De gemeenteraad besloot om het nieuwe belastingreglement voor de aanslagjaren 2026-2031 goed te keuren.
De Grondwet, artikel 170 §4.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals laatst gewijzigd.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals laatst gewijzigd.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Op 31 december 2025 verstrijkt de heffingsduur van de belasting op reclame- en uithangborden, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2019 en waarvan de wijzigingen zijn goedgekeurd op 19 mei 2025.
Gezien de financiële toestand van de gemeente is het billijk deze belasting te heffen.
Dat een overvloed aan reclame- en uithangborden visuele vervuiling veroorzaakt en deze belasting tevens tot doel heeft het aantal reclameborden in het straatbeeld te beperken.
Dat het tarief pas ontradend en effectief kan zijn als het hoog genoeg is, maar het daarnaast niet zo hoog mag zijn dat de vrijheid van handel in het gedrang wordt gebracht.
Dat rekening houdend met de vrijheid van handel er geen belasting wordt geheven op de borden kleiner dan 4m² die enkel gebruikt worden voor de aankondiging van de eigen firmanaam op de plaats waar de bedrijfsuitbating is gevestigd.
Dat tevens geen belasting wordt geheven ten aanzien van borden zonder louter handelskarakter, die tevens een bepaalde taak van algemeen belang of openbaar nut vervullen, meer bepaald:
Borden, geplaatst door openbare besturen, openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd;
Borden die alleen gebruikt worden voor de notariële aankondigingen;
Borden die alleen gebruikt worden ter gelegenheid van de wettelijk voorziene verkiezingen;
Borden geplaatst door politieke, culturele, sociale of godsdienstige organisaties wanneer het gaat om aankondigingen van hun eigen activiteiten op politiek, cultureel, sociaal of godsdienstig vlak, op voorwaarde dat die borden niet langer dan één maand voor de aankondiging van hun activiteit worden aangewend.
Dat de borden geplaatst op sportterreinen en gericht naar de plaats van sportbeoefening die bedoeld zijn voor de bezoekers en gebruikers van het sportterrein eerder dan de gebruikers van de openbare weg tevens vrijgesteld worden van de belasting nu deze niet vergelijkbaar zijn met de borden die gericht zijn ten aanzien van de gebruikers van de openbare weg. Degene die met het betreffende bord reclame maakt, mikt op het publiek dat naar de sportactiviteiten op die sportterreinen komt, waarbij de zichtbaarheid vanop de openbare weg eerder toevallig is.
FINANCËN
Budgetcode 7342200: “Reclameborden”.
Artikel 1 - Heffingstermijn – belastbaar voorwerp
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting te vestigen op reclame- en uithangborden, al dan niet gepersonaliseerd, in de vorm van teksten, merknamen, tekeningen, emblemen, pictogrammen of logo's en zonder dat deze opsomming beperkend is en die tot doel hebben de naam van de eigenaar of exploitant of de aard van de activiteit of de merknaam van de producten te vermelden of te symboliseren, en die ten minste één vierkante meter oppervlakte hebben.
Artikel 2 - Definities
Onder reclame- en uithangborden wordt verstaan elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in openlucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel.
Worden gelijkgesteld met genoemde borden: de muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om reclame erop aan te brengen.
Artikel 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de beschikking (vrij gebruik) heeft over het reclamebord. Is deze niet gekend, dan is dit de eigenaar van de grond waarop het bord geplaatst is of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop de reclame is aangebracht.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarieven
§1. De belasting wordt vastgelegd op € 36,00 per vierkante meter per jaar.
§2. De belasting wordt vastgelegd per bord en de gedeelten van elke vierkante meter, groter dan 50 dm², worden als een eenheid behandeld.
§3. Voor een bord wordt als belastbare oppervlakte de publicitair nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de volledige binnenoppervlakte van het bord, zonder de lijst. Voor de borden die meer dan één zijde hebben, wordt de belasting berekend op de totale oppervlakte van de zichtbare zijden. Voor muren en afsluitingen beperkt de belastbare oppervlakte zich tot het beschilderde of beplakte deel ervan, of door de oppervlakte, die bekomen wordt door een rechthoek, waarbij de uiterste punten van een op een andere wijze vastgehechte reclame de raakpunten vormen. Hierbij dient de bedekte totale oppervlakte beschouwd te worden als één bord, ook indien verschillende reclames erop voorkomen.
§4. De belastbare oppervlakte van twee of meer gelijkwaardige belastbare voorwerpen, die naast elkaar geplaatst zijn of derwijze bijeengebracht dat zij één geheel vormen, worden als één geheel beschouwd.
§5. De belasting is ondeelbaar en voor het hele belastingjaar verschuldigd, ongeacht de datum van plaatsing, ingebruikname of verwijdering van de reclame.
Artikel 5 - Vrijstellingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
• de borden die kleiner zijn dan 4m² en die enkel gebruikt worden voor de aankondiging van de eigen firmanaam op de plaats waar de bedrijfsuitbating gevestigd is. Indien meerdere soortgelijke borden op het terrein opgesteld staan, worden voor de toepassing van dit artikel de oppervlakten van al deze borden samengeteld;
• de borden, geplaatst door openbare besturen, openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd;
• de borden die alleen gebruikt worden voor de notariële aankondigingen;
• de borden die alleen gebruikt worden ter gelegenheid van de wettelijk voorziene verkiezingen;
• de borden, alhoewel zichtbaar vanaf de openbare weg, geplaatst op sportterreinen en gericht naar de plaats van sportbeoefening;
• de borden geplaatst door politieke, culturele, sociale of godsdienstige organisaties, wanneer het gaat om aankondigingen van hun eigen activiteiten op politiek, cultureel, sociaal of godsdienstig vlak, op voorwaarde dat die borden niet langer dan één maand voor de aankondiging van hun activiteit aangewend worden.
Artikel 6 - Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige, vermeld in artikel 3, is ertoe gehouden uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar aangifte te doen bij de gemeente.
§2. De borden geplaatst in de loop van het aanslagjaar, en niet begrepen in de aanvankelijke aangifte, dienen aangegeven te worden binnen de veertien dagen na de plaatsing en uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar. Zij worden eveneens voor een volledig dienstjaar belast.
§3. Als aangiftedatum geldt de datum van verzending of - bij afgifte - de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste aangiftedatum vermeld in §1-2 op een zaterdag of een zondag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
§4. De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website en kan worden opgevraagd bij de gemeente.
§5. Bij verwijdering dient het gemeentebestuur hiervan binnen de veertien dagen per aangetekend schrijven te worden in kennis gesteld.
Artikel 7 - Controlemiddelen
De aangestelde personeelsleden zijn gemachtigd om alle inbreuken op deze verordening vast te stellen. De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.
Artikel 8 - Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan tijdige aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast volgens de gegevens waarover de gemeente beschikt, onverminderd het recht op bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 9 - Belastingverhoging
De overeenkomstig artikel 8 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 10 - Wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11 - Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12 - Bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 13 - Verwijzingsregel
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Artikel 14 - Opheffing
Het gemeentelijk belastingreglement op reclame- en uithangborden voor de dienstjaren 2020-2025, goedgekeurd in de gemeenteraad van 16 december 2019, wijzigingen goedgekeurd door de gemeenteraad van 19 mei 2025, wordt opgeheven en vervangen door onderhavig reglement.
Artikel 15 - Inwerkingtreding en bekendmaking
Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.