De gemeenteraad keurde voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 het heffen van een belasting op overnachtingen in toeristische logies op het grondgebied van Aartselaar. Het reglement bepaalt onder meer wie belastingplichtig is, welke tarieven gelden voor verschillende types logies, en welke vrijstellingen van toepassing zijn. Daarnaast bevat het regels over de aangifte- en meldingsplicht, de inning van de belasting, administratieve geldboetes en de bezwaarprocedure. Het doel van deze maatregel is om toeristische bezoekers bij te laten dragen aan de gemeentelijke voorzieningen en dienstverlening.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017:
Artikel 40, §3 en artikel 41, 14°: bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen, wijzigen en goed te keuren.
Artikelen 286-288: regels voor bekendmaking en inwerkingtreding.
Artikel 330: bestuurlijk toezicht op belastingreglementen.
Om bij te dragen aan de financiering van toeristische infrastructuur, promotie en dienstverlening, wenst de gemeente een belasting in te voeren op het aanbieden van toeristische logies. Deze maatregel sluit aan bij het beleid om toerisme op een duurzame en evenwichtige manier te ondersteunen.
Het gemeentebestuur van Aartselaar wenst voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting te heffen op overnachtingen in toeristische logies die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente. Deze belasting is bedoeld als een bijdrage van toeristische bezoekers aan de lokale infrastructuur en dienstverlening. Het belastingreglement definieert duidelijk wat onder toerist en toeristisch logies wordt verstaan en maakt een onderscheid tussen kamer- en terrein gerelateerde logies, met elk een afzonderlijk tarief. De belasting is verschuldigd door de exploitant van het logies, waarbij ook de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk kan zijn. Het reglement voorziet in vrijstellingen voor bepaalde verblijven en voor toeristen jonger dan 12 jaar. Daarnaast worden bepalingen opgenomen rond de wijze van inning, aangifte- en meldingsplicht, sancties bij niet-naleving, administratieve geldboetes en de bezwaarprocedure. Het geheel beoogt een correcte, transparante en handhaafbare toepassing van de toeristenbelasting.
FINANCIËN
Budgetcode: GBB-FIN/0020-00/7341900 "Toeristenbelasting"
Artikel 1: Het belastbaar voorwerp
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op de overnachtingen in toeristische logies op het grondgebied van de gemeente Aartselaar.
Artikel 2: Definities
Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:
1) Toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving.
2) Toeristisch logies: elke constructie, inrichting, ruimte of terrein, in eender welke vorm, dat aan één of meer toeristen tegen betaling de mogelijkheid tot verblijf biedt voor één of meer nachten en dat wordt aangeboden op de toeristische markt of welke werd aangemeld bij Toerisme Vlaanderen en een erkenning heeft ontvangen.
Zijn geen toeristische logies:
3) Kamer gerelateerde logies: een toeristische logies met één of meer verhuureenheden of een ruimte die mogelijkheid tot verblijf biedt.
4) Terrein gerelateerde logies: een toeristisch logies in centraal beheer waar op een afgebakend terrein wordt gekampeerd of verbleven in verplaatsbare of niet-verplaatsbare verblijven, of dat daarvoor bestemd of ingericht is.
5) Aanbieden op de toeristische markt: het op eender welke wijze publiek aanbieden van een toeristische logies, hetzij als exploitant, hetzij via een tussenpersoon.
6) Exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies exploiteert, voor de rekening van wie een toeristisch logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst.
7) Tussenpersoon: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op eender welke wijze tegen betaling bemiddelt bij het aanbieden van een toeristisch logies op de toeristische markt, promotie maakt voor een toeristisch logies of diensten aanbiedt via dewelke exploitanten en toeristen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden. 2
Artikel 3: Tarief en berekening
a. Algemene bepalingen. De belasting is verschuldigd per jaar. Een overnachting die start in jaar N en eindigt in jaar N+1 wordt beschouwd als een overnachting die heeft plaatsgevonden in jaar N+1.
b. Overnachtingen in terrein gerelateerde logies De belasting bedraagt 0,50 EUR per toerist per overnachting.
c. Overnachtingen in kamer gerelateerde logies De belasting bedraagt 2,00 EUR per toerist per overnachting.
Artikel 4: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant.
De eigenaar(s) van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd, is (zijn) hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Indien de exploitant zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een kwartaal, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij de toeristische logies heeft aangeboden.
In geval van overdracht is de overnemende exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht. In geval van een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende exploitant en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende exploitant, is de belasting verschuldigd door de overnemende exploitant.
Artikel 5: Vrijstellingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
Artikel 6: Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Aangifteplicht en meldingsplicht aangifteplicht
De belastingplichtige moet ten laatste binnen de 14 dagen na afloop van het ieder kwartaal van aanslagjaar aangifte doen bij het gemeentebestuur – afdeling financiën van het aantal overnachtingen die hebben plaatsgevonden in het afgelopen kwartaal. Meer bepaald voor 15 april voor het 1ste kwartaal van het aanslagjaar, voor 15 juli voor het 2de kwartaal van het aanslagjaar, voor 15 oktober voor het 3de kwartaal van het aanslagjaar en voor het 4de kwartaal voor 15 januari volgend op het aanslagjaar.
De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
MELDINGSPLICHT
De exploitant moet ingeval van stopzetting of overdracht dit onmiddellijk meedelen aan het gemeentebestuur, met in desbetreffend geval de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, benaming en adresgegevens). Elke nieuwe exploitant die zich vestigt op het grondgebied moet dit binnen een periode van een maand na aanvang van de exploitatie meedelen aan het gemeentebestuur. Deze meldingen kunnen gebeuren via een van de volgende kanalen:
Artikel 8: Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:
Artikel 9: Administratieve geldboete
Een administratieve geldboete van 90,00 EUR wordt opgelegd indien de meldingsplicht, zoals bepaald in artikel 7, niet wordt gerespecteerd.
Een administratieve geldboete van 250,00 EUR wordt opgelegd in geval van:
Deze boetes zijn cumuleerbaar. Deze boete kan ook opgelegd worden aan een derde, niet-belastingplichtige. De administratieve geldboete wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De administratieve geldboete moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting en de administratieve geldboetes voorzien in dit reglement bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Bezwaren kunnen, met de nodige bewijsstukken, worden ingediend via één van volgende kanalen: