Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  OCMW-raad

ma 15/12/2025 - 22:00

Reglement betreffende de betaling van begrafeniskosten door het OCMW. Goedkeuring actualisering.

Aanwezig: Yves Hulin, Voorzitter
Sophie De Wit, burgemeester
Bart Lambrecht, Mark Vanhecke, Anouk Beels, Hans Cops, Hilde Heyman, schepenen
Isabelle de Beukelaar, Paula De Leeuw, Kathy Mommen, Kris Vandromme, Filip Vanheukelom, Eddy Vermoesen, Glenn Anné, Paul Rens, Marc Sorber, Nadine Francus, Lea Den Abt, Rudy Siebens, Kris Wils, Rita Ceulemans, Ive De Saeger, raadsleden
Peter van Mechelen, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Eddy Bal, raadslid

De OCMW-raad besloot het 0reglement goed te keuren.

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals laatst gewijzigd.

De Wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.

Het huidig reglement betreffende het betalen van een begrafeniskost door het OCMW dient geactualiseerd te worden.

Publieke stemming
Aanwezig: Yves Hulin, Sophie De Wit, Bart Lambrecht, Mark Vanhecke, Anouk Beels, Hans Cops, Hilde Heyman, Isabelle de Beukelaar, Paula De Leeuw, Kathy Mommen, Kris Vandromme, Filip Vanheukelom, Eddy Vermoesen, Glenn Anné, Paul Rens, Marc Sorber, Nadine Francus, Lea Den Abt, Rudy Siebens, Kris Wils, Rita Ceulemans, Ive De Saeger, Peter van Mechelen
Voorstanders: Yves Hulin, Sophie De Wit, Bart Lambrecht, Mark Vanhecke, Anouk Beels, Hans Cops, Hilde Heyman, Isabelle de Beukelaar, Paula De Leeuw, Kathy Mommen, Kris Vandromme, Filip Vanheukelom, Eddy Vermoesen, Glenn Anné, Paul Rens, Marc Sorber, Nadine Francus, Lea Den Abt, Rudy Siebens, Kris Wils, Rita Ceulemans, Ive De Saeger
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Artikel 1

Om voor de betaling van begrafeniskosten door het OCMW Aartselaar in aanmerking te komen moet de overledene op de dag van overlijden ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente Aartselaar of ten gevolge van wet van 2 april 1965 ten laste zijn van het OCMW Aartselaar.
Het OCMW Aartselaar is tevens bevoegd voor een dakloze overledene, die op het grondgebied Aartselaar komt te overlijden.


Artikel 2
Voor overleden behoeftige personen gesteund door het OCMW en voor wie zich geen nabestaanden melden voor het regelen van de uitvaart, komt het OCMW uitzonderlijk tussen.
Het OCMW komt ook tussen indien na sociaal onderzoek blijkt dat nabestaanden, die wensen over te gaan tot begrafenis of crematie, hier zelf onvoldoende middelen voor hebben.


Artikel 3
Aan rusthuisbewoners die ten laste zijn van het OCMW Aartselaar wordt toegestaan een bedrag van 3.000 euro te behouden op hun zichtrekening of spaarrekening als reserve voor toekomstige begrafeniskosten.


Artikel 4
Met het oog op tussenkomst in de begrafeniskosten wordt het OCMW Aartselaar binnen de 24 uur na het overlijden gecontacteerd door de erfgenamen en/of de begrafenisondernemer.


Artikel 5
De begrafenis wordt geregeld door een begrafenisonderneming, die zich contractueel verbonden heeft met het OCMW Aartselaar.
De keuze van de overlevende aangaande ter aarde bestelling of crematie - voor zover deze gekend is – wordt gerespecteerd.
De basisdienstverlening wordt ten laste genomen door het OCMW, nl. de kosten van het overbrengen en afleggen van de overledene, de opbaring in het mortuarium, het gebruik van een sobere doodskist of urne, het vervullen van de administratie rond het overlijden, de ceremonie, het gebruik van een rouwauto, een houten kruis en/of het uitstrooien van de as. Er worden maximaal 25 overlijdensberichten en 25 bidprentjes zonder foto ten laste genomen.
De kosten van een zangkoor, bloemen, een grafzerk, rouwmaaltijd of koffietafel worden niet ten laste genomen.


Artikel 6
De ten laste genomen kosten kunnen al dan niet geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden overeenkomstig artikel 98 §2 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976 en artikel 205 van het B.W. Hierbij kan er rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomsten bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijk integratie.


Artikel 7
De begrafeniskosten worden in het algemeen beschouwd als een last van de nalatenschap. De begrafeniskosten zijn verplicht te betalen, op basis van de onderhoudsplicht (art. 203, 205 en 213 B.W.) Ouders zijn verplicht tot onderhoud van de kinderen, kinderen tot onderhoud van de ouders in de mate waarin deze laatsten behoeftig zijn.
Een erfgenaam is gehouden tot betaling van de begrafeniskosten indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- hij moet een erfgenaam zijn, die krachtens de wet tot onderhoud gehouden is;
- de overledene moet behoeftig en de erfgenaam vermogend zijn;
- de gemaakte kosten moeten in verhouding staan tot de levensstandaard van de overledene.
Enkel indien deze voorwaarden niet voldaan zijn, kan het OCMW Aartselaar de begrafeniskosten ten laste nemen.
Een erfgenaam die een nalatenschap verwerpt, kan toch verplicht worden om bij te dragen in de kosten van de begrafenis. Het bestellen en betalen van de begrafenis worden echter niet beschouwd als een daad van aanvaarding van de erfenis.
Een onderhoudsplichtige erfgenaam is alleen gehouden tot het betalen van deze kosten voor zover hij zelf over voldoende middelen beschikt. Dit is vastgelegd in artikel 208 van het Burgerlijk Wetboek.
Om te bepalen of een erfgenaam al dan niet vermogend is, moet zijn financiële situatie onderzocht worden via een sociaal financieel onderzoek. Daarbij kan rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomsten zoals bepaald in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

Artikel 8
Ieder dossier wordt afzonderlijk onderzocht en voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Afwijkingen op dit reglement kunnen slechts uitzonderlijk toegestaan worden bij beslissing van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst op basis van een grondig gemotiveerd sociaal verslag door een maatschappelijk werker.
In dringende gevallen dient er een besluit genomen te worden door de voorzitter van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, dat ter bekrachtiging wordt voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.

Artikel 9
Dit reglement vervangt het vorige en treedt in werking op 1 januari 2026.