De gemeenteraad besloot het retributiereglement op de invordering van niet-fiscale ontvangsten goed te keuren.
De grondwet, artikel 170 §4.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals laatst gewijzigd.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
De financieel directeur kan volgens artikel 177 van het decreet lokaal bestuur een dwangbevel uitvaardigen bij deurwaardersexploot voor onbetwiste en niet-fiscale ontvangsten.
Hiertoe dient te worden afgebakend wat juist wordt begrepen onder een onbetwiste ontvangst en welke administratie- en aanmaningskosten zullen worden doorgerekend ingeval van niet-betaling.
Aan debiteuren van niet-fiscale ontvangsten dient een redelijke betalingstermijn te worden verleend.
Het versturen van een eerste kosteloze aanmaning voor openstaande niet-fiscale ontvangsten kan na een termijn van 30 kalenderdagen volgend op de factuurdatum als redelijk worden beschouwd.
Bij het verzenden van de eerste aanmaning gaat een nieuwe, bijkomende betaaltermijn van 14 kalenderdagen in.
Na deze tweede betalingstermijn (zijnde inmiddels 30 + 14 kalenderdagen na de factuurdatum) wordt een tweede aanmaning verstuurd met een nieuwe, bijkomende termijn van 14 kalenderdagen.
Hierna (dus 2 maanden na factuurdatum) wordt een aangetekende aanmaning verzonden, vermeerderd met een forfaitaire administratieve kost ten bedrage van € 24,00 waarbij aan de debiteur een laatste termijn van 7 kalenderdagen wordt gegeven om de openstaande schuld te vereffenen.
Gelet op de beginselen van behoorlijk bestuur dient aan debiteuren van niet-fiscale ontvangsten bij het verzenden van de laatste aangetekende aanmaning te worden vermeld dat in de volgende fase een dwangbevel zal worden overgemaakt bij deurwaardersexploot ingeval het openstaande bedrag niet wordt vereffend binnen voormelde termijn of niet redelijk en gegrond wordt betwist.
Het opmaken van een dwangbevel brengt eveneens kosten met zich mee zodat een forfaitair bedrag ten bedrag van € 18,00 kan worden doorgerekend.
De opmaak en verzending van een dwangbevel kan enkel worden overwogen indien een duidelijke rechtsgrond bestaat voor de vordering (factuur, contract, bewijs van een geleverde prestatie tegen een vooraf vastgesteld tarief, …), indien de schuld vervallen is en indien de schuldvordering bovendien niet voor redelijke betwisting vatbaar is.
Artikel 1
Voor de periode die een aanvang neemt op 01.01.2026 en eindigt op 31.12.2031, een retributie te heffen ter recuperatie van de kosten voor het verzenden van aanmaningen en dwangbevelen aan diegenen die de door hen verschuldigde sommen zoals facturen, retributies en huurgelden niet betalen voor de vervaldatum.
Artikel 2
De retributie vast te stellen op:
Artikel 3
Voortaan het vaststellen van de retributiebedragen en de bepaling van de wijze van inning te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 4
Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De bekendmaking van dit reglement aan de toezichthoudende overheid ter kennis te brengen overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.