De gemeenteraad besloot een retributiereglement m.b.t. de begraafplaatsen principieel goed te keuren voor de periode 01.01.2026 - 31.12.2031.
De grondwet, artikel 170 §4.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals laatst gewijzigd.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het bestaande retributiereglement met betrekking tot de begraafplaatsen loopt op 31.12.2025 ten einde.
Voor 1.1.2026 dient een nieuw retributiereglement door de gemeenteraad te worden vastgesteld.
Het voorstel om voor de periode 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 de huidige tarieven te behouden.
Artikel 1
Vanaf 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 retributies te vestigen op graf-, columbarium- en urnenveldconcessies. Bij het verlenen van een nieuwe concessie of het hernieuwen ervan voor een periode van 20 jaar gelden volgende tarieven:
Artikel 2
Voor het hernieuwen van concessies voor een periode van minder dan 20 jaar ten gevolge van een bijbegraving of bijzetting wordt het verschuldigde concessietarief vastgesteld in verhouding tot het aantal volle jaren, waarmee de oorspronkelijke concessietermijn wordt verlengd. Indien dit bedrag niet wordt betaald, worden de belanghebbenden geacht af te zien van het recht op verlenging.
Artikel 3
Van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 een retributie van 40 euro te heffen op het afleveren van afdekplaten voor een columbarium of een urnenveld (bovenop de doorrekening van de reële kostprijs van de afdekplaten), een retributie van 25 euro te heffen op het aanbrengen van een naamplaatje op de herdenkingszuil aan de strooiweide en een retributie te heffen op de verstrooiing van stoffelijke overschotten van niet-inwoners ten bedrage van 150 euro op weekdagen en 200 euro op weekenddagen.
Artikel 4
De hogervermelde tarieven moeten na ontvangst van een factuur betaald worden op de rekening van de gemeente of contant in handen van de financieel directeur of zijn aangestelde. Bij gebrek aan betaling in der minne, zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwiste gedeelte zal door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur, geschieden.
Artikel 5
Voortaan de vaststelling van deze retributiebedragen en van de wijze van inning te delegeren naar het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6
Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.