De gemeenteraad besloot om het nieuwe belastingreglement voor de aanslagjaren 2026-2031 goed te keuren.
Artikel 170§4 van de Grondwet.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentenbelastingen, en latere wijzigingen.
Op 31 december 2025 verstrijkt de heffingsduur van de belasting (raadsbesluit van 23 november 2020) op het vervoer van personen met een politievoertuig (Combitaks).
Administratief aangehouden, (vermoedelijk) dronken en gedrogeerde personen worden regelmatig met een politievoertuig vervoerd, wat de werklast van het politiepersoneel verzwaart. Hierdoor kunnen andere taken in het gedrang komen, zoals de aanwezigheid op straat, terwijl die zichtbare aanwezigheid nochtans zeer belangrijk is om de veiligheid van de burger te verhogen.
Deze belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in artikel 78,4e van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, aangezien de kosten van overbrenging ten laste van de staat komen en dit zonder verhaal op de veroordeelde partijen.
De belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig neemt de financiële toestand van de gemeente in overweging en heeft als doel om een deel van de gemaakte kosten voor politie-interventies te vergoeden, vermits deze eerder het particuliere dan het algemene belang dienen. Bijgevolg is het wenselijk om een belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig te heffen, zodat op die manier wordt bijgedragen in de gemeentelijke uitgaven.
FINANCIËN
Budgetcode GBB-FIN/0020-00/7312000 "Vervoer van personen die overlast veroorzaken"
Artikel 1
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting te vestigen op het vervoer van personen met een politievoertuig op grond van artikel 1 § 2 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, of in het kader van een bestuurlijke aanhouding op grond van artikel 31 van de wet van 5 augustus 1992 op het Politieambt.
Artikel 2
Als rit dient verstaan te worden het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming, door de politie bepaald, is gebracht (politiecommissariaat, thuis, …).
Artikel 3
§1. De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 160 euro per rit en per vervoerd persoon.
§2. De belasting wordt gevestigd door de gemeente op wiens grondgebied de vervoerde persoon het politievoertuig voor het eerst betreedt.
Artikel 4
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval van de voor hem of haar burgerlijk verantwoordelijke persoon. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft. Vrijgesteld van deze belasting is het vervoer van personen met een politievoertuig in het kader van een gerechtelijke aanhouding in de zin van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.
Artikel 5
De belasting zal geschieden bij wijze van een kohier overeenkomstig de bepalingen en voorschriften van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet. De belastingschuldige kan een bezwaar indienen conform de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008. Het bezwaarschrift moet gemotiveerd en met redenen omkleed zijn en schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 6
Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.