Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:00

Retributiereglement op het kortparkeren en het parkeren in een blauwe zone. Goedkeuring voor de periode 2026-2031.

Aanwezig: Yves Hulin, Voorzitter
Sophie De Wit, burgemeester
Bart Lambrecht, Mark Vanhecke, Anouk Beels, Hans Cops, Hilde Heyman, schepenen
Isabelle de Beukelaar, Paula De Leeuw, Kathy Mommen, Kris Vandromme, Filip Vanheukelom, Eddy Vermoesen, Glenn Anné, Paul Rens, Marc Sorber, Lea Den Abt, Rudy Siebens, Kris Wils, Nadine Francus, Rita Ceulemans, Ive De Saeger, raadsleden
Peter van Mechelen, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Eddy Bal, raadslid

De gemeenteraad keurde het retributiereglement voor het kortparkeren en het parkeren in een blauwe zone goed voor de periode 2026–2031. Het reglement bepaalt dat wie langer parkeert dan toegelaten of geen parkeerschijf correct plaatst, een retributie van € 30 per dag verschuldigd is. Er werden ook verduidelijkingen opgenomen rond vrijstellingen, betaling en invordering. 

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Het bestaande retributiereglement voor het kortparkeren en het parkeren in de blauwe zone loopt af op 31 december 2025. In functie van de continuïteit van de handhaving en inning van retributies werd een geactualiseerd reglement opgesteld voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. In het nieuwe reglement werden enkele bepalingen aangepast om meer juridische zekerheid te bieden.

Het reglement beoogt een doeltreffend beheer van de beschikbare parkeerruimte in zones waar beperkte parkeertijd van toepassing is, zoals blauwe zones en kortparkeerzones. Door een retributie op te leggen aan voertuigen die de toegelaten parkeerduur overschrijden of zich niet aan de geldende regels houden, wordt een hoge rotatiegraad van voertuigen gestimuleerd. Dit bevordert de bereikbaarheid van lokale handelszaken, diensten en woongebieden. Daarnaast draagt het bij aan een verhoogde naleving van de parkeerregels, vermindert het langdurig bezet houden van parkeerplaatsen en bevordert het een vlotte doorstroming in het gemeentelijk verkeer. Het reglement voorziet ook in een gestructureerde aanpak voor de inning van retributies, wat zorgt voor administratieve efficiëntie en rechtszekerheid voor alle betrokken partijen.

Het nieuwe reglement voorziet in een forfaitaire retributie van € 30 per dag wanneer voertuigen langer parkeren dan de toegelaten tijd in een blauwe zone of bij kortparkeren, en dit zonder correcte plaatsing van een parkeerschijf. Personen met een handicap worden vrijgesteld, mits correcte identificatie. Het reglement verduidelijkt ook de betalingswijze, de invorderingsprocedure (met onder andere een gefaseerde aanmaningsstrategie), en bepaalt dat het college bevoegd is voor verdere regeling van tarieven en inning. De aangepaste bepalingen zorgen voor een efficiëntere handhaving en sluiten beter aan bij de actuele noden.

Publieke stemming
Aanwezig: Yves Hulin, Sophie De Wit, Bart Lambrecht, Mark Vanhecke, Anouk Beels, Hans Cops, Hilde Heyman, Isabelle de Beukelaar, Paula De Leeuw, Kathy Mommen, Kris Vandromme, Filip Vanheukelom, Eddy Vermoesen, Glenn Anné, Paul Rens, Marc Sorber, Lea Den Abt, Rudy Siebens, Kris Wils, Nadine Francus, Rita Ceulemans, Ive De Saeger, Peter van Mechelen
Voorstanders: Yves Hulin, Sophie De Wit, Bart Lambrecht, Mark Vanhecke, Anouk Beels, Hans Cops, Hilde Heyman, Isabelle de Beukelaar, Paula De Leeuw, Kathy Mommen, Kris Vandromme, Filip Vanheukelom, Eddy Vermoesen, Lea Den Abt, Rudy Siebens, Rita Ceulemans, Ive De Saeger
Tegenstanders: Glenn Anné, Paul Rens, Marc Sorber, Nadine Francus
Onthouders: Kris Wils
Resultaat: Met 17 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 1 onthouding

Artikel 1

Voor de termijn van het vigerend retributiereglement, meer bepaald van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, wordt een gemeentelijke retributie gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg.
Dit reglement beoogt het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is én waar een blauwe zone-reglementering of kortparkeren van toepassing is.
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, §2, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten.

 

Artikel 2

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

- Een forfaitair bedrag van € 30 per dag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is (de maximale duur toegelaten door de verkeersborden).

De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van een geldige parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975.

Deze reglementering is niet van toepassing op de bewoners die de door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart, overeenkomstig het ministerieel besluit van 18 december 1991 zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig. De gemeente Aartselaar kent géén bewonerskaarten toe.

 

Artikel 3

Worden vrijgesteld van de gemeentelijke retributie op plaatsen waar een blauwe zone reglementering van toepassing is:

- De personen met een handicap, mits zij de afgeleverde parkeerkaart voor personen met een handicap, uitgereikt door de daartoe bevoegde instantie, zichtbaar aanbrengen of geregistreerd zijn in het centraal parkeerrechtenregister. Deze voertuigen hoeven geen parkeerschijf te leggen.

 

Artikel 4

De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat.

De retributie is verschuldigd zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden, en is betaalbaar door overschrijving op de rekening van de gemeente of haar concessiehouder; deze laatste mogelijkheid wordt enkel aangeboden als de gebruiker opteert voor de toepassing van het forfaitair tarief.

 

Artikel 5

Als de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig is geplaatst of in geval de gebruiker de pijl niet op het streepje plaatst dat volgt op het tijdstip van aankomst of indien de gebruiker de aanduidingen wijzigt zonder dat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten, wordt de gebruiker steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 2 bedoelde forfaitaire tarief.

Bij toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de gemeente of haar concessiehouder een uitnodiging om de retributie binnen de vijf dagen te betalen aan op de voorruit van het voertuig.

 

Artikel 6

De invorderingsprocedure voor consumenten aan te passen om in overeenstemming te zijn met de nieuwe invorderingswetgeving en in overeenstemming te brengen met de invorderingsprocedure zoals in het lokaal bestuur.

Bij niet-betaling wordt een eerste kosteloze aanmaning verstuurd. Vervolgens een tweede aanmaning met een verhoging van € 10. Daarna kan eventueel een derde aanmaning worden verstuurd met weer een verhoging van € 10.

Bij niet-betaling na bovenstaande aanmaningen ontvangt de concessiehouder een uitvoerbare titel van de gemeente, waarmee de deurwaarder aan de slag kan voor het opstellen van het dwangbevel. Dit wordt vervolgens aan de financieel directeur aangeboden ter ondertekening (digitaal), waarna het deurwaarderskantoor het kan uitvoeren. Door het invoeren van een dwangbevel kunnen de kosten voor de minnelijke fase via het deurwaarderskantoor alsnog verhaald worden op de verweerder.

Voor andere partijen dan consumenten is dezelfde invorderingsprocedure van toepassing: bij niet-betaling wordt een eerste kosteloze aanmaning verstuurd. Vervolgens een tweede aanmaning met een verhoging van € 10. Daarna kan eventueel een derde aanmaning worden verstuurd met weer een verhoging van € 10.

Tenslotte, als betaling uitblijft, wordt het dossier toevertrouwd aan een gerechtsdeurwaarder voor verdere inning.

De gerechtsdeurwaarder zet de invordering verder volgens de regels van het gemeen recht door middel van het organiseren van een doorgedreven minnelijke invordering met als doel om de invordering via gerechtelijke weg te vermijden. De kosten van deze minnelijke invordering bedragen maximaal € 30 en zijn ten laste van de debiteur.

Bij niet-betaling na de minnelijke pogingen, ondernomen door de gerechtsdeurwaarder, zal deze laatste de invordering gerechtelijk verderzetten.

De kosten, rechten en uitschotten blootgesteld in alle fasen van de invordering van de verschuldigde bedragen vallen ten laste van de debiteur van de retributie en zullen toegevoegd worden aan het initieel verschuldigd bedrag (bedrag van de retributie en administratieve kosten). Deze kosten, rechten en uitschotten worden berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 30 november 1976 dat het tarief vastlegt van de akten verricht door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van sommige toelagen.

 

Artikel 7

Voortaan het vaststellen van het tarief en de bepaling van de wijze van inning hiervan te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8

Onderhavig reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.