een score 3 of 4 voor het criterium incontinentie van het afhankelijkheidsrooster, zoals vastgelegd bij het Koninklijk Besluit van 2 juni 1998 betreffende de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor incontinentiemateriaal.
Gerechtigden moeten thuis woonachtig zijn en mogen niet verblijven in een multifunctioneel centrum, een residentiële opvangvoorziening voor personen met een handicap of in een woonzorgcentrum.
Artikel 4
Het inkomen waarmee rekening gehouden wordt is het inkomen van het jaar voorafgaand aan het jaar van de aanvraag.
Artikel 5
Het geïndexeerde kadastraal inkomen van de woning van begunstigde mag niet hoger zijn dan €1.100.
Artikel 6
Het gezinshoofd dient zijn inkomen en/of kadastraal inkomen te bewijzen door het recentste aanslagbiljet inzake de personenbelasting (en eventueel inzake onroerende voorheffing) voor te leggen.
Worden als gezin beschouwd: het gezinshoofd, de eventuele partner en de personen ten laste. De toestand op 1 januari van het dienstjaar wordt in aanmerking genomen.
Artikel 7
Het rechthebbende bedrag volgens categorie wordt altijd rechtstreeks door het OCMW op de Diftar rekening van Igean gestort.
Artikel 8
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het huidig reglement betreffende de toepassing van het sociaal tarief in de buitenschoolse kinderopvang (IBO) of in de kinderopvang bij onthaalouders van Kind & Gezin (KOBO) dient hernieuwd te worden voor de dienstjaren 2026-2031.
Het sociaal tarief is enkel van toepassing voor inwoners van Aartselaar.
Het sociaal tarief wordt enkele toegekend aan personen die thuis verblijven en niet in een instelling.
Artikel 1
Het sociaal tarief voor buitenschoolse kinderopvang (IBO) of in de kinderopvang bij onthaalouders van Kind & Gezin (KOBO) kan toegestaan worden aan personen bij wie het netto inkomen lager is dan 150 % van het leefloon categorie E.
Deze inkomensgrens wordt vanaf het 3e kind verhoogd met 25% (totaal 200% van het leefloon) tot maximaal 75 % (totaal 225% van het leefloon).
Onder netto inkomen wordt verstaan de som van alle inkomsten (netto maandloon, groeipakket, huursubsidie en eventueel onderhoudsgelden).
Artikel 2
Men kan een aanvraag voor het bekomen van het sociaal tarief indienen bij het OCMW, vergezeld van de nodige bewijzen (bewijs van netto maandloon, groeipakket en eventueel onderhoudsgelden + bewijs van KI - eventueel aanslagbiljet).
Het sociaal tarief wordt enkel toegepast wanneer het kadastraal inkomen van de woning van de ouders het bedrag van 1.100 euro (geïndexeerd) niet overstijgt.
Artikel 3
Een maatschappelijk werker van het OCMW voert een sociaal onderzoek.
Het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst beslist of een sociaal tarief wordt toegekend.
Artikel 4
Elk toegekend sociaal tarief wordt jaarlijks geëvalueerd, vooraleer er een mogelijke verlenging volgt.
Artikel 5
Dit reglement vervangt de vorige en treedt in werking op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende de toekenning van een vakantietoelage aan personen met een chronische aandoening en / of handicap dient te worden geactualiseerd.
Artikel 1
Het OCMW kent een vakantietoelage toe aan personen met een chronische aandoening en/of een handicap van minstens 65%, die genieten van een uitkering van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, een inkomensgarantie voor ouderen of het voorkeurstarief bij het ziekenfonds, op voorwaarde dat:
De vakantietoelage bedraagt maximaal 110 euro. Ze wordt beperkt tot één vakantieperiode per kalenderjaar en tot het bedrag dat belanghebbende netto heeft betaald voor de betreffende vakantie (nl. het bedrag betaald aan de vereniging verminderd met de tussenkomst van mutualiteit).
De erkende inrichters van het vakantieverblijf dienen de gevraagde inlichtingen “voor echt en waar” te verstrekken. Ze vermelden dat de deelnemers om hun deelname te staven een medisch attest inbrachten, dat door de medisch adviseur of begeleidende dokter werd opgesteld.
Een aanvraag voor uitbetaling van deze toelage dient binnen de drie maanden volgend op de vakantieperiode ingediend te worden bij het OCMW van Aartselaar op het daarvoor voorziene formulier. De maatschappelijke werkers onderzoeken de aanvraag.
De toelage wordt toegekend binnen de perken van het krediet ingeschreven in het OCMW budget van het desbetreffende dienstjaar.
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende de bedeling van de warme maaltijden dient te worden geactualiseerd.
Artikel1
Alle inwoners van Aartselaar die ingevolge leeftijd, ziekte, handicap of andere omstandigheden niet zelf dagelijks een warme maaltijd kunnen bereiden, komen voor deze warme maaltijden in aanmerking.
Artikel 2
De warme maaltijden kunnen worden aangevraagd bij de sociale dienst van het OCMW.
Wijzigingen moeten minstens twee dagen vooraf telefonisch worden meegedeeld.
De maaltijden worden in de voormiddag bereid en rond de middag bij de aanvrager thuis in een thermische doos afgeleverd. Deze doos moet tegen de volgende maaltijdbedeling worden klaargezet en wordt door een personeelslid van het OCMW terug meegenomen.
De maaltijden kunnen ook worden geleverd in de cafetaria van het Sociaal Huis tussen 12 en 14 uur. Maaltijden voor zaterdag en zondag worden thuis bezorgd op vrijdag.
Artikel 3
Bij de aanvraag moet de aanvrager bewijsstukken van zijn totale inkomen voorleggen om de prijs van een maaltijd te bepalen. Er kan een sociaal tarief van maximaal 50% worden toegekend na sociaal onderzoek.
Voor de berekening van de prijs worden alle inkomsten in aanmerking genomen. Jaarlijks, na een herberekening, kan de prijs worden aangepast.
Het sociaal tarief voor warme maaltijden kan worden toegestaan aan personen bij wie het netto-inkomen lager is dan 150% van het leefloon van de categorie waartoe de betrokkene behoort.
Aan het begin van de maand worden de maaltijden van de voorbije maand afgerekend. Betaling via een domiciliëringsopdracht bij de bank is mogelijk.
Artikel 4
De maaltijden worden door een voedingsconsulente samengesteld, zodat een evenwichtige en gezonde voeding verzekerd wordt. Iedere maaltijd omvat soep, aardappelen, groenten, vlees, vis of een vegetarisch alternatief, en een dessert.
Er worden eveneens verschillende vervangmenu’s aangeboden.
Daarnaast zijn er enkele dieetmaaltijden beschikbaar, zoals diabetisch en zoutarm. Een menuoverzicht is maandelijks beschikbaar.
Artikel 5
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het huidig reglement betreffende het betalen van medische kosten dient geactualiseerd te worden.
Artikel 1
Het OCMW kan medische kosten van cliënten volledig of gedeeltelijk ten laste nemen na sociaal onderzoek van alle inkomsten. Onder netto inkomen wordt verstaan de som van alle inkomsten (netto maandloon, groeipakket, zorgtoeslag, huursubsidies en eventuele onderhoudsgelden).
Bewijsstukken van deze medische kosten dienen binnen de twee maanden te worden ingediend.
Er wordt rekening gehouden met de maximumfactuur, een financiële beschermingsmaatregel die de jaarlijkse medische kosten voor gezinnen tot een plafondbedrag beperkt. Wie onder de maatregel van de maximumfactuur valt, is verplicht dit te melden aan het OCMW (ondertekening document).
Artikel 3
Het Bijzonder Comité Sociale Dienst beoordeelt ieder dossier op individuele basis en kan op gemotiveerde wijze afwijken van de principes opgenomen in dit reglement.
Bij vermoeden van misbruik kan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst het percentage van terugbetaling van medische kosten gedurende de volgende 12 maanden herleiden tot 50% . Na deze 12 maanden kan het dossier herzien worden.
Artikel 5
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende de poetsdienst dient geactualiseerd te worden.
Artikel 1
Enkel senioren en personen met een handicap die niet meer in staat zijn het normale onderhoud van de woning geheel of gedeeltelijk te verrichten, kunnen beroep doen op de poetsdienst. Prioriteit wordt gegeven aan aanvragers die het meest hulpbehoevend en minst begoed zijn.
Afhankelijk van de mogelijkheden van de dienst wordt poetshulp voor een periode van 4 uur per week of per 14 dagen aangeboden.
Het OCMW kan poetshulp bij cliënten opstarten na sociaal onderzoek van alle inkomsten. Onder netto inkomen wordt verstaan de som van alle inkomsten (netto maandloon, groeipakket, zorgtoeslag, huursubsidies en eventuele onderhoudsgelden).
Er wordt eveneens rekening gehouden met de vastgestelde overheidstarieven.
De poetsdienst kan zorgen voor:
De poetshulp kan niet zorgen voor:
Artikel 5
De poetshulp mag haar lunchpakket meebrengen en een kwartier pauze nemen.
Artikel 6
De poetshulp is gebonden aan het beroepsgeheim.
Artikel 7
De poetshulp verwittigt de cliënt in geval van verlof.
Artikel 8
De verantwoordelijke voor de poetsdienst dient verwittigd te worden :
Afwezigheden die te laat worden meegedeeld worden aangerekend als gepresteerde uren. Bij opzegging van de dienst (behoudens in gevallen van overmacht): er dient een opzegtermijn van 2 weken in acht genomen te worden.
De poetshulp laat de aanvrager onmiddellijk na elke hulpverlening een prestatielijst ondertekenen met de uren die gepresteerd werden.
In het begin van elke maand wordt afgerekend voor de prestaties van de voorbije maand. De aanvrager ontvangt hiervoor een afrekening die kan betaald worden via domiciliëring via bank.
De verantwoordelijke van de poetsdienst bepaalt de uurregeling en kan, omwille van het belang van de dienst (bv. ziekte, verlof …), zonder de cliënt te verwittigen de ene poetshulp vervangen door een andere. De aanvrager heeft niet het recht een vervang(st)er te weigeren wanneer die zich op dezelfde dag nog aanbiedt.
Wanneer er zich moeilijkheden voordoen, moet men onmiddellijk contact opnemen met de verantwoordelijke van de poetsdienst. Ook de poetshulp heeft het recht de verantwoordelijke in te lichten over eventuele samenwerkingsproblemen. In ernstige gevallen heeft zij ook het recht het werk te verlaten.
Artikel 12
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende de toekenning van een sociaal pedagogische toelage aan gezinnen met niet-werkende kinderen met een handicap dient geactualiseerd te worden.
Artikel 1
Het OCMW Aartselaar kent een sociaal-pedagogische toelage toe aan de ouder(s) of de natuurlijke persoon, die een niet-werkend kind met een handicap ten laste heeft (of hebben) dat thuis wordt opgevoed en niet ouder is dan 21 jaar.
Artikel 2
De sociaal-pedagogische toelage bedraagt maximaal 550 euro per jaar en per kind met een handicap.
Deze sociaal-pedagogische toelage wordt toegekend als:
a) de rechthebbende en het kind in de bevolkingsregisters van de gemeente Aartselaar zijn ingeschreven.
b) het netto-inkomen van de rechthebbende lager is dan 150% van het leefloon categorie E. Deze inkomensgrens wordt verhoogd volgens het aantal kinderen ten laste. Vanaf het tweede kind wordt deze verhoogd met 25% (totaal 225% van het leefloon, categorie E). De verhoging bedraagt maximaal 75% (totaal 250% van het leefloon, categorie E).
Onder netto-inkomen wordt verstaan de som van alle inkomsten (netto maandloon, groeipakket, zorgtoeslag, huursubsidies en eventuele onderhoudsgelden).
c) de bevoegde erkende overheid de handicap van het kind evalueert met minstens 1 punt op de eerste pijler van de medisch-sociale schaal, zoals bepaald in de regelgeving betreffende de zorgtoeslag voor kinderen met een handicap of een aandoening.
Artikel 4
De aanvragen tot het bekomen van deze toelage moeten uiterlijk op 6 december worden ingediend bij het OCMW van Aartselaar, op een specifiek daartoe voorzien formulier.
Bij de aanvraag moeten de volgende stukken worden gevoegd:
a) een kopie van het attest, afgeleverd door een arts van de bevoegde overheid, waarbij het aantal punten op de eerste pijler van de medisch-sociale schaal wordt vastgesteld.
b) een kopie van het aanslagbiljet in de personenbelasting van het laatst gekende aanslagjaar.
c) een gezinssamenstelling, afgeleverd door het gemeentebestuur (dienst Bevolking).
Artikel 5
Het sociaal tarief kan, na onderzoek, voor één jaar worden toegekend. De toelage wordt toegekend binnen de perken van het krediet dat is ingeschreven in de OCMW-begroting van het desbetreffende dienstjaar. Het dossier moet jaarlijks worden herzien.
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende het toekennen van een subsidie voor socio-culturele participatie dient te worden geactualiseerd.
Artikel 1
De subsidie voor socio-culturele participatie is een toelage die de financiële drempel voor culturele, sport- en jeugdactiviteiten moet verlagen. De subsidie kan worden toegekend voor de betaling van lidgelden, meerdaagse schoolactiviteiten, kampen, enzovoort.
De subsidie is bestemd voor inwoners van de gemeente Aartselaar die behoren tot één van de volgende categorieën:
Cliënten in begeleiding bij het OCMW kunnen een aanvraag doen voor deze subsidie: hetzij voor zichzelf, hetzij voor hun inwonende studerende kinderen.
De maatschappelijk werkers informeren hun cliënten over deze subsidie en dienen aanvragen in bij het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
De subsidie bestaat uit een tussenkomst van 50% in de kostprijs van de activiteiten vermeld in artikel 1, begrensd tot een maximumbedrag van 200 euro per volwassene of kind per jaar. De overige 50% moeten worden betaald door de cliënt, die zelf een aanvraag indient voor een mogelijke tussenkomst bij de mutualiteit, werkgever e.d.
Subsidies voor socio-culturele participatie kunnen worden toegekend voor zover deze de jaarlijks hiervoor ingeschreven bedragen in het budget van het OCMW, gebaseerd op de door de POD Maatschappelijke Integratie aan het OCMW toegekende middelen, niet overschrijden.
Artikel 5
Het OCMW betaalt de subsidie rechtstreeks aan de vereniging of organisator van de activiteiten.
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende de psychologische hulpverlening dient geactualiseerd te worden.
Artikel 1
Cliënten in begeleiding, zowel volwassenen als kinderen, kunnen een beroep doen op de psychologische dienstverlening van het OCMW. De aanmelding van een cliënt bij de psycholoog gebeurt door een maatschappelijk werker. Op regelmatige tijdstippen vindt er overleg plaats tussen hen over de evolutie
De bijdrage van de cliënt voor deze dienstverlening verschilt naargelang het inkomen. Onder netto-inkomen wordt verstaan: de som van alle inkomsten (netto maandloon, groeipakket, zorgtoeslag, huursubsidies en eventuele onderhoudsgelden).
De maatschappelijk werker berekent de bijdrage volgens het reglement. Dit bedrag wordt genoteerd in de afsprakenagenda.
De bijdrage verschilt per categorie:
• Inkomen gelijk aan het leefloon volgens categorie (of een ander inkomen met hetzelfde bedrag): 5 euro
• Inkomen leefloon volgens categorie × 150%: 10 euro
• Inkomen leefloon volgens categorie × 175%: 20 euro
• Inkomen leefloon volgens categorie × 200%: 60 euro
(deze categorie geldt enkel voor dringende aanvragen)
Bij het niet nakomen van de afspraak wordt 10 euro aangerekend.
Artikel 3
De cliënt betaalt de bijdrage voor de consultatie aan de psycholoog.
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende het verlenen van een financiële tegemoetkoming voor zittend rolwagenvervoer dient te worden geactualiseerd.
Artikel 1
Een financiële tegemoetkoming voor zittend rolwagenvervoer kan toegekend worden aan rolstoelgebruikers die woonachtig zijn te Aartselaar en over een inkomen beschikken dat lager is dan 200% van het leefloon van de categorie waartoe men behoort. Onder netto inkomen wordt verstaan de som van alle inkomsten (netto maandloon, groeipakket, zorgtoeslag, huursubsidies en eventuele onderhoudsgelden).
Artikel 2
Voor het bekomen van deze financiële tegemoetkoming dient men een aanvraag in te dienen bij het OCMW (Sociaal Huis, Kapellestraat 136, 2630 Aartselaar).
Artikel 3
Er wordt voor 75% tegemoet gekomen in de factuur voor zittend rolwagenvervoer uitgevoerd door een gespecialiseerde firma. De tegemoetkoming is begrensd tot maximaal 440 euro per persoon per jaar.
Artikel 4
De tegemoetkoming wordt toegekend na ontvangst en goedkeuring van de betreffende factuur door het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Artikel 5
Dit reglement vervangt het vorige en wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende het betalen van een begrafeniskost door het OCMW dient geactualiseerd te worden.
Artikel 1
Om voor de betaling van begrafeniskosten door het OCMW Aartselaar in aanmerking te komen moet de overledene op de dag van overlijden ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente Aartselaar of ten gevolge van wet van 2 april 1965 ten laste zijn van het OCMW Aartselaar.
Het OCMW Aartselaar is tevens bevoegd voor een dakloze overledene, die op het grondgebied Aartselaar komt te overlijden.
Artikel 2
Voor overleden behoeftige personen gesteund door het OCMW en voor wie zich geen nabestaanden melden voor het regelen van de uitvaart, komt het OCMW uitzonderlijk tussen.
Het OCMW komt ook tussen indien na sociaal onderzoek blijkt dat nabestaanden, die wensen over te gaan tot begrafenis of crematie, hier zelf onvoldoende middelen voor hebben.
Artikel 3
Aan rusthuisbewoners die ten laste zijn van het OCMW Aartselaar wordt toegestaan een bedrag van 3.000 euro te behouden op hun zichtrekening of spaarrekening als reserve voor toekomstige begrafeniskosten.
Artikel 4
Met het oog op tussenkomst in de begrafeniskosten wordt het OCMW Aartselaar binnen de 24 uur na het overlijden gecontacteerd door de erfgenamen en/of de begrafenisondernemer.
Artikel 5
De begrafenis wordt geregeld door een begrafenisonderneming, die zich contractueel verbonden heeft met het OCMW Aartselaar.
De keuze van de overlevende aangaande ter aarde bestelling of crematie - voor zover deze gekend is – wordt gerespecteerd.
De basisdienstverlening wordt ten laste genomen door het OCMW, nl. de kosten van het overbrengen en afleggen van de overledene, de opbaring in het mortuarium, het gebruik van een sobere doodskist of urne, het vervullen van de administratie rond het overlijden, de ceremonie, het gebruik van een rouwauto, een houten kruis en/of het uitstrooien van de as. Er worden maximaal 25 overlijdensberichten en 25 bidprentjes zonder foto ten laste genomen.
De kosten van een zangkoor, bloemen, een grafzerk, rouwmaaltijd of koffietafel worden niet ten laste genomen.
Artikel 6
De ten laste genomen kosten kunnen al dan niet geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden overeenkomstig artikel 98 §2 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976 en artikel 205 van het B.W. Hierbij kan er rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomsten bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijk integratie.
Artikel 7
De begrafeniskosten worden in het algemeen beschouwd als een last van de nalatenschap. De begrafeniskosten zijn verplicht te betalen, op basis van de onderhoudsplicht (art. 203, 205 en 213 B.W.) Ouders zijn verplicht tot onderhoud van de kinderen, kinderen tot onderhoud van de ouders in de mate waarin deze laatsten behoeftig zijn.
Een erfgenaam is gehouden tot betaling van de begrafeniskosten indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- hij moet een erfgenaam zijn, die krachtens de wet tot onderhoud gehouden is;
- de overledene moet behoeftig en de erfgenaam vermogend zijn;
- de gemaakte kosten moeten in verhouding staan tot de levensstandaard van de overledene.
Enkel indien deze voorwaarden niet voldaan zijn, kan het OCMW Aartselaar de begrafeniskosten ten laste nemen.
Een erfgenaam die een nalatenschap verwerpt, kan toch verplicht worden om bij te dragen in de kosten van de begrafenis. Het bestellen en betalen van de begrafenis worden echter niet beschouwd als een daad van aanvaarding van de erfenis.
Een onderhoudsplichtige erfgenaam is alleen gehouden tot het betalen van deze kosten voor zover hij zelf over voldoende middelen beschikt. Dit is vastgelegd in artikel 208 van het Burgerlijk Wetboek.
Om te bepalen of een erfgenaam al dan niet vermogend is, moet zijn financiële situatie onderzocht worden via een sociaal financieel onderzoek. Daarbij kan rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomsten zoals bepaald in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
Artikel 8
Ieder dossier wordt afzonderlijk onderzocht en voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Afwijkingen op dit reglement kunnen slechts uitzonderlijk toegestaan worden bij beslissing van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst op basis van een grondig gemotiveerd sociaal verslag door een maatschappelijk werker.
In dringende gevallen dient er een besluit genomen te worden door de voorzitter van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, dat ter bekrachtiging wordt voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Artikel 9
Dit reglement vervangt het vorige en treedt in werking op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
Het huidig reglement betreffende de gratis voedselbedeling Sociaal Huis Aartselaar dient te worden geactualiseerd.
Artikel 1
Alle inwoners van Aartselaar die een netto-inkomen hebben dat gelijk is of lager ligt dan 150% van het leefloon volgens categorie, alsook mensen die vallen onder collectieve schuldenregeling, komen voor deze gratis voedselbedeling in aanmerking.
Artikel 2
De aanvraagprocedure gebeurt via een maatschappelijk werker van OCMW Aartselaar. Deze voert een sociaal en financieel onderzoek uit en beslist aan de hand van dit onderzoek en aanvullende criteria of de aanvrager een goedkeuring krijgt. De aanvullende criteria doelen op de financiële situatie, de kwetsbaarheid en de begeleiding en opvolging.
Bij de aanvraag moet de aanvrager bewijsstukken van zijn totaal inkomen voorleggen als ook de bewijsstukken voor de aanvullende criteria
Afhankelijk van het voorafgaande onderzoek wordt een weigering, een voorwaardelijke goedkeuring van 3 maanden of een goedkeuring van 1 jaar gegeven.
De aanvragen worden jaarlijks (of bij een voorwaardelijke goedkeuring: na 3 maanden) herzien.
Artikel 3
De personen met een goedkeuring krijgen de mogelijkheid om bij het OCMW gratis voedsel op te halen. Afhankelijk van de gezinssituatie is dat 1 maal per maand (alleenstaanden met maximum 1 kind), 2 x per maand (alleenstaanden met 2 of meerdere kinderen of gezinnen met maximum 1 kind) of 1 maal per week (gezinnen met 2 of meerdere kinderen). De ophaalmomenten zijn op woensdagnamiddag van 14u tot 15u30 en vrijdagvoormiddag van 9u tot 11u, enkel na afspraak.
Artikel 4
Bij elk ophaalmoment wordt per persoon bijgehouden welke voedingswaren worden meegenomen. Dit document wordt na elk ophaalmoment door de cliënt ondertekend.
Artikel 5
Bij tweemaal afwezigheid zonder verwittigen, bedreiging of geweld tegen medewerkers, doorverkoop van de producten en sluikstorten wordt overgegaan tot onmiddellijke schrapping van de goedkeuring.
Artikel 5
Dit reglement wordt van kracht op 1 januari 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.
De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.
De plaatsingsovereenkomst bij opname in een woonzorgcentrum diende geactualiseerd te worden.
Enig artikel
De geactualiseerde plaatsingsovereenkomst bij opname in een woonzorgcentrum, met bijhorende documenten (richtlijnen betreffende de besteding van het zakgeld van geplaatste bejaarden, betalingsverbintenis, borgstelling, verklaring van opheffing bankgeheim) goed te keuren.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De bestaande samenwerking tussen de sociale kruidenier “De Kompanie” en de OCMW’s van Kontich, Edegem, Hove en Aartselaar loopt ten einde op 31 december 2025. Om de voortzetting van de werking te verzekeren, werd een nieuwe intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst opgesteld voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
De samenwerkingsovereenkomst legt de wederzijdse engagementen vast tussen de vier OCMW’s en De Kompanie.
Enig artikel
De samenwerkingsovereenkomst 2026–2031 tussen OCMW Kontich, OCMW Edegem, OCMW Hove, OCMW Aartselaar en de feitelijke vereniging De Kompanie goed te keuren.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en in het bijzonder op artikel 40 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad, en latere wijzigingen.
Het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking (hierna kortweg “DIS”).
De laatst gecoördineerde statuten van Vlotter.
Het feit dat de gemeente aangesloten is bij Vlotter.
Het gemeenteraadsbesluit inzake de aanduiding van de vertegenwoordiger van de gemeente voor alle (buitengewone) algemene vergaderingen van Vlotter gedurende deze legislatuur.
De oproepingsbrief van 5 december 2025 tot de buitengewone algemene vergadering van Vlotter d.d. dinsdag 06 januari 2026 om 19u in de vergaderzaal van Vlotter Facilities, Tunnelweg 1 te 2845 Niel, met de volgende agendapunten:
1. Ontslag commissaris-bedrijfsrevisor boekjaren 2022, 2023 en 2024
2. Benoeming commissaris-bedrijfsrevisor boekjaren 2025.2026 en 2027
De OCMW-raad neemt kennis van de dagorde van deze vergadering en stelt het stemgedrag van de gemeentelijke vertegenwoordiger vast, conform de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
De gemeenteraad heeft de bijhorende documenten met betrekking tot de vermelde agendapunten onderzocht.
Er zijn geen redenen om de goedkeuring van de voorgelegde agendapunten te weigeren.
Artikel 1
Goedkeuring te verlenen aan de agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van Vlotter d.d. dinsdag 06 januari 2026 om 19u in de vergaderzaal van Vlotter Facilities, Tunnelweg 1 te 2845 Niel.
agenda:
1. Ontslag commissaris-bedrijfsrevisor boekjaren 2022, 2023 en 2024
2. Benoeming commissaris-bedrijfsrevisor boekjaren 2025.2026 en 2027
Artikel 2
De gemeentelijke vertegenwoordiger wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van Vlotter d.d. dinsdag 06 januari 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden) te handelen en te beslissen conform dit besluit.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan Vlotter.