hecht zijn goedkeuring aan de notulen van zijn vergadering van 20.04.2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
De OCMW-raad en gemeenteraad spreken zich in het eerste semester van het financiële boekjaar dat volgt op het financiële boekjaar waarop de rekening betrekking heeft uit over de vaststelling van de jaarrekening.
De gemeente en haar OCMW vormen samen 1 rapporteringsentiteit en maken een geïntegreerde jaarrekening. Juridisch blijven het echter 2 afzonderlijke entiteiten. Daarom stemmen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn elk over hun deel van de gezamenlijke jaarrekening. De gemeenteraad keurt het deel van de jaarrekening zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed en stelt zo de gezamenlijke jaarrekening van de gemeente en het OCMW definitief vast.
Gunstig advies van het MAT d.d. 05/05/2025.
Na bespreking.
Artikel 1
Deel gemeente van jaarrekening 2025 van lokaal bestuur Aartselaar goed te keuren.
Artikel 2
Als gevolg van goedkeuring deel ocmw wordt de gezamenlijke jaarrekening 2025 van gemeente en ocmw definitief vastgesteld.
Artikel 3
Dit besluit zal bekend gemaakt worden volgens de bepalingen van art. 285 en 286 van het decreet over het lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid zal in kennis worden gesteld volgens de bepalingen van art. 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het lokaal bestuur wenst een retributiereglement vast te stellen voor het ambtshalve vaststellen, opruimen, verwijderen en verwerken van sluikstorting.
Sluikstorting veroorzaakt kosten voor het lokaal bestuur, onder meer voor de vaststelling, opruiming, verwijdering en verwerking van afvalstoffen. Omwille van de financiële noodwendigheden is het aangewezen deze kosten te verhalen op de verantwoordelijke en niet ten laste te laten van de algemene middelen.
Daarnaast beoogt het retributiereglement een sensibiliserend en ontradend effect. Door de financiële gevolgen van sluikstorten duidelijk te koppelen aan de gemeentelijke tussenkomst, wordt beoogd sluikstorten te ontmoedigen en correct afvalgedrag te stimuleren.
Artikel 1 – Voorwerp en duurtijd
Voor de periode van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een gemeentelijke retributie gevestigd op het ambtshalve vaststellen, opruimen, verwijderen en verwerken van sluikstorting door lokaal bestuur Aartselaar of in zijn opdracht.
Artikel 2 – Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de sluikstorting heeft verricht, dan wel daarvoor burgerrechtelijk of wettelijk aansprakelijk is.
Artikel 3 – Begrip sluikstorting
Voor de toepassing van dit reglement wordt onder sluikstorting verstaan: het achterlaten, opslaan of storten van afvalstoffen op plaatsen, tijdstippen of op een wijze die door wettelijke of reglementaire bepalingen verboden zijn.
Artikel 4 – Tarief
Het tarief van deze retributie voor het vaststellen, opruimen, verwijderen en verwerken van sluikstorting zoals genoemd onder artikel 1 worden als volgt bepaald in geval de prestaties, zoals voorzien in artikel 1, door de diensten van het lokaal bestuur zelf worden verricht:
270 EUR tot en met 2 m³
135 EUR voor elke begonnen m³ boven de 2m³
Wanneer de prestaties, zoals voorzien in artikel 1, geheel of gedeeltelijk door een derde in opdracht van het lokaal bestuur worden uitgevoerd, wordt het door het lokaal bestuur betaalde factuurbedrag doorgerekend aan de retributieplichtige, vermeerderd met de dossierkosten ten bedrage van 50,00 EUR en in voorkomend geval vermeerderd met de retributie zoals voorzien in de eerste alinea van dit artikel voor het door de door de diensten van het lokaal bestuur zelf verrichte prestaties.
Artikel 5 – Vaststelling van het sluikstort en de gemeentelijke tussenkomst
De sluikstorting, zoals voorzien in artikel 3, en de aard van de noodzakelijke gemeentelijke tussenkomst worden vastgesteld door de daartoe aangewezen personeelsleden van lokaal bestuur Aartselaar, op basis van vaststellingen ter plaatse, foto’s, een verslag of vaststellingsfiche en, in voorkomend geval, gegevens van de dienst die instond voor ophaling, verwijdering of verwerking.
Artikel 6 – Wijze van inning
De retributie wordt gefactureerd na het leveren van de prestaties, zoals voorzien in artikel 1.
Bij gebrek aan betaling in der minne, wordt de retributie burgerrechtelijk ingevorderd voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwiste gedeelte geschiedt door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 7 – Betwisting
De retributieplichtige kan een gemotiveerde schriftelijke betwisting indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de verzendingsdatum van de factuur.
De betwisting vermeldt minstens de identiteit en contactgegevens van de betwister, de referte van de factuur en een duidelijke motivering van de betwisting, met in voorkomend geval de nuttige stavingsstukken.
Een tijdig en ontvankelijk ingediende betwisting schorst de invordering van het betwiste gedeelte tot op het ogenblik dat een beslissing is genomen. Het niet-betwiste gedeelte blijft invorderbaar overeenkomstig artikel 6.
Artikel 8 – Delegatie
Voortaan het vaststellen van de retributiebedragen en de bepaling van de wijze van inning te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 – Samenloop
De toepassing van dit reglement doet geen afbreuk aan de mogelijkheid tot bestuurlijke handhaving, strafrechtelijke vervolging of administratieve sanctionering overeenkomstig de toepasselijke regelgeving.
Artikel 10 – Inwerkingtreding en bekendmaking
Dit reglement treedt in werking op 1 juni 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet over het lokaal bestuur.
Alle eerdere gemeentelijke beslissingen of reglementen die hiermee strijdig zijn of dezelfde materie regelen, worden opgeheven vanaf die datum.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40, §3 en artikel 41, 14°;
De gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder de artikelen 41, 162, tweede lid, 170, §4 en 173, die de gemeenten fiscale autonomie verlenen;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2026/2 van 20 maart 2026 betreffende gemeentefiscaliteit, en eventuele latere wijzigingen;
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 van 20 september 2024 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 en de bijhorende uitvoeringsbesluiten;
De gemeenteraadsbeslissingen van 15 december 2025 betreffende het retributiereglement op de begraafplaatsen en het belastingreglement op ontgravingen voor de periode 2026–2031.
De gemeente Aartselaar beschikt momenteel over twee afzonderlijke reglementen met betrekking tot de begraafplaatsen, met name de gemeenteraadsbeslissingen van 15 december 2025 betreffende het retributiereglement op de begraafplaatsen en het belastingreglement op ontgravingen voor de periode 2026–2031.
De bestaande bepalingen inzake concessies, tarieven, hernieuwingen en ontgravingen sluiten niet langer volledig aan op het geactualiseerde huishoudelijk reglement voor de begraafplaatsen.
Het is aangewezen de bestaande bepalingen te actualiseren. De nieuwe reglementen worden ter goedkeuring voorgelegd in afzonderlijke agendapunten.
Dit draagt bij tot een verhoogde rechtszekerheid voor zowel burgers als administratie en bevordert de transparantie, leesbaarheid en uniforme toepassing van de reglementen.
Enig Artikel
Akkoord te gaan met de opheffing van het bestaande retributiereglement m.b.t. de begraafplaatsen en het belastingreglement op ontgravingen met ingang van 1 juni 2026.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40, §3 en artikel 41, 14°;
Artikel 173 van de Grondwet;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2026/2 van 20 maart 2026 betreffende gemeentefiscaliteit, en eventuele latere wijzigingen;
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering, met latere wijzigingen;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 van 20 september 2024 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 en de bijhorende uitvoeringsbesluiten;
Gelet op het ontwerp van het huishoudelijk reglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen van Aartselaar, met inwerkingtreding op 1 juni 2026.
Gelijktijdig met de goedkeuring van het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen wordt ook het retributiereglement herbekeken.
In dat kader werd een vergelijkende analyse uitgevoerd van de tarieven in de omliggende gemeenten. Op basis daarvan werden bepaalde bedragen geactualiseerd, met als doel deze beter af te stemmen op de gangbare tarieven in de regio, de actuele kostprijs van de dienstverlening en de voorgestelde duurtijden van de concessies.
Daarnaast worden de bepalingen inzake concessies, hernieuwingen en ontgravingen afgestemd op het nieuwe huishoudelijk reglement en samengebracht in één coherent geheel. Dit verhoogt de transparantie en leesbaarheid voor de burger en bevordert een eenduidige toepassing door de administratie.
De gemeente streeft naar een zorgvuldig en evenwichtig financieel beleid, waarbij kosten en dienstverlening op een verantwoorde manier op elkaar worden afgestemd.
Een retributie vormt een bijdrage voor een specifieke dienstverlening die door het gemeentebestuur wordt verstrekt, op verzoek of in het persoonlijk belang van de aanvrager. Deze bijdrage wordt bepaald met respect voor de redelijke verhouding tot de werkelijke kosten die de gemeente maakt.
Het toekennen van een concessie op een gemeentelijke begraafplaats verleent een exclusief en tijdelijk gebruiksrecht op een gedeelte van het openbaar domein. Dit gebruiksrecht gaat gepaard met kosten voor administratie, infrastructuur, aanleg, onderhoud, groenbeheer en algemene opvolging. Het is dan ook aangewezen hiervoor een evenwichtige en billijke bijdrage te voorzien.
Financiële weerslag:
De ontvangsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026–2031 onder volgende budgetsleutels:
• GBB-BEGR/0990-00/7002100/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
• GBB-BEGR/0990-00/7002030/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
• GBB-BEGR/0990-00/7060001/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
Enig Artikel
Onderstaande retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen goed te keuren:
Retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen
Artikel 1 – Heffingstermijn
Met ingang van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor:
De concessies worden verleend overeenkomstig het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen.
Artikel 2 – Tarieven
Algemene bepalingen
De volgende bepalingen zijn van toepassing:
Concessies (duur: 30 jaar, ingaand op de datum van de eerste begraving)
Het concessietarief is verschuldigd per bijzetting. De tarieven per bijzetting zijn enkel van toepassing op concessies aangegaan vanaf 1 juni 2026.
Concessietarief in volle grond (max. 2 stoffelijke overschotten):
Concessietarief in urnenveld (max. 2 urnen):
Uitzondering voor urnenvelden aangelegd vanaf 2025 (max. 3 urnen):
Concessietarief in columbarium (max. 2 urnen):
Hernieuwing
Voor de hernieuwing van concessies gelden volgende tarieven per stoffelijk overschot:
Indien bij een bijzetting een hernieuwing van de concessie wordt gevraagd, wordt het hernieuwingstarief bijkomend aangerekend bovenop het concessietarief.
Concessies verleend onder voorgaande reglementen vallen bij hernieuwing onder de huidige reglementering.
Overige
Ontgraving
Artikel 3 – Vrijstellingen
De retributies zijn niet verschuldigd voor:
Artikel 4 – Wijze van inning
De retributie is verschuldigd door de aanvrager en is betaalbaar bij de aanvraag, contant, via elektronische betaling of via factuur.
Bij niet-betaling binnen de gestelde termijn wordt de retributie ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 5 - Delegatie
Voortaan wordt de vaststelling van de retributiebedragen en van de wijze van inning gedelegeerd naar het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6 – Inwerkingtreding en bekendmaking
Dit reglement treedt in werking op 1 juni 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40, §3 en artikel 41, 14°;
De gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder de artikelen 41, 162, tweede lid, 170, §4 en 173, die de gemeenten fiscale autonomie verlenen;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2026/2 van 20 maart 2026 betreffende gemeentefiscaliteit, en eventuele latere wijzigingen;
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering, met latere wijzigingen;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 van 20 september 2024 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 en de bijhorende uitvoeringsbesluiten;
Gelet op het ontwerp van het nieuw huishoudelijk reglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen van Aartselaar, met inwerkingtreding op 1 juni 2026.
In het kader van een billijke verdeling van de kosten verbonden aan het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen, wordt voorgesteld een belastingreglement in te voeren voor de begraving van niet-inwoners.
Niet-inwoners dragen niet bij aan de algemene financiering van de gemeentelijke dienstverlening via de aanvullende belastingen, terwijl de gemeente instaat voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van de begraafplaatsen. Het is bijgevolg aangewezen dat niet-inwoners via een specifieke belasting bijdragen in deze kosten wanneer zij gebruik maken van de gemeentelijke begraafplaatsen.
Dit belastingreglement wordt afgestemd op het huishoudelijk reglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen, dat gelijktijdig ter goedkeuring wordt voorgelegd.
Het onderscheid tussen inwoners en niet-inwoners is objectief en redelijk verantwoord door het verschil in financiële band met de gemeente. Niet-inwoners maken gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen zonder bij te dragen aan de algemene middelen, waardoor het verantwoord is hen via een specifieke belasting te laten bijdragen in de hiermee gepaard gaande kosten.
Enig Artikel
Het onderstaande belastingreglement goed te keuren:
Belastingreglement op de lijk- en asbezorging van niet-inwoners
Artikel 1 - Het belastbaar voorwerp
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, ingaande op 1 juni 2026, wordt een belasting geheven op de lijk- en asbezorging van personen die op het ogenblik van hun overlijden niet ingeschreven waren in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente Aartselaar.
Artikel 2 - Tarief
De belasting bedraagt € 500 per persoon voor lijkbezorging en asbijzetting. Voor asverstrooiing bedraagt de belasting € 200 per persoon.
Artikel 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de lijk- of asbezorging. De aanvrager is de natuurlijke of rechtspersoon die een aanvraag indient via het daartoe voorziene formulier.
Artikel 4 - Vrijstellingen
Van deze belasting zijn vrijgesteld de lijk- en asbezorgingen van de volgende personen:
Artikel 5 - Wijze van inning
Deze gemeentebelasting wordt contant geïnd.
De belastingschuldige is gehouden ten minste 24 uur voorafgaand aan het belastbaar feit aangifte te doen bij het gemeentebestuur en het verschuldigde bedrag te betalen aan de financieel directeur of zijn afgevaardigde, tegen afgifte van een betalingsbewijs dat op verzoek van de met toezicht belaste personeelsleden moet worden voorgelegd.
Bij gebrek aan contante betaling wordt de belasting ingekohierd.
Artikel 6 - Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.
Het bezwaar moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, met inbegrip van geldende omzendbrieven en uitvoeringsbesluiten;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 - 20/09/2024: toepassing decreet 16/01/2004 begraafplaatsen en lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan;
Het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, met latere wijzigingen;
Het uniform gemeentelijk politiereglement van de politiezone HEKLA van 16 april 2024, met eventuele latere wijzigingen.
Het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen, goedgekeurd op 23 november 2015 en latere wijzigingen, is niet langer in overeenstemming met de geldende decretale bepalingen en regelgeving.
Om de conformiteit met de actuele regelgeving te waarborgen, is het aangewezen een nieuw reglement vast te stellen.
De vaststelling van een nieuw huishoudelijk reglement is aangewezen met het oog op de toekomst en ter verbetering van de ruimtelijke en esthetische kwaliteit van de begraafplaatsen, evenals ter waarborging van het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast worden de procedures inzake de dagelijkse werking van de begraafplaats op een duidelijke en uniforme wijze vastgelegd. Tot slot worden de decretale verplichtingen, die tot op heden nog niet waren opgenomen, geïntegreerd in het reglement.
Enig Artikel
Het onderstaande huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen goed te keuren:
Huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen
Hoofdstuk 1 – Algemeenheden
Artikel 1: Algemene bepalingen
De gemeente Aartselaar beschikt over twee begraafplaatsen, namelijk de gemeentelijke begraafplaats in de Lindelei en de begraafplaats rondom de Sint-Leonarduskerk op het Laar.
Op de begraafplaats rondom de Sint-Leonarduskerk zijn enkel nog bijzettingen in een reeds bestaande grafconcessie mogelijk.
De begraafplaatsen zijn permanent toegankelijk voor het publiek. Hiervan kan worden afgeweken bij besluit van de burgemeester.
De toegang tot de begraafplaatsen is verboden voor:
Dieren zijn enkel toegelaten mits aangelijnd. Toegelaten voertuigen dienen stapvoets te rijden.
De burgemeester kan in uitzonderlijke gevallen een afwijking toestaan.
Inbreuken op dit reglement kunnen worden gesanctioneerd overeenkomstig het uniform gemeentelijk politiereglement van de politiezone HEKLA en de toepasselijke wetgeving.
Artikel 2: Definities
Het decreet: Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004.
Graf: Laatste rustplaats voor een lijk of voor asresten.
Grafconcessie: Een vergunning van de gemeente Aartselaar voor het gebruik van een perceel of plaats, als rustplaats voor het stoffelijk overschot, gedurende de overeengekomen periode.
Concessiehouder: De natuurlijke persoon of personen aan wie de gemeentelijke overheid een graf-concessie toekent.
Grafteken: Iedere constructie, zerk, kruis of gelijkaardig herinnerings- of identificatieteken op een graf.
Niet-geconcedeerd: Kosteloze rustplaats voor maximaal 1 persoon voor 15 jaar, niet verlengbaar.
Ontruiming: Het wegnemen van de graftekens.
Ontgraving: Het (tijdelijk) verwijderen van de stoffelijke overschotten met het oog op herbegra-ven op een andere locatie, crematie in het kader van een thuisbewaring of asverstrooiing.
Ontknekeling: Het definitief verwijderen van de stoffelijke overschotten met als uitkomst asverstrooiing of bijvoeging in een ossuarium (verzamelgraf).
Retributie: Vergoeding voor een prestatie of een dienst geleverd door het gemeentebestuur in het individueel belang of in het voordeel van degene die gebruik maakt van die dienst of prestatie.
Hernieuwing: De verlenging van een concessie voor een begraving- of bijzettingstermijn na beta-ling van de geldende retributie.
Peterschap: Voor korte of langere periode het onderhoud van een welbepaald graf opnemen. Het gemeentebestuur behoudt het eigendomsrecht.
Erfgoed: Graftekens die vanuit vastgelegde criteria door de gemeente Aartselaar werden erkend als waardevol vanwege de historische waarde van het grafteken of de waarde van één of meerdere personen die in dit graf rusten.
Stoffelijk overschot: Lichaam van de overledene of asresten van een overledene.
Asverstrooiing: Menselijke as uitspreiden.
Artikel 3: Soorten begraving
Dit artikel regelt de gelijkstelling tussen alle soorten van begraving. Onder begraving wordt verstaan:
Artikel 4: Wie mag te Aartselaar begraven worden
Op de gemeentelijke begraafplaatsen mogen de stoffelijke resten worden begraven van personen die:
Voor de begraving van niet-inwoners en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen zijn de tarieven en belastingen van toepassing zoals vastgesteld in de desbetreffende belasting- en retributiereglementen.
Hoofdstuk 2 – Lijkbezorging en vervoer van lijken
Artikel 5: Uurregeling
De dagen en uren voor begrafenissen worden als volgt vastgesteld:
Artikel 6: Lijkenvervoer
Voor het lijkenvervoer wordt verwezen naar het decreet, artikel 11 tot en met 15. Het lijkenvervoer gebeurt door private ondernemingen onder toezicht van het gemeentebestuur.
Het vervoer van stoffelijke overschotten gebeurt:
Het vervoer gebeurt steeds via de kortst mogelijke weg.
Het vervoer van stoffelijke overschotten naar een andere gemeente is verboden, tenzij de burgemeester of diens gemachtigde hiervoor toestemming geeft. Het vervoer van de as blijft vrij.
Wie instaat voor de begraving, regelt de formaliteiten met het gemeentebestuur. Als dit niet gebeurt, neemt het gemeentebestuur de nodige stappen.
De begraving kan plaatsvinden nadat de toelating tot begraven is afgeleverd.
Hoofdstuk 3 – Ruimtelijk beheer op de begraafplaatsen
Artikel 7: Indeling van de begraafplaats
De begravingen, bijzettingen en asverstrooiingen worden overeenkomstig het vastgestelde inrichtingsplan en in regelmatige volgorde uitgevoerd door personen die daartoe door het gemeentebestuur zijn aangesteld. De exacte locatie wordt opgenomen in een elektronisch register dat door de gemeente wordt bijgehouden. Bij asverstrooiing beperkt de plaatsaanduiding zich tot de vermelding van de strooiweide.
Artikel 8: Herdenkingszuilen strooiweide
Nabij elke strooiweide wordt een herdenkingszuil opgericht waarop herdenkingsplaatjes kunnen worden aangebracht van overledenen, waarvan de as werd uitgestrooid op de gemeentelijke begraafplaats. Om de uniformiteit te bewaken, dienen deze herdenkingsplaatjes via het gemeentebestuur besteld te worden.
Deze plaatjes kunnen door het gemeentebestuur worden verwijderd na een kennisgevingsbericht en na een termijn van minstens 10 jaar.
Artikel 9: Kinderperk
In de percelen bestemd als kinderbegraafplaats kan kosteloos worden begraven in volle grond tot en met de leeftijd van 12 jaar, voor een termijn van 30 jaar. Na het verstrijken van deze termijn blijft de begraving behouden tot heringebruikname van de betrokken zone noodzakelijk is. De beëindigingsprocedure wordt geagendeerd op het college van burgemeester en schepenen.
Indien wordt gekozen voor begraving op een andere plaats dan het kinderperk, dient een concessie te worden aangegaan overeenkomstig de voorwaarden bepaald in dit reglement. Dit is ook van toepassing indien een graf wordt overgebracht omwille van heringebruikname van de betrokken zone.
Artikel 10: Sterretjesweide
Een sterretjesweide is een plaats op de begraafplaats die speciaal gereserveerd wordt om kindjes te herdenken door middel van een herdenkingsplaatje aan de zuil.
De sterretjesweide is bedoeld voor levenloos geboren kindjes waarvan minstens één ouder een link heeft met de gemeente. Verder zijn er geen voorwaarden aan verbonden.
Een herdenkingsplaatje kan enkel geplaatst worden aan de daartoe voorziene zuil. Dit plaatje zal enkel door het gemeentebestuur ter beschikking worden gesteld. Het tarief voor de aankoop van deze plaatjes wordt vastgesteld door de gemeente. De plaatsing en het onderhoud van het plaatje gebeurt enkel door de begraafplaatsmedewerker.
Elke aanvraag tot plaatsing of verlenging van een herdenkingsplaatje moet gebeuren door minstens één van beide ouders. De duur voor het behoud wordt beperkt tot 40 jaar vanaf de datum van aanvraag. Hiervoor worden geen kosten aangerekend. Na het verstrijken van deze periode worden de aanvragers hiervan in kennis gesteld en kan door hen gratis een verlenging worden aangevraagd voor een nieuwe periode van 20 jaar. Bij gebrek aan verlenging wordt het plaatje verwijderd. Indien gewenst kunnen de aanvragers bij niet-verlenging het herdenkingsplaatje binnen een termijn van 6 maanden komen ophalen bij de gemeentediensten.
Op de sterretjesweide mogen geen persoonlijke ornamenten zoals bloemen, knuffels, windmolentjes en dergelijke worden geplaatst, behoudens op de daartoe voorziene plaats. De begraafplaatsmedewerker kan deze verwijderen indien zij vervallen of beschadigd zijn, of het onderhoud of beheer van de begraafplaats hinderen.
Artikel 11: Herinneringsmuur ter nagedachtenis van ontgraven overledenen
Burgers kunnen een aandenken aanbrengen op de herinneringsmuur ter nagedachtenis van overledenen van wie het graf werd ontruimd. Het aandenken heeft een maximale diameter van 15 cm en dient duurzaam en respectvol te zijn.
De plaatsing van het aandenken is enkel toegestaan op de daartoe voorziene plaatsen en voor zover de herinneringsmuur dit toelaat. De plaatsing gebeurt na voorafgaand overleg met de begraafplaatsmedewerker.
De beheerder van de begraafplaats behoudt zich het recht voor om aandenkens te verwijderen indien deze niet voldoen aan de gestelde voorwaarden of beschadigd of verwaarloosd zijn. In geval van plaatsgebrek wordt vooraf een bericht aangebracht met het verzoek de aandenkens binnen een bepaalde termijn te verwijderen. Na het verstrijken van deze termijn kunnen de resterende aandenkens door de begraafplaatsbeheerder worden verwijderd.
Artikel 12: Herdenkingsmonument gesneuvelden en burgerslachtoffers
Op de gemeentelijke begraafplaats is een herdenkingsmonument opgericht voor de burgerlijke en militaire slachtoffers uit de wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945.
Het onderhoud ervan is ten laste van het gemeentebestuur.
Hoofdstuk 4 – Ordemaatregelen
Artikel 13: Eerbied en respect voor de overledenen
Op de begraafplaatsen is het verboden om handelingen te stellen of zich te gedragen op een wijze die de welvoeglijkheid van de begraafplaats of de eerbied die aan de overledenen verschuldigd is, verstoren of kunnen verstoren.
Op de begraafplaatsen is het bovendien verboden om:
Inbreuken op dit reglement kunnen worden gesanctioneerd overeenkomstig het uniform gemeentelijk politiereglement van de politiezone HEKLA en de toepasselijke wetgeving.
Artikel 14: Diefstal en vandalisme
De gemeente is niet belast met de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstallen of beschadigingen die op de begraafplaatsen ten nadele van de nabestaanden zouden worden gepleegd.
Hoofdstuk 5 – Graftermijnen en concessies
Artikel 15: Niet-geconcedeerde graven, nissen en urnenveld
De personen behorend tot de in artikel 4 vermelde categorieën 1 tot en met 3 kunnen zonder concessie op de begraafplaats begraven worden in een graf of urnenveld, worden bijgezet in een columbariumnis of worden uitgestrooid op de strooiweide.
In elk niet-geconcedeerd graf, een urnengraf of een nis mag slechts één stoffelijk overschot van één persoon worden begraven.
Artikel 16: Termijn van een niet-geconcedeerd graf
Een niet-geconcedeerd graf, urnengraf of nis wordt gedurende een periode van minstens 15 jaar bewaard. Na afloop van deze termijn kan dit graf worden verwijderd of leeggemaakt, nadat gedurende één jaar een afschrift van de beslissing tot verwijdering van graven werd uitgehangen aan de ingang van de begraafplaats én bij het graf. Deze bekendmaking wordt eveneens verspreid via de gebruikelijke gemeentelijke kanalen.
Belanghebbenden beschikken over een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de datum van bekendmaking, om de graftekens weg te nemen.
Na deze termijn worden zij van ambtswege verwijderd en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Na verloop van de termijn worden de graven ontruimd zonder ceremonie. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de eventuele ontknekeling en herbestemming in een ossuarium na ontruiming.
Wanneer niet-geconcedeerde columbariumnissen of urnengraven worden vrijgemaakt, zorgt het gemeentebestuur voor een verstrooiing van de as op de strooiweiden van de begraafplaats. De nabestaanden kunnen indien gewenst, na verloop van de termijn van kennisgeving, een afspraak maken om desgewenst alsnog aanwezig te zijn bij de asverstrooiing.
Een niet-geconcedeerd graf, een columbariumnis of een urnenveld kan nog omgezet worden naar een begraafplaatsconcessie.
Een aanvraag kan hiervoor worden ingediend tot één jaar na de bekendmaking van de verwijdering van de graftekens.
Voor de omzetting moet een nieuwe concessie worden aangevraagd. De prijs van deze nieuwe concessie wordt retroactief berekend, waardoor ook voor de voorbije jaren wordt betaald.
De kosten voor de overbrenging zijn dezelfde als de kosten en voorwaarden voor een ontgraving. Daarnaast moet ook voldaan worden aan de voorwaarden voor een nieuwe concessie, zoals de aankoop en plaatsing van een nieuw grafteken.
Artikel 17: Retroactieve thuisbewaring (niet-geconcedeerd graf)
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een niet-geconcedeerd perceel of nis, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis van het decreet, moet schriftelijk worden ingediend bij de dienst Burgerzaken door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner én de bloedverwanten van de eerste graad.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden zolang de procedure van ontruiming van de niet-geconcedeerde graven loopt.
De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts eenmaal worden ingediend.
Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats of kan de asurne worden bijgezet in een begraafplaatsconcessie. Dit gebeurt conform de bepalingen voor een bijzetting in een bestaande concessie, het retributiereglement en het belastingreglement.
Artikel 18: Geconcedeerde begravingen en bijzettingen
Met toepassing van artikel 6, 2de alinea van het decreet, wordt de bevoegdheid voor het verlenen en het hernieuwen van begraafplaatsconcessies en het terugnemen van verwaarloosde concessies opgedragen aan het college van burgemeester en schepenen.
De concessies worden verleend conform de modaliteiten van dit reglement en de tarieven voorzien in het retributiereglement en het belastingreglement.
Artikel 19: Concessieaanvraag
Een concessie wordt schriftelijk aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen. De concessieaanvraag vermeldt:
De concessietermijn neemt aanvang op de datum van de eerste begraving en eindigt na verloop van de toegestane termijn. De concessie is niet overdraagbaar. De concessiehouder beschikt over het exclusieve recht om te bepalen wie gebruik kan maken van de concessie.
Artikel 20: Aantal personen per concessie
Op de gemeentelijke begraafplaats (Lindelei) worden concessies verleend die betrekking hebben op een perceel grond, een nis in het columbarium of een urnengraf in het urnenveld.
Een geconcedeerd graf, urnengraf of columbariumnis is bestemd voor maximaal twee personen. In een geconcedeerd perceel op het urnenveld dat vanaf 2025 werd aangelegd, kunnen maximaal drie asurnen worden geplaatst. Deze begraafplaatsconcessies worden niet toegekend vóór het overlijden van één van de begunstigden of, in voorkomend geval, van de enige begunstigde.
Artikel 21: Concessietermijn
Begraafplaatsconcessies die ingaan vanaf 1 juni 2026 worden verleend voor een termijn van 30 jaar. Concessies verleend onder voorgaande reglementen blijven ongewijzigd. Hernieuwing is mogelijk op aanvraag en valt onder de bepalingen van dit reglement (artikel 22).
Een concessieaanvraag kan worden ingediend ten behoeve van een derde en diens familie.
De personen voor wie de concessie bestemd is, worden aangeduid in de aanvraag tot het verkrijgen van een nieuwe concessie of bij schriftelijke verklaring van de concessiehouder.
Bij overlijden van de concessiehouder hebben de erfgenamen het recht de personen aan te duiden voor wie de nog niet bezette of niet voorbehouden plaatsen binnen de concessie bestemd zijn.
De aangeduide personen kunnen schriftelijk afstand doen van hun plaats in de concessie. Begraving in een andere concessie geldt als afstand van de gereserveerde plaats.
Artikel 22: Concessiehernieuwingen
Concessies kunnen op aanvraag van een belanghebbende worden hernieuwd. De hernieuwing kan enkel worden geweigerd indien blijkt dat de concessie op het ogenblik van de aanvraag verwaarloosd is.
Een hernieuwing kan worden toegestaan voor een periode van 10 of 20 jaar. Concessies die werden verleend onder voorgaande reglementen vallen bij hernieuwing onder de huidige reglementering.
De hernieuwing kan slechts plaatsvinden nadat de door de burgemeester ondertekende akte van vaststelling van de concessies waarvan de duurtijd verstrijkt, werd uitgehangen aan het infobord aan de ingang van de begraafplaats.
Overeenkomstig artikel 7, §2 van het decreet wordt minstens één jaar vóór het verstrijken van de concessietermijnen of van de hernieuwingen een akte opgemaakt waarin wordt meegedeeld welke concessies kunnen worden hernieuwd. Een afschrift van deze akte wordt gedurende één jaar uitgehangen aan de ingang van de begraafplaats als een bericht bij het graf. Deze bekendmaking wordt eveneens verspreid via de daartoe gebruikelijke gemeentelijke kanalen.
Een aanvraag tot hernieuwing moet worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen vóór het verstrijken van de vervaltermijn. Indien de concessie niet wordt hernieuwd, kan na afloop van deze termijn het graf worden verwijderd of leeggemaakt.
Belanghebbenden beschikken in dat geval over een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking, om de graftekens weg te nemen.
Een hernieuwing zonder bijzetting
De aanvraag dient ingediend te worden voor de vervaldatum van de concessie. De concessie wordt hernieuwd voor een periode van 10 of 20 jaar en tegen het tarief en de voorwaarden die gelden op het ogenblik van de aanvraag. Als er geen aanvraag voor vernieuwing is, vervalt de concessie.
Een hernieuwing met bijzetting
Naar aanleiding van een nieuwe bijzetting of begraving kan, op uitdrukkelijke aanvraag van iedere belanghebbende, de concessie worden hernieuwd indien de concessietermijn nog tien jaar of minder bedraagt. Indien er geen hernieuwing wordt aangevraagd én indien deze begraving zich minder dan 10 jaar vóór het verstrijken van de concessie voordoet, dan moet het graf voor een termijn van 10 jaar behouden blijven. De termijn begint te lopen vanaf de datum van het overlijden.
Artikel 23: Eeuwigdurende vergunningen
Door de wet van 20 juli 1971 werden de eeuwigdurende concessies afgeschaft en omgezet in hernieuwbare concessies van 50 jaar. Op verzoek van iedere belanghebbende kunnen deze kosteloos worden hernieuwd wanneer de termijn verstreken is.
Overeenkomstig art 7§2 van decreet wordt minstens één jaar voor het verstrijken van concessietermijnen of van de hernieuwingen een akte opgemaakt, waarin wordt meegedeeld welke concessies kunnen worden hernieuwd. Een aanvraag tot hernieuwing moet ingediend worden voor het verstrijken van de concessie bij het college van burgemeester en schepenen.
Een afschrift van deze akte wordt één jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats uitgehangen. Deze bekendmaking wordt ook verspreid via de daartoe gebruikelijke gemeentelijke kanalen.
Artikel 24: Bijzondere bepalingen
Er mogen geen bijzettingen gebeuren in concessies waarvan de termijn verstreken is.
Onverminderd de bekendmakingen voorzien in dit reglement, kan het gemeentebestuur de concessiehouder en/of gekende nabestaanden bijkomend aanschrijven om hen te informeren over het verstrijken van de concessietermijn of de voorgenomen ontruiming van een graf. Dit gebeurt indien het gemeentebestuur dit in het kader van de procedure nodig acht en voor zover de contactgegevens van concessiehouder en/of nabestaanden gekend zijn.
Artikel 25: Vroegtijdige beëindiging concessie
Een begraafplaatsconcessie kan, ná de verplichte grafrust van 10 jaar, vroegtijdig worden teruggenomen op verzoek van iedere belanghebbende of ingeval van vastgestelde verwaarlozing overeenkomstig artikel 42.
Gedurende 6 maanden zal een bericht van vroegtijdige beëindiging van de concessie worden aangeplakt aan het graf. In dit bericht zal worden vermeld dat een belanghebbende deze concessie niet wenst te behouden en dat het graf zal ontruimd worden. Het bericht zal ook vermelden waar men terecht kan om hiertegen een bezwaar te uiten.
Bij de beëindiging kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Het college van burgemeester en schepenen kan, zes maanden na de aanplakking en op voorwaarde dat geen bezwaar werd ingediend, de concessie terugnemen.
In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of een nis wegens openbaar belang of dienstnoodzakelijkheid, hebben de concessiehouders recht op een perceel van dezelfde oppervlakte of een nis van dezelfde grootte, op dezelfde of op een andere begraafplaats. De kosten voor de overbrenging van de stoffelijke overschotten en de graftekens zijn in dat geval ten laste van de gemeente.
Artikel 26: Nog bestaande constructies na afloop van de concessietermijn
Wanneer een concessie om welke reden dan ook een einde neemt, worden de nog bestaande ondergrondse constructies en graftekens die niet zijn weggenomen eigendom van het gemeentebestuur.
Artikel 27: Vervallen concessies
De graftekens, nissen en urnengraven die het voorwerp uitmaken van vervallen grafconcessies worden ontruimd bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
Indien de graftekens niet worden weggenomen binnen de gestelde termijn, zullen deze door het gemeentebestuur worden verwijderd.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de eventuele ontknekeling en herbestemming in een ossuarium na ontruiming.
Wanneer geconcedeerde columbariumnissen of urnengraven worden vrijgemaakt, zorgt het gemeentebestuur voor een verstrooiing van de as op de strooiweiden van de begraafplaats. De nabestaanden kunnen indien gewenst, na verloop van de termijn, een afspraak maken om desgewenst alsnog aanwezig te zijn bij de asverstrooiing.
Artikel 28: Retroactieve thuisbewaring (concessie)
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een begraafplaatsconcessie, in toepassing van artikel 24 en 24bis van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals gewijzigd, moet schriftelijk worden ingediend bij de dienst Burgerzaken door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten in eerste graad.
De aanvraag kan worden ingediend zolang de concessietermijn loopt of zolang de procedure tot hernieuwing van de concessie loopt.
De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag vermeld.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts eenmaal worden ingediend.
De geconcedeerde nis blijft gedurende een termijn van twee jaar voorbehouden. Deze termijn heeft geen invloed op de oorspronkelijk toegekende concessieduur.
Wanneer de thuisbewaring na twee jaar wordt beëindigd, kan de as van de overledene worden uitgestrooid op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats of kan de asurne opnieuw worden bijgezet of begraven in een begraafplaatsconcessie.
Indien de concessie tijdens de periode van thuisbewaring moet worden hernieuwd, zijn de modaliteiten inzake hernieuwing, zoals opgenomen in het huishoudelijk reglement, van toepassing. Indien de concessie tijdens deze periode niet wordt hernieuwd, vervalt zij.
Als na twee jaar de asurne niet wordt teruggebracht naar de begraafplaats, wordt de concessie ambtshalve opgeheven.
De betaalde concessieprijs kan geheel noch gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 6 – Graftekens
Artikel 29: Algemene bepalingen
Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich er tegen verzetten, heeft eenieder recht op het laten plaatsen van graftekens zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.
Het grafteken moet binnen 6 maanden na de begraving geplaatst worden en vereist voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.
Het verzoek tot plaatsen van een grafteken vermeldt volgende gegevens:
Er mogen geen graftekens geplaatst worden zonder vergunning en zonder de begraafplaatsmedewerker hiervan in kennis te hebben gesteld. Deze zal de juiste ligging van het graf of de concessie en de rooilijn aanduiden.
Graftekens die zonder vergunning geplaatst werden, kunnen worden verwijderd op kosten van diegenen die ze geplaatst hebben.
Op de niet-geconcedeerde percelen kan men het plaatsen van een grafmonument niet verplichten.
Bouwmaterialen (aarde, bouwstukken of andere) mogen niet op nabijgelegen graftekens geplaatst worden of terechtkomen.
Artikel 30: Identificatie van het grafteken
Aan elk graf en elke nis moet een gedenkteken of plaatje worden voorzien waarop minstens de volgende gegevens van de overledene worden vermeld:
Enkel het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om in het kader van de inrichting en de aanleg van de begraafplaats individuele afwijkingen aan grafzerken toe te staan.
Artikel 31: Beplantingen, bloemen en sierstukken (volle grond)
Niet-schadelijke of niet-hinderlijke beplantingen zijn toegestaan in de losse bodem van het graf. Deze beplantingen mogen niet buiten de standaardafmetingen van het graf overhangen of uitgroeien.
Het is toegestaan een graf te versieren met sierstukken zoals bloempotten, kransen en beelden die geen aanstoot geven. Deze moeten worden verwijderd wanneer zij beschadigd zijn of geen verzorgde indruk meer geven. Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen.
Beplantingen, bloemen en sierstukken die niet voldoen aan de bepalingen van dit artikel of verwelkt zijn, kunnen ambtshalve door het gemeentebestuur worden verwijderd.
Artikel 32: Beplantingen, bloemen en sierstukken op columbarium en strooiweide
Op de afdekplaat van een columbariumnis kan een siervaasje worden aangebracht. Aangebrachte bloemen en sierstukken mogen de naburige platen niet bedekken.
Het is niet toegestaan beplantingen en permanente sierstukken te plaatsen op de strooiweide.
Bloemstukken en bloemenkransen kunnen naar aanleiding van een bijzetting of asverstrooiing aan de voet van het columbarium en aan de rand van de strooiweide worden neergelegd.
Beplantingen, bloemen en sierstukken die niet (meer) voldoen aan de bepalingen van dit artikel of verwelkt zijn, kunnen ambtshalve worden verwijderd door de gemeentelijke diensten.
Artikel 33: Beplantingen, bloemen en sierstukken op het urnenveld
Het is niet toegestaan beplanting, eigen bedekkingsmateriaal of andere voorwerpen te plaatsen in de ruimte tussen de gedenkstenen. In de nieuw aangelegde urnenvelden is hiervoor een plantenbak voorzien vooraan de urnensteen.
Het is niet toegestaan vaste constructies op de gedenksteen te plaatsen of vaste beplanting aan te brengen.
In het nieuwe urnenveld (aangelegd sinds 2025) is het evenwel toegelaten om, overeenkomstig dit reglement, een vast fotoblokje te plaatsen.
Beplantingen, bloemen, sierstukken die niet voldoen aan de bepalingen van dit artikel, of die verwelkt, afgestorven of beschadigd zijn, kunnen ambtshalve door de gemeentelijke diensten worden verwijderd.
Artikel 34: Graftekens op niet-geconcedeerde graven in volle grond
Op een niet-geconcedeerd graf mag enkel een grafteken worden geplaatst dat bestaat uit een sokkel, al dan niet met een verticale grafsteen, of een ander gedenkteken, op voorwaarde dat de horizontale bovenplaat (sokkel) maximaal 50 cm lang en 98 cm breed is. De materiaalkeuze is vrij.
Indien een verticale plaat wordt geplaatst, mag deze maximaal 100 cm hoog zijn en moet zij op 3 cm van de achterzijde van de horizontale bodemplaat worden geplaatst.
Artikel 35: Grafmonumenten op geconcedeerde graven in volle grond
Een grafteken op een geconcedeerd graf moet 250 cm lang en 98 cm breed zijn. De materiaalkeuze is vrij.
Artikel 36: Afdekplaten op geconcedeerde en niet-geconcedeerde columbariumnissen
Met ingang van 1 juni 2026 worden afdekplaten niet langer via de gemeente besteld. De aanvrager staat zelf in voor de bestelling bij een steenkapper naar keuze.
De afdekplaat moet voldoen aan de volgende afmetingen en voorwaarden:
De afmetingen van een columbariumplaat achter het herdenkingsmonument bedragen 370 x 370 x 30 mm. Deze bepaling is enkel nog van toepassing bij bijzettingen.
Het grafteken moet binnen 6 maanden na de begraving geplaatst worden en vereist voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 37: Afdekplaten op geconcedeerde en niet-geconcedeerde urnenvelden
Met ingang van 1 juni 2026 worden afdekplaten niet langer via de gemeente besteld. De aanvrager staat zelf in voor de bestelling bij een steenkapper naar keuze.
De afdekplaat moet voldoen aan de volgende afmetingen en voorwaarden:
Het grafteken moet binnen 6 maanden na de begraving geplaatst worden en vereist voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 38: Naamplaatje herdenkingszuil strooiweide en sterretjesweide
Om de uniformiteit te waarborgen, moeten naamplaatjes via het gemeentebestuur worden besteld met een standaardformulier waarop het verschuldigde bedrag, de te graveren tekst en de identiteit van de aanvrager worden vermeld.
Artikel 39: Graftekens op het kinderperk
Een grafteken op het kinderperk moet 100 cm lang en 60 cm breed zijn. De materiaalkeuze is vrij.
Artikel 40: Overtredingen
Bij overtreding van de bepalingen van de artikelen 34 tot en met 39 kan de burgemeester, als hoofd van de administratieve politie, ambtshalve optreden op kosten en risico van de overtreder. De overtreder kan hiertegen geen verhaal instellen.
Hoofdstuk 7 – Onderhoud en verwaarlozing van graven
Artikel 41: Onderhoudsverplichting
Graven moeten onderhouden worden. Het onderhoud van de percelen en graftekens op de begraafplaatsen rust op de concessiehouder of, bij gebrek daaraan, op de nabestaanden of belanghebbenden.
Artikel 42: Verwaarlozing
De verantwoordelijke concessiehouder moet ieder grafteken dat bouwvallig of vervallen is, laten wegnemen of herstellen.
Verwaarlozing kan worden vastgesteld als een graf doorlopend onzindelijk, vervallen, ingestort, bouwvallig of door plantengroei overwoekerd is.
Verwaarlozing wordt vastgesteld in een akte van de burgemeester.
Deze akte blijft een jaar bij het graf en wordt tevens aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Na het verstrijken van deze termijn en bij niet-herstelling is het college van burgemeester en schepenen gemachtigd om de concessie te beëindigen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van het grafteken en de stoffelijke resten.
Op de grafmonumenten van de geconcedeerde percelen of bijzettingen, die gedurende een termijn van 2 jaar moeten bewaard worden, naar aanleiding van een retroactieve thuisbewaring van een asurne, kan een procedure van verwaarlozing worden toegepast.
Wanneer een grafteken zodanig verwaarloosd is dat deze een gevaar vormt voor de nabije omgeving, dan kan de burgemeester optreden om de toestand van de nabijgelegen grafmonumenten te vrijwaren.
Hoofdstuk 8 – Ontgravingen
Artikel 43: Algemene bepalingen
Ontgravingen zijn enkel mogelijk op bevel van de gerechtelijke overheid en op verzoek van belanghebbenden wegens ernstige redenen, mits een voorafgaande machtiging van de burgemeester.
De kosten voor een ontgraving zijn vastgelegd in een retributiereglement. Voorwaarden voor vrijstellingen voor deze kosten zijn opgenomen in het retributiereglement.
Artikel 44: Ontgraving en herbegraven
De overlevende echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner en de bloedverwanten van de eerste graad richten een aanvraag tot ontgraving schriftelijk aan de burgemeester.
Ingeval van herbegraven moet vooraf een toelating tot herbegraven worden bekomen op een gemeentelijke begraafplaats of een begraafplaats buiten de gemeente.
Het stoffelijk overschot moet onmiddellijk naar de nieuwe bestemming worden vervoerd en begraven, mits inachtneming van alle voorschriften ter zake.
Ingeval van crematie, wordt de as behandeld overeenkomstig artikel 19 tot 24 van het decreet.
Artikel 45: Bijzondere bepalingen
Er wordt geen ontgraving toegestaan voor overbrenging van een stoffelijk overschot naar een niet-geconcedeerd graf of voor overbrenging van een asurne naar een niet-geconcedeerde nis.
Er kan wel toelating verleend worden voor asverstrooiing of retroactieve thuisbewaring van de as.
Artikel 46: Toegelaten personen bij ontgravingen
Bij een collectieve ontgraving wordt de begraafplaats tijdelijk gesloten en wordt de betrokken zone afgeschermd. Bij een individuele ontgraving wordt het betrokken graf afgeschermd. De dag en het uur van de ontgraving worden vastgesteld door de burgemeester. Enkel personen die daartoe door de burgemeester zijn gemachtigd, worden tot de ontgraving toegelaten.
Artikel 47: Sluiting van de begraafplaats
De concessiehouder kan geen aanspraak maken op enige schadevergoeding in geval van sluiting of wijziging van de bestemming van de begraafplaats, noch in geval van intrekking van een geconcedeerd graf, een columbariumnis of een perceel op het urnenveld om redenen van openbaar belang of dienstnoodwendigheden.
De concessiehouders hebben in geval van sluiting van de begraafplaats enkel recht op de kosteloze verwerving van een grondperceel van eenzelfde oppervlakte of van een columbariumnis of urnenveld van hetzelfde volume, op een gemeentelijke begraafplaats of een begraafplaats buiten de gemeente, tot het eind van de concessietermijn.
Voor niet-geconcedeerde graven blijft de nog lopende graftermijn behouden onder dezelfde voorwaarden.
De eventuele kosten van de overbrenging van de stoffelijke overschotten, asurnen of graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Hoofdstuk 9 – Graven van lokaal historisch belang
Artikel 48: Lijst van lokaal historisch belang (funerair erfgoed)
In overeenstemming met artikel 26 van het decreet en daaraan verwante beleidsstukken bepaalt het college van burgemeester en schepenen autonoom welke graven van lokaal historisch belang zijn.
De lijst van de graven van lokaal historisch belang kan enkel graftekens bevatten, waarvan de concessie is opgeheven of die in aanmerking komen voor ontruiming.
Op de lijst zullen enkel de grafmonumenten opgenomen worden die een historische, artistieke, volkskundige of socio-culturele waarde hebben en die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.
Deze grafmonumenten worden gedurende minstens 50 jaar bewaard. Deze termijn kan door het college van burgemeester en schepenen worden verlengd. Het onderhoud is ten laste van de gemeente.
Artikel 49: Peterschap
Organisaties, personen of groepen kunnen kosteloos het peterschap verwerven over een grafteken waarvan de concessie is verlopen. In ruil verbinden zij zich ertoe het grafteken te onderhouden. Het college van burgemeester en schepenen keurt de aanvragen voor peterschap van bestaande graftekens goed.
Peterschap wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Hoofdstuk 10 – Samen begraven met een gezelschapsdier
Artikel 50: Bijzetten van assen van gezelschapsdieren
De asurne met de as van een eerder overleden en gecremeerd gezelschapsdier kan worden bijgezet of mee begraven. Dit is enkel mogelijk op het moment van de initiële begraving. Een bijzetting op een later tijdstip is niet toegestaan. De mogelijkheden met betrekking tot de bij te plaatsen asurne worden vooraf besproken met de grafmaker.
Onder gezelschapsdier wordt verstaan: elk dier dat tam is en traditioneel in huis wordt gehouden voor gezelschap of emotionele steun.
De asurne mag niet biologisch afbreekbaar zijn, om vermenging van de as te voorkomen. Het is bijgevolg niet toegestaan de as van een gezelschapsdier uit te strooien op de strooiweide.
De asurne van het gezelschapsdier maakt geen deel uit van een concessie en kan bijgevolg worden bijgezet in zowel geconcedeerde als niet-geconcedeerde graven. De asurne mag echter nooit de plaats van een persoon innemen.
Bij de beëindiging van het perceel waarin het gezelschapsdier werd begraven, wordt de as van het gezelschapsdier uitgestrooid op een daartoe voorziene plaats buiten de gemeentelijke begraafplaatsen.
Hoofdstuk 11 – Slotbepaling
Artikel 51
Alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, worden beslist door het college van burgemeester en schepenen, voor zover deze bevoegdheid niet door wet, decreet of besluit aan een andere overheid is toegewezen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 24 juli 1991 houdende bepaling van de begrippen “gezondheidstoezicht” en “sociale voordelen” bedoeld in artikel 33 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.
De gecoördineerde wetten op het kleuter- en lager onderwijs.
Het besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 2013, houdende het lokale beleid kinderopvang. Het decreet BOA van 3 mei 2019 en latere wijzigingen.
Gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs in de gemeente Aartselaar. Wijziging vanaf 01.09.2023. Goedkeuring.
Het gemeentelijke retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke lokalen of infrastructuur van 15 december 2025.
Het gemeentelijke retributiereglement voor het huren van gemeentelijk feestmateriaal' van 15 december 2025.
Het gemeentelijke retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur' van 15 december 2025.
Binnen de gemeentelijke scholen wordt reeds meerdere jaren een systeem van sociale voordelen voor leerlingen toegepast. In het kader van de opmaak van een nieuw subsidiereglement BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten), dat voorziet in financiële ondersteuning voor scholen bij de organisatie van buitenschoolse opvang, werd vastgesteld dat bepaalde scholen reeds een sociaal voordeel ontvangen voor het aanbieden van ochtend- en avondtoezicht. Om dubbele financiering te vermijden, is afstemming tussen beide reglementen noodzakelijk.
Daarnaast bleek dat het bestaande reglement ‘Gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs in de gemeente Aartselaar’ niet langer volledig aansluit bij de huidige situatie en bijgevolg aan actualisatie toe is.
Om deze redenen dringt een aanpassing van het reglement ‘Gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs in de gemeente Aartselaar’ zich op.
Om het subsidiereglement BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten) uit te werken, is het noodzakelijk het reglement ‘Gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs in de gemeente Aartselaar’ te actualiseren.
Deze aanpassing heeft tot doel het reglement in overeenstemming te brengen met de huidige werking, dubbele financiering in combinatie met het subsidiereglement BOA te vermijden en te voorkomen dat er ongelijkheden ontstaan waarbij bepaalde scholen op het grondgebied van Aartselaar worden benadeeld of bevoordeeld.
Financiële impact:
Er is een simulatie van de financiële impact van het voorliggende reglement met betrekking tot 'gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs' toegevoegd' (zie bijlage).
Hierin werd het sociaal voordeel van 2024 (op basis van het reglement 2023) afgezet t.av. een simulatie op basis van het voorliggende reglement vanaf schooljaar 2026 - 2027 (incl. toepassing huidige index & toevoeging Vrije Kleuterschool 'De Wonderpluim')
Betrokken begrotingsposten:
Enig artikel
Akkoord te gaan met het voorliggende, aangepaste reglement met betrekking tot 'het gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs in de gemeente Aartselaar'
Gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs in de gemeente Aartselaar
Artikel 1. Doel
Lokaal bestuur Aartselaar kent aan de leerlingen van de vrije kleuterscholen en de basisschool van het gemeenschapsonderwijs op haar grondgebied dezelfde financiële tussenkomsten inzake sociale voordelen toe als aan de leerlingen van de gemeentelijke basisschool Cade.
Artikel 2. Tussenkomst kosten voor de toegang van het zwembad
Vanaf het schooljaar 2026–2027 kent het lokaal bestuur Aartselaar voor leerlingen van het lager onderwijs in het gemeentelijk basisonderwijs (Cade) een sociaal voordeel toe van € 2,00 per leerling per zwembeurt, exclusief de kosten verbonden aan één schooljaar gratis zwemmen (= gefinancierd door de Vlaamse overheid).
Artikel 3. Gebruik gemeentelijke materialen en infrastructuur
Scholen op het grondgebied van Aartselaar kunnen kosteloos gebruik maken van gemeentelijk feestmateriaal en infrastructuur (tijdens de schooluren) in het kader van de schoolwerking en schoolactiviteiten (overeenkomstig het geldende retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke lokalen of infrastructuur & het geldende retributiereglement voor het huren van gemeentelijk feestmateriaal).
Aartselaarse scholen mogen tijdens de schooluren 1 dag gratis gebruik maken van de gemeentelijke sportinfrastructuur voor een sportdag, met uitzondering van het intergemeentelijk zwembad (overeenkomstig het geldende retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur).
Artikel 4. Toepassingsgebied ochtend-, middag- en avondtoezicht
Onder ochtend-, middag- en avondtoezicht wordt verstaan: het opvangen en bewaken van leerlingen vóór en na de lestijden en tijdens de middagpauze, met aandacht voor veiligheid, rust en basiszorg, zonder dat er een georganiseerd activiteitenaanbod wordt voorzien.
Het lokaal bestuur Aartselaar kent aan de leerlingen van het gemeentelijk basisonderwijs (Cade) volgende sociale voordelen toe voor ochtend-, middag- en avondtoezicht:
§1. Ochtendtoezicht
Het gemeentelijk basisonderwijs (Cade) organiseert op alle schooldagen ochtendtoezicht voor kleuter- en lager onderwijs, gedurende 20 minuten (= tijd tussen start van de opvang tot 15’ voor de start van de lestijd).
Per vestigingsplaats stelt de school twee toezichters aan.
Indien voor dit toezicht remgeld wordt aangerekend, wordt dit bedrag in mindering gebracht van het sociaal voordeel.
Als de gemeentelijke basisschool Cade remgeld aanrekent, kunnen andere Aartselaarse scholen enkel aanspraak maken op het sociaal voordeel voor ochtendtoezicht indien zij minstens eenzelfde remgeld toepassen als het gemeentelijk basisonderwijs (Cade).
§2. Middagtoezicht
Het gemeentelijk basisonderwijs (Cade) organiseert middagtoezicht voor kleuter- en lager onderwijs op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag, met een duur van 50 minuten.
Per vestigingsplaats wordt één toezichter ingezet per begonnen schijf van 100 ingeschreven leerlingen. In afwijking hiervan worden minstens twee toezichters ingezet per vestigingsplaats met minder dan 100 leerlingen.
Vanaf het schooljaar 2026-2027 wordt in het gemeentelijk basisonderwijs (Cade) remgeld van € 0,50 per dag aangerekend voor leerlingen die tijdens de middagpauze op school blijven.
Andere Aartselaarse scholen kunnen enkel aanspraak maken op het sociaal voordeel voor middagtoezicht als zij minstens eenzelfde remgeld toepassen als het gemeentelijk basisonderwijs (Cade).
Het remgeld voor het middagtoezicht wordt NIET in mindering gebracht in de berekeningsformule van het sociaal voordeel.
§3. Avondtoezicht
Het gemeentelijk basisonderwijs (Cade) biedt GEEN avondtoezicht aan voor kleuters. Hierdoor is er geen sociaal voordeel 'avondtoezicht' van toepassing voor het lokale kleuteronderwijs.
Het gemeentelijk basisonderwijs (Cade) organiseert WEL avondtoezicht voor het lager onderwijs op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag, met een duur van 50 minuten (= het avondtoezicht start 15’ na het einde van de lestijd).
Per opvanglocatie in het gemeentelijk lager onderwijs (Cade) worden twee begeleiders ingezet.
Indien voor het avondtoezicht remgeld wordt aangerekend, wordt dit bedrag in mindering gebracht van het sociaal voordeel.
Als het gemeentelijke basisonderwijs (Cade) remgeld aanrekent voor het avondtoezicht in de lagere school, kunnen andere Aartselaarse scholen enkel aanspraak maken op het sociaal voordeel voor avondtoezicht indien zij minstens eenzelfde remgeld toepassen als het gemeentelijk basisonderwijs (Cade).
Artikel 5. Berekening en betaling tussenkomst voor toezicht
§1. Het ochtend-, middag-, - en avondtoezicht beschreven in 'Artikel 4' kan uitgevoerd worden door een leerkracht of een andere persoon aangesteld door het gemeentebestuur (vrijwilligers, PWA-werknemers,...).
§2. Het lokaal bestuur Aartselaar vergoedt de toezichters voor de in Artikel 4 vermelde toezicht als volgt:
Het lokaal bestuur Aartselaar indexeert deze bedragen volgens dezelfde regeling als die voor het eigen personeel.
§3. Lokaal bestuur Aartselaar stelt de jaarlijkse tussenkomst voor het middagtoezicht als volgt vast:
§4. Lokaal bestuur Aartselaar stelt de jaarlijkse tussenkomst voor het ochtendtoezicht als volgt vast:
§4. Lokaal bestuur Aartselaar stelt de jaarlijkse tussenkomst voor het avondtoezicht als volgt vast:
§5. De inrichtende macht van de betrokken onderwijsinstelling staat in voor de bezoldiging van de toezichters.
De onderwijsinstelling bezorgt hiervoor de nodige gegevens aan het lokaal bestuur.
Het lokaal bestuur Aartselaar betaalt de tussenkomst 'sociaal voordeel' na voorlegging van de trimestriële prestatiestaten van de toezichters. Op deze prestatiestaten worden tevens per dag het aantal aanwezige leerlingen bij de start van het avondtoezicht vermeld.
Artikel 6 Toekenning en toezicht
Lokaal bestuur Aartselaar kent de financiële tussenkomsten voor gezondheidstoezicht en sociale voordelen enkel toe aan inrichtende machten die:
Artikel 7 Slotbepalingen
§1. Onderhavig reglement 'Gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs in de gemeente Aartselaar' is van toepassing vanaf het schooljaar 2026- 2027.
§2. Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
§3. Het lokaal bestuur Aartselaar bezorgt een afschrift van dit besluit aan alle inrichtende machten van scholen op het grondgebied van Aartselaar, het Departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, de provinciegouverneur en aan de financieel directeur.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet BOA van 3 mei 2019 en latere wijzigingen.
Het erkenningsreglement voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) goedgekeurd op de gemeenteraad d.d. 15.12.2025
Het reglement met betrekking tot 'het gezondheidstoezicht en sociale voordelen binnen het onderwijs in de gemeente Aartselaar'
In het kader van de verdere uitrol van het BOA-decreet werd een subsidiereglement uitgewerkt dat lokale initiatieven rond buitenschoolse opvang en activiteiten ondersteunt. Dit reglement heeft als doel kwalitatieve naschoolse opvang- en vrijetijdsinitiatieven voor kinderen op school te stimuleren.
In het kader van de verdere uitrol van het BOA-decreet werd een subsidiereglement uitgewerkt dat lokale initiatieven rond buitenschoolse opvang en activiteiten ondersteunt.
Het subsidiereglement heeft als doel de openbare scholen in Aartselaar te ondersteunen bij het kwalitatief organiseren van hun buitenschoolse opvang volgens de criteria opgenomen in het lokale 'erkenningsreglement voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA)'.
Financiële impact:
BOA-subsidies Vlaanderen 2026: € 315.702,18
BOA-subsidies Vlaanderen vanaf 2027: € 318.465,13
Volgens het voorgestelde BOA-subsidiereglement wordt jaarlijks 6% van deze Vlaamse middelen voorzien voor de lokale basissubsidie BOA en 4% voor de lokale subsidie ‘proeftuinen BOA’.
Concreet komt dit neer op:
• 2026: € 18.942,13 voor de basissubsidie & € 12.628,09 voor de proeftuinsubsidie
• Vanaf 2027: € 19.107,91 voor de basissubsidie & € 12.738,61 voor de proeftuinsubsidie
Op basis daarvan moeten volgende budgetten worden voorzien:
• Voor 2026: € 7.576,85 voor de basissubsidie. Aangezien de subsidie pas vanaf september 2026 kan worden aangevraagd, wordt enkel rekening gehouden met de periode september tot en met december 2026. Dit bedrag stemt overeen met 4/10 van het totale jaarbedrag (schooljaar =10 maanden)
Voor de proeftuinsubsidie is het exacte bedrag nog niet zeker. Het maximale bedrag bedraagt € 12.628,09 maar vermoedelijk zal dit lager liggen omdat ook hier geen volledig jaar in aanmerking komt.
• Vanaf 2027: € 31.846,51
In de acties van actieplan BOA-02 (Actie BKO-1 en Actie BKO-5) zijn BOA-subsidies voorzien om de kosten van deze subsidielijn te financieren.
In de toekomst kan worden overwogen om het budget voor deze lokale ‘BOA-subsidies op school’ onder te brengen in een aparte actie.
Enig artikel
het subsidiereglement BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten) goed te keuren.
Subsidiereglement voor BOA-aanbod op scholen
Artikel 1. Doel en doelgroep
§1. Basissubsidie
Het lokaal bestuur Aartselaar kent een basissubsidie toe ter ondersteuning van de organisatie en de werking van de voor- en naschoolse opvang op het grondgebied van Aartselaar.
§1.1 Doel
Met deze basissubsidie wil het lokaal bestuur
Voorzien in de opvangbehoefte van ouders;
Wachtlijsten in de opvang beperken;
Bijdragen aan een veilige, toegankelijke en kwaliteitsvolle opvangomgeving voor kinderen.
De subsidie kan uitsluitend aangewend worden voor:
Personeelskosten, met inbegrip van vergoedingen voor leerkrachten, begeleiders en vrijwilligers die effectief worden ingezet in de opvangwerking
§1.2 Doelgroep
De basissubsidie kan aangevraagd worden door alle openbare scholen gelegen op het grondgebied van de gemeente Aartselaar, die in eigen beheer voor- en/of naschoolse opvang organiseren. Privéscholen komen niet in aanmerking.
§2. Proeftuinsubsidie
§2.1 Doel
Het lokaal bestuur Aartselaar kent een proeftuinsubsidie toe voor de ontwikkeling en uitvoering van initiatieven die gericht zijn op de kwaliteitsverbetering van de naschoolse opvang, in overeenstemming met de lokale BOA-visie.
Deze subsidie ondersteunt pedagogisch onderbouwde activiteiten die bijdragen aan de brede ontwikkeling van kinderen, waaronder hun talenten, taalvaardigheid, creativiteit en sociale vaardigheden, evenals initiatieven die de algemene kwaliteit van de opvang versterken.
De subsidie kan worden aangewend voor acties die bijdragen aan een kwalitatief buitenschools aanbod, in lijn met het BOA-decreet en het reglement tot erkenning van Aarstelaars BOA-aanbod, waaronder o.a.:
Het organiseren van een gevarieerd activiteitenaanbod;
De inzet, ondersteuning en professionalisering van begeleiders van de buitenschoolse opvang;
Infrastructuur en materiaal afgestemd op de doelgroep en het verbeteren van de opvanglocatie;
Het bevorderen van de betrokkenheid van kinderen, ouders en medewerkers;
Werkingskosten die bijdragen aan een efficiënte organisatie van de buitenschoolse opvang.
§2.2 Doelgroep
De proeftuinsubsidie kan aangevraagd worden door alle openbare scholen gelegen op het grondgebied van de gemeente Aartselaar. Privéscholen komen niet in aanmerking.
Artikel 2. Voorwaarden
§1. Basissubsidie
Voorwaarden om basissubsidies aan te vragen:
Erkend zijn volgens het reglement tot erkenning van Aarstelaars BOA-aanbod in categorie A (opvang).
Per schooljaar rapporteren (via het daartoe voorziene sjabloon) over:
De inkomsten en uitgaven van het BOA-aanbod;
De besteding van de subsidie;
Het aantal opgevangen kinderen;
De duurtijd van kinderen in de opvang;
Het aantal begeleiders.
Deelnemen aan het LOKAA. Afwezigheden dienen proportioneel en gemotiveerd te zijn.
§2. Subsidie voor proeftuinen
Voorwaarden om proeftuinsubsidie aan te vragen:
Erkend zijn volgens het reglement tot erkenning van Aartselaars BOA-aanbod
Categorie A (Opvang) voor acties inzake opvang en kwaliteitsverbetering
Categorie B (Activiteiten) voor activiteitenaanbod.
Een projectplan voor ‘de proeftuin’ indienen met
Timing;
Doelstelling;
Activiteitenaanbod of concrete acties;
Begroting
Per schooljaar rapporteren over de uitvoering van de proeftuin (via het daartoe voorziene sjabloon) met o.a. de vermelding van
De besteding van middelen a.d.h.v. een volledig financieel verslag
Het bereiken van de doelgroep;
De inhoudelijk evaluatie en de realisatie van de beoogde doelstelling.
Deelnemen aan het LOKAA. Afwezigheden dienen proportioneel en gemotiveerd te zijn.
Artikel 3. Subsidiebedrag
§1. Basissubsidie
Jaarlijks wordt maximaal 6% van de totale BOA-middelen voorzien voor de organisatie van opvang op scholen, berekend volgens de ratio’s opgenomen in het reglement tot erkenning van Aartselaars BOA-aanbod.
Als de totale som van aangevraagde subsidiebedragen hoger is dan de voorziene middelen, dan worden de beschikbare middelen procentueel verdeeld.
Het subsidiebedrag wordt berekend op basis van volgende parameters:
Noodzakelijke personeelsinzet volgens de geldende ratio’s;
Kostprijs van toezichters;
Effectieve opvangduur;
Verminderd met ontvangen ouderbijdragen en andere tussenkomsten.
§1.1 Voorschoolse opvang
Bindende formule:
[((A’/18+C’/50) * E * F’ * G) – L’] + [((I’/18+J’/50) * E * H’ * G) – K’]
Definities:
A’: het gemiddeld aantal aanwezige kleuters per dag op het einde van de voorschoolse opvang (gedefinieerd als het laatste kwartier voor de start van de lessen) in de referentiemaand februari van het voorgaande schooljaar.
18: de begeleider-kind-ratio voor kleuters volgens het reglement tot erkenning van Aartselaars BOA-aanbod.
C’: het gemiddeld aantal aanwezige lagereschoolkinderen per dag op het einde van de voorschoolse opvang (gedefinieerd als het laatste kwartier voor de start van de lessen) in de referentiemaand februari van het voorgaande schooljaar.
50: de begeleider-kind-ratio voor lagereschoolkinderen volgens het reglement tot erkenning van Aartselaars BOA-aanbod.
E: de vergoeding die het lokaal bestuur Aartselaar betaalt voor toezichters:
Voor leerkrachten tewerkgesteld in de onderwijsinstelling: een niet-geïndexeerd basisuurloon van € 10,74.
Voor andere toezichters: een vergoeding ter waarde van een niet-geïndexeerd basisuurloon van een administratief medewerker op C1-niveau met 0 jaar anciënniteit.
Deze bedragen worden geïndexeerd volgens de bezoldiging van het gemeentepersoneel.
F’: de duurtijd van het ochtendtoezicht waarvoor een tussenkomst geldt via het reglement van gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar.
G: het aantal opvangdagen per schooljaar.
H’: het aantal uren betalende voorschoolse opvang.
I’: het gemiddeld aantal aanwezige kleuters per dag bij de start van het ochtendtoezicht met tussenkomst via het reglement van gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar in de referentiemaand februari van het voorgaande schooljaar.
J’: het gemiddeld aantal aanwezige lagereschoolkinderen per dag bij de start van het ochtendtoezicht met tussenkomst via het reglement van gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar in de referentiemaand februari van het voorgaande schooljaar.
K’: de totale ouderbijdrage voor de voorschoolse opvang per schooljaar.
L’: het totale bedrag aan tussenkomsten voor ochtendtoezicht via het reglement van gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar.
Bijkomende bepalingen:
Per opvanglocatie geldt dat (A’/18+C’/50) minimaal gelijk is aan 2 is als (A’+C’) ≥ 10
§1.2 Naschoolse opvang
Bindende formule:
[((A/18+C/50) * E * F * G) – L] + [((I/18+J/50) * E * H * G) – K]
Definities:
A: het gemiddeld aantal aanwezige kleuters per dag bij de start van de naschoolse opvang (gedefinieerd als een kwartier na het einde van de lessen) in de referentiemaand februari van het voorgaande schooljaar.
18: de begeleider-kind-ratio voor kleuters volgens het reglement tot erkenning van Aartselaars BOA-aanbod.
C: het gemiddeld aantal aanwezige lagereschoolkinderen per dag bij de start van de naschoolse opvang (gedefinieerd als een kwartier na het einde van de lessen) in de referentiemaand februari van het voorgaande schooljaar.
50: de begeleider-kind-ratio voor lagereschoolkinderen volgens het reglement tot erkenning van Aartselaars BOA-aanbod.
E: de vergoeding voor toezichters zoals bepaald onder voorschoolse opvang.
F: de duurtijd van het avondtoezicht waarvoor een tussenkomst geldt volgens het reglement van gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar.
G: het aantal opvangdagen per schooljaar.
H: het aantal uren naschoolse opvang waarvoor geen tussenkomst geldt via het reglement voor gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar.
I: het gemiddeld aantal aanwezige kleuters per dag op het einde van het avondtoezicht met tussenkomst via het reglement van gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar in de referentiemaand februari van het voorgaande schooljaar.
J: het gemiddeld aantal aanwezige lagereschoolkinderen per dag op het einde van het avondtoezicht met tussenkomst via het reglement van gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar in de referentiemaand februari van het voorgaande schooljaar.
K: de totale ouderbijdrage voor de naschoolse opvang per schooljaar.
L: het totale bedrag aan tussenkomsten voor avondtoezicht via het reglement van de sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar per schooljaar.
Bijkomende bepalingen:
Per opvanglocatie geldt dat (A/18+C/50) minimaal gelijk is aan 2 is als (A+C) ≥ 10
§1.3 Totaal basissubsidie
De totale basissubsidie per schooljaar wordt vastgesteld als de som van:
Het subsidiebedrag voor de voorschoolse opvang, berekend overeenkomstig §1.1; en
Het subsidiebedrag voor de naschoolse opvang, berekend overeenkomstig §1.2.
§2. Subsidie voor proeftuinen
Jaarlijks wordt maximaal 4% van de totale BOA-middelen gereserveerd voor de financiering van proeftuinen.
Als de totale som van aangevraagde subsidiebedragen hoger is dan de voorziene middelen, dan worden de beschikbare middelen verdeeld onder de goedgekeurde aanvragen.
Het maximale subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het geraamde negatieve saldo van de proeftuin, zoals opgenomen in de begroting van de subsidieaanvraag:
Alleen het tekort (het verschil tussen uitgaven en inkomsten) komt in aanmerking voor subsidiëring.
Het subsidiebedrag is beperkt tot het geraamde en onderbouwde saldo in het projectplan.
Volgende uitgaven kunnen niet opgenomen worden in begroting:
Kosten die geen aantoonbare link hebben met de proeftuin
Uitgaven eigen aan de reguliere werking van de organisatie
Uitgaven voor aankoop goederen voor verkoop aan derden
Artikel 4. Procedure
§1. Aanvraag
§1.1 Indieningstermijnen
§1.1.1 Basissubsidie
De aanvraag voor de basissubsidie wordt uiterlijk op 30 april voorafgaand aan het desbetreffend schooljaar ingediend via het daartoe voorziene aanvraagformulier op de website van het lokaal bestuur Aartselaar.
In afwijking geldt voor het schooljaar 2026–2027 een overgangsregeling waarbij aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 30 september 2026.
§1.1.2 Subsidie voor proeftuinen
De aanvraag voor een proeftuinsubsidie voor initiatieven die plaatsvinden in het eerste semester wordt uiterlijk op 30 april voorafgaand aan het desbetreffend schooljaar ingediend.
Voor initiatieven in het tweede semester wordt de aanvraag uiterlijk op 30 oktober van het het desbetreffend schooljaar ingediend.
In afwijking geldt voor het schooljaar 2026–2027 een overgangsregeling waarbij aanvragen voor proeftuinen in het eerste semester kunnen worden ingediend tot en met 30 september.
§1.2 Ontvangstbevestiging
Het lokaal bestuur Aartselaar bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk.
§1.3 Meldingsplicht
De aanvrager is verplicht het lokaal bestuur Aartselaar onverwijld en schriftelijk in kennis te stellen van elke wijziging die een invloed kan hebben op de aanvraag, de beoordeling ervan of de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.
§2. Beoordeling
De coördinator BOA beoordeelt de aanvraag op:
Ontvankelijkheid;
Volledigheid;
Inhoudelijke kwaliteit.
De aanvrager beschikt over een termijn van 14 kalenderdagen om een onvolledige dossiers te vervolledigen. Zolang het dossier onvolledig is, wordt de behandelingstermijn opgeschort.
De beoordeling van proeftuinen gebeurt op basis van:
Kwaliteit en haalbaarheid;
Begrotingsrealiteit;
Aansluiting bij de lokale BOA-visie;
Impact op de ontwikkeling van kinderen en het beteren van de kwaliteit van de opvang
De aanvraagdossiers worden ter advies voorgelegd aan het LOKAA.
Het advies van de coördinator BOA en het LOKAA wordt bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen.
§3. Beslissing
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de subsidietoekenning;
Beslissing binnen 10 weken na uiterste indiendatum;
Kennisgeving binnen 14 kalenderdagen na beslissing over de subsidietoekenning;
§4. Evaluatie & uitbetaling
De subsidie wordt uitbetaald via overschrijving op het door de aanvrager opgegeven rekeningnummer.
§4.1 Basissubsidie
Het online evaluatieformulier incl. het financieel verslag en bewijsstukken over het gebruik van basissubsidie wordt jaarlijks ingediend bij de BOA-coördinator.
De basissubsidie wordt berekend en uitbetaald samen met de bijdrage van het sociale voordeel volgens het reglement van gezondheidstoezicht en sociale voordelen in het onderwijs in de gemeente Aartselaar.
§4.2 Subsidie voor proeftuinen
Binnen de 12 weken na het einde van de proeftuin moet de aanvrager het online evaluatieformulier incl. het financieel verslag en bewijsstukken indienen bij de BOA-coördinator.
De proeftuinsubsidie wordt als volgt uitbetaald:
Een voorschot ten bedrage van 75% van het toegekende subsidiebedrag, na goedkeuring van de subsidieaanvraag door het college van burgemeester en schepenen;
Het saldo van 25% na indiening en goedkeuring van het evaluatie - en financieel verslag.
Als bij de eindafrekening blijkt dat het effectief aanvaarde subsidiebedrag lager is dan het al uitgekeerde voorschot, behoudt het lokaal bestuur zich het recht voor het verschil geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
Artikel 5. Controle
§1 Het lokaal bestuur Aartselaar kan te allen tijde informatie opvragen met betrekking tot de naleving van dit reglement en de correcte aanwending van de toegekende subsidie.
§2 Het lokaal bestuur Aartselaar kan op elk moment ter plaatse controles uitvoeren op het gebruik van de subsidie.
§3 De subsidieontvanger staat in voor een correcte registratie en moet alle parameters die gebruikt worden voor de berekening van de subsidie kunnen aantonen.
§4 Het lokaal bestuur kan de aangeleverde gegevens verifiëren en, indien nodig, corrigeren op basis van objectieve en controleerbare gegevens.
Artikel 6. Sancties
§1. Als een school de erkenning volgens het reglement tot erkenning van Aartselaars BOA-aanbod verliest tijdens de subsidietermijn, dan moet de school pro rata het deel van de subsidie voor de resterende termijn terugbetalen.
§2. Als de school de subsidie niet gebruikt voor het doel waarvoor ze het kreeg, of als de school zich verzet tegen de controle die vermeld is in artikel 6, dan dient de subsidie te worden terugbetaald.
§3. Bij fraude of valse verklaringen kan lokaal bestuur Aartselaar beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen, in de toekomst geen subsidies meer toe te staan en de reeds gekregen subsidie terug te vorderen.
Artikel 7. Cumuleerbaarheid
De subsidie is niet cumuleerbaar met andere gemeentelijke subsidies voor dezelfde uitgaven.
Artikel 8. Slotbepalingen
§1. Dit reglement treedt in werking na goedkeuring door de gemeenteraad voor subsidieaanvragen BOA-aanbod op school vanaf het schooljaar 2026-2027.
§2. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het college van burgemeester en schepenen.
§3. Het lokaal bestuur behoudt zich het recht voor om bij overmacht of wijzigende regelgeving de voorwaarden of categorieën aan te passen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De wet van 15 januari 2024 betreffende de bestuurlijke aanpak van gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen.
De lokale besturen van Hove, Edegem, Kontich, Lint en Aartselaar wensen een duurzame, professionele en intergemeentelijke aanpak uit te bouwen voor bestuurlijke handhaving, de bestuurlijke aanpak van ondermijning, de opvolging en controle van uitbatings- en vestigingsvergunningen en de proactieve detectie van financiële, operationele en juridische risico’s.
De nieuwe wetgeving rond bestuurlijke handhaving en ondermijning legt een uitgebreid en complex takenpakket op aan burgemeesters en lokale besturen. Om die reden wordt voorgesteld om samen te werken rond de aanstelling van één Intergemeentelijke Deskundige Bestuurlijke Handhaving en Ondermijning voor de vijf HEKLA-gemeentes.
De samenwerkingsovereenkomst voorziet in de aanstelling van één Intergemeentelijke Deskundige Bestuurlijke Handhaving en Ondermijning, die binnen het grondgebied van Hove, Edegem, Kontich, Lint en Aartselaar zal optreden als dossierbeheerder bestuurlijke handhaving, SPOC bestuurlijke handhaving en ondermijning, netwerkbouwer tussen de verschillende diensten, coördinator van integriteitsonderzoeken, ondersteuner van bestuurders en diensten en liaison met PZ HEKLA en inspectiediensten.
De kosten voor de aanstelling en werking van de intergemeentelijke deskundige bestuurlijke handhaving en ondermijning worden gedragen door de vijf deelnemende lokale besturen. Lokaal bestuur Edegem treedt op als juridische werkgever en staat in voor de bezoldiging, personeelsadministratie, vorming, evaluatie en de nodige werkingsmiddelen. De kosten worden vervolgens doorgerekend aan de deelnemende gemeenten. De kostenverdeling gebeurt volgens dezelfde verdeelsleutel als de gemeentelijke dotaties in de politiebegroting van PZ Hekla. Deze verdeelsleutel zorgt voor een objectieve en vooraf bepaalde verdeling van de gezamenlijke kosten tussen Hove, Edegem, Kontich, Lint en Aartselaar.
De samenwerking moet bijdragen aan professionalisering, specialisatie, uniforme werkprocessen, efficiënte informatiedoorstroming naar de bestuurlijke overheid en politie, het vermijden van waterbedeffecten en de bescherming van de lokale economie en het sociaal weefsel.
De overeenkomst gaat in zodra de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten zich hiermee akkoord verklaren en geldt in principe voor onbepaalde duur, tenzij ze wordt ontbonden.
Artikel 1
De samenwerkingsovereenkomst, zoals opgenomen in bijlage, goed te keuren betreffende de aanstelling van een Intergemeentelijke Deskundige Bestuurlijke Handhaving en Ondermijning tussen de lokale besturen van Hove, Edegem, Kontich, Lint en Aartselaar.
Artikel 2
Kennis te nemen van het feit dat lokaal bestuur Edegem optreedt als juridische werkgever van de Intergemeentelijke Deskundige Bestuurlijke Handhaving en Ondermijning en instaat voor de aanwerving, personeelsadministratie, vorming, evaluatie en bezoldiging.
Artikel 3
De kosten voor de Intergemeentelijke Deskundige Bestuurlijke Handhaving en Ondermijning, die worden verdeeld volgens de verdeelsleutel voor de gemeentelijke dotaties in de politiebegroting van PZ HEKLA, goed te keuren.
Artikel 4
Het budget zal voorzien worden bij de volgende aanpassing meerjarenplan.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 29 maart 2024 tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen.
Artikel 31 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.
Artikel 458ter van het Strafwetboek.
De wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
De Vlaamse Gemeenschap, Agentschap Justitie en Handhaving, de stad Antwerpen en de kernpartners wensen de inrichting en financiering van Veilig Huis Antwerpen te regelen via een kaderovereenkomst.
Veilig Huis Antwerpen wordt ingericht als een regionale niet-hiërarchische netwerkorganisatie voor de gecoördineerde aanpak van intrafamiliaal geweld binnen het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, afdeling Antwerpen. De kaderovereenkomst bepaalt onder meer de doelstelling, kerntaken, overlegstructuur, engagementen van kernpartners, taakomschrijvingen, afspraken over afgevaardigde medewerkers, werklocaties, externe communicatie, informatiedeling, klachtenbehandeling en de modaliteiten inzake inwerkingtreding, verlenging, wijziging en opzeg.
Veilig Huis Antwerpen biedt verschillende financiële scenario's, waarvan de toelichting in bijlage terug te vinden is.
Veilig Huis Antwerpen bundelt de expertise van verschillende diensten rond intrafamiliaal geweld om complexe en ernstige situaties duurzaam, gecoördineerd en doeltreffend aan te pakken. De samenwerking heeft tot doel om slachtoffers en andere leden van het cliëntsysteem laagdrempeliger toegang te geven tot noodzakelijke diensten en om de samenwerking tussen politie, justitie en hulpverlening te versterken.
De kaderovereenkomst omschrijft de minimale opdrachten van Veilig Huis Antwerpen, waaronder het stimuleren, coördineren en ondersteunen van intersectorale samenwerking, het voorzien in een cliëntgericht aanbod, deskundigheidsbevordering van professionals en het faciliteren van een aanvullend aanbod inzake intrafamiliaal geweld.
Het werkingsgebied van Veilig Huis Antwerpen omvat het volledige grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, afdeling Antwerpen.
De overeenkomst bevat daarnaast afspraken over de beleidsmatige en operationele overlegstructuren, de engagementen van kernpartners, de inzet van afgevaardigde medewerkers, het instructierecht, de werklocaties, de externe communicatie en de verwerking van persoonsgegevens. De kaderovereenkomst wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd en kan worden gewijzigd of opgezegd volgens de bepalingen opgenomen in de overeenkomst.
Het politiecollege heeft positief beslist om in te stappen in de kaderovereenkomst van het Veilig Huis Antwerpen via het groeiscenario (3.2).
Artikel 1
De kaderovereenkomst, zoals terug te vinden in bijlage, inzake inrichting en financiering van Veilig Huis Antwerpen goed te keuren.
Artikel 2
Akkoord ta gaan met de bepalingen van de kaderovereenkomst, waaronder de doelstelling, kerntaken, overlegstructuur, engagementen van kernpartners, bepalingen inzake afgevaardigde medewerkers, informatiedeling, klachtenbehandeling en modaliteiten inzake inwerkingtreding, verlenging, wijziging en opzeg.
Artikel 3
Akkoord te gaan met de keuze voor scenario 2 het groeiscenario, zoals terug te vinden in bijlage.
Artikel 4
Het budget zal voorzien worden bij de volgende aanpassing meerjarenplan.
De wet van 14 januari 2013 tot wijziging van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele veiligheid.
De ministeriële Omzendbrief van 4 maart 2013 betreffende de verdeling van de in aanmerking komende kosten onder de gemeenten-groepscentra en de beschermde gemeenten.
De brief van 8.04.2026 van de gouverneur namens de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - Federale Diensten van de Gouverneur - Dienst brandweer betreffende de afrekening van de brandweerbijdrage 2015 – werking 2014.
Onze gemeente is een bedrag van 468.447,54 euro verschuldigd is voor het jaar 2014. Hiervan werd reeds een bedrag van 302.051,14 euro aan voorschotten betaald.
Er blijft dus nog een saldo van 166.396,40 euro te betalen blijft.
Het behoort tot de bevoegdheid van de gemeenteraad hieromtrent een advies uit te brengen.
Gelet op zijn negatief advies van 27 januari 2014 en de bijhorende argumentatie over de achterstallige brandweerbijdragen voor de periode 2007-2011.
Gelet op zijn negatief advies van 29 juni 2015 en de bijhorende argumentatie over de achterstallige brandweerbijdragen voor het jaar 2012 (werking 2011).
Gelet op zijn negatief advies van 19 juni 2017 en de bijhorende argumentatie over de achterstallige brandweerbijdragen voor het jaar 2013 (werking 2012).
Gelet op zijn negatief advies van 25 juni 2018 en de bijhorende argumentatie over de achterstallige brandweerbijdragen voor het jaar 2014 (werking 2013).
Gelet op de procedure bij de Raad van State.
Gelet op het vonnis van de rechtbank van Kortrijk van 27 november 2014.
Het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 4 april 2022.
Gelet op het besluit d.d. 25.04.2022 van het college van burgemeester en schepenen houdende een annulatieberoep in te stellen bij het Hof van Cassatie.
Overwegende dat de argumentatie over de afrekening van de brandweerbijdragen ongewijzigd is gebleven voor het aandeel van de gemeente Aartselaar.
Artikel 10, §4, 3° van de Wet betreffende de Civiele Bescherming bepaalt dat de bijdrage voor een bepaald kalenderjaar door de gouverneur wordt vastgesteld in de loop van het daarop volgende kalenderjaar. De verjaringstermijn loopt vanaf het ogenblik waarop de gouverneur zijn definitieve afrekening kan opstellen, nu op dat ogenblik betaling kan worden geëist. Daaruit volgt dat de door de beschermde gemeentes verschuldigde jaarlijkse bijdrage voor het werkingsjaar 2014 opeisbaar is in de loop van 2015, zodat de verjaring begint te lopen met ingang van 1 januari 2016. Er kunnen derhalve geen supplementaire bijdragen meer worden geïnd, nu de vijfjarige verjaringstermijn van artikel 2277 van het oud Burgerlijk Wetboek inmiddels is verstreken, en (subsidiair) zelfs de gemeenrechtelijke verjaringstermijn van 10 jaar.
Artikel 1
Kennis te nemen van het schrijven van de gouverneur en een negatief advies uit te brengen met betrekking tot de vastgestelde brandweerbijdrage voor 2015 – werking 2014 van 468.447,54 euro.
Artikel 2
Een afschrift van dit besluit over te maken aan de gouverneur en aan de financieel directeur.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 2, 40 en 41;
Artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van d.d. 25.04.2014 dat bepaalt dat de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen dient te nemen indien de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft; dat dergelijk besluit over de zaak van de wegen dient te worden genomen alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.
Artikel 47 van het omgevingsvergunningsbesluit dat stelt dat als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat, waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, de gemeenteraad hierover een besluit aanneemt. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Artikel 75 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning dat bepaalt dat de bevoegde overheid aan een omgevingsvergunning lasten kan verbinden. Die lasten vinden hun oorsprong in het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit die vergunning haalt en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich moet nemen. De bevoegde overheid neemt de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, vermeld in artikel 31, integraal op in de vergunning.
Het decreet houdende de gemeentewegen d.d. 03.05.2019, inzonderheid artikel 3 en artikel 4.
De aanvraag van een omgevingsvergunning ingediend door Igean dienstverlening met betrekking tot stedenbouwkundige handelingen, voor percelen gelegen, Boomsesteenweg (109) - Oeyvaersbosch en kadastraal bekend als afdeling 2 sectie D nrs. 31A2, 76Y en 76P5 – 11001/2026/00026 - OMV_2025153786 – projectinhoudversie 4: aanpassing KMO-zone, aanpassing gracht, vellen bomen (inclusief aanpassing rooilijn Oeyvaersbosch).
Het betreft de wijziging van een eerdere vergunning (met referentie (gemeente) 11001/2021/01008 - PIV 4 - (omgevingsloket) OMV_2021150281: uitbreiding van wegenis in functie van latere KMO-units) in Oeyvaersbosch, toegangsweg woningen Halfstraat 7 & 9, nieuwe rooilijn, werken aan grachten, aanleg nieuwe voet/fietsweg (tussen insteekweg Halfstraat & Oeyvaersbosch), heraanleg Halfstraat inclusief de aanleg van gescheiden riolering in de Halfstraat, het vellen van bomen & verkavelingsaanvraag (lot 1) -Oeyvaersbosch/Halfstraat - 001/261) voor het deel van de werken genaamd “uitbreiding Oeyvaersbosch”. De andere werken vermeld in deze vergunning zijn reeds gerealiseerd.
Ten gevolge van een beslissing van de vrederechter is de grens van het openbaar domein ter hoogte van woning 109 (perceel D31a2) opgeschoven tot het midden van de bestaande gracht waardoor de toegangsweg ter hoogte van de KMO-zone moest worden opgeschoven.
De vraag tot een gemeenteraadsbeslissing betreffende de zaak der wegen werd gevraagd door de provincie Antwerpen op 11 maart 2026 via het omgevingsloket (uitgevoerd in de hoedanigheid van Vergunningsverlenende overheid in eerste aanleg).
De vaststelling dat in het kader van deze aanvraag de openbare wegenis wordt gewijzigd als volgt:
Oeyvaersbosch
De rooilijn goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 februari 2022 wordt aangepast ter hoogte van de grens met perceel D31a2. De perceelsgrens van perceel D31a2 schuift door de gerechtelijke beslissing naar het zuiden op. De rooilijn die op deze perceelsgrens lag schuift nu eveneens op zodat ze terug op de perceelsgrens ligt van perceel D31a2 na aanpassing conform de gerechtelijke beslissing. De perceelsgrens van D31a2 en de rooilijn worden nu voorzien in het midden van de bestaande gracht.
De bestaande te herprofileren gracht in Oeyvaersbosch schuift niet meer op naar het noorden maar blijft op zijn huidige locatie. Door de verschoven perceelsgrens worden nu ook werken uitgevoerd op perceel D31a2 om de bestaande gracht te kunnen herprofileren. De aan te leggen groenstrook ten noorden van de gracht en nu gelegen op perceel D31a2 komt te vervallen. De berm tussen de gracht en de ontsluitingsweg wordt verbreed van 0,75 meter naar 2 meter en aangeplant met haagbeuk (Fagus sylvatica, plantmaat 150/175) die zal gesnoeid worden op een hoogte van 3 meter. De ontsluitingsweg wordt versmald van 7 meter naar 5 meter. De weg schuift ook 0,5 meter op naar het zuiden. De parkings op het einde van de ontsluitingsweg verdwijnen. De keerlus voor de brandweer wordt versmald en deels aangelegd in waterdoorlatende materialen.
Het aangepaste rooilijnplan is toegevoegd aan het project en "gekend als plan nr. 1 rooilijnplan wijziging - 20250930-AAR001.01-F5-RO03" opgemaakt door Igean dienstverlening.
De gemeenteraad is bevoegd om te beslissen over de zaak van de wegen op grond van artikel 2 en 40 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Overeenkomstig artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet dient de gemeenteraad te beslissen over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
Met betrekking tot de voorliggende aanvraag dient de gemeenteraad zich uit te spreken over het aangepaste rooilijnplan Oeyvaersbosch.
In het dossier treedt IGEAN op als gedelegeerd bouwheer in naam van het gemeentebestuur Aartselaar. IGEAN is in dit dossier initiatiefnemer, maar de gemeente is grondeigenaar.
Openbaar onderzoek en bezwaarschriften.
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 19 maart 2026 tot en met 17 april 2026. De aanplakking werd uitgevoerd door het lokaal bestuur op 18 maart 2026.
Resultaten openbaar onderzoek
Er werd vastgesteld dat er 1 bezwaarschriften werden ingediend.
Datum: 13/04/2026 – 1 analoog bezwaar met 1 ondertekening
Het bezwaarschrift heeft geen betrekking tot de beslissing - gemeenteraad (wegenis - zaak der wegen).
Adviezen (aangevraagd door de provincie Antwerpen d.d. 11 maart 2026)
Advies (intern)
Beoordeling
De gemeenteraad houdt hierbij rekening met de principes en doelstellingen uit het Decreet Gemeentewegen.
De ligging van de rooilijn wordt aangepast zodat de grens wordt gerespecteerd die vastgelegd werd in het vonnis van de vrederechter van kanton Boom op 8 oktober 2024 en uitgetekend op het proces-verbaal van meting en afpaling van Stijn Van Opstal op 17 december 2024. De voorgestelde rooilijnwijziging is noodzakelijk ten gevolge van een beslissing van de vrederechter. De grens van het openbaar domein ter hoogte van woning 109 (perceel D31a2) is opgeschoven tot het midden van de bestaande gracht waardoor de toegangsweg ter hoogte van de KMO-zone moest worden opgeschoven.
De voorgestelde rooilijnwijziging is verantwoord in functie van het algemeen belang.
De gemeenteraad acht de wegenis voorzien in het project voldoende breed en correct uitgerust. Het ontwerp past binnen de structuur van de gemeentewegen. Het ontwerp sluit aan bij de omgeving en verstoort de samenhang van de gemeentewegen niet.
Artikel 1
Kennis te nemen van het aangepaste rooilijnplan met kenmerk 20250930-AAR001.01-F5-RO03.
Artikel 2
Over te gaan tot de vaststelling van het in bijlage op dit besluit toegevoegde rooilijnplan met kenmerk 20250930-AAR001.01-F5-RO03, onderdeel van de aanvraag van een omgevingsvergunning van IGEAN dienstverlening tot stedenbouwkundige handelingen: aanpassing KMO-zone, aanpassing gracht, vellen bomen (inclusief aanpassing van de rooilijn Oeyvaersbosch) voor percelen gelegen, Boomsesteenweg (109) - Oeyvaersbosch en kadastraal bekend als afdeling 2 sectie D nrs. 31A2, 76Y en 76P5 – 11001/2026/00026 - OMV_2025153786 – projectinhoudversie 4.
Artikel 3
Goedkeuring te hechten aan het aangepaste rooilijnplan, met kenmerk 20250930-AAR001.01-F5-RO03 onderdeel van in artikel 2 vermelde aanvraag tot omgevingsvergunning. De nieuwe rooilijn wordt vastgesteld conform het goedgekeurde plan en vervangt de bestaande rooilijn voor het betrokken gedeelte. Het rooilijnplan zal ondertekend worden conform de rooilijnprocedure.
Artikel 5
De beslissing wordt samen met het ondertekende rooilijnplan overgemaakt aan de provincie Antwerpen (via het omgevingsloket) en maakt deel uit van dossier 11001/2026/00026 - OMV_2025153786 - PIV 4.
Artikel 6
Dit besluit van de gemeenteraad is nietig wanneer de omgevingsvergunning niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd, of wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 1° (het geraamde bedrag excl. btw bereikt de drempel van € 221.000,00 niet) en artikel 43.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst aankoop speeltoestellen” werd een bestek met nr. JEUGD/2026/01 opgesteld.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 99.173,55 excl. btw of € 120.000,00 incl. 21% btw.
De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 48 maanden.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
De huidige opdracht beoogt het sluiten van een raamovereenkomst met één enkele deelnemer waarbij niet alle voorwaarden in de raamovereenkomst werden bepaald. De aanbestedende overheid kan de deelnemer aan de raamovereenkomst indien nodig schriftelijk raadplegen om hem te verzoeken zijn offerte aan te vullen.
Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.
Deze opdracht heeft als doel te voorzien op een onvoorziene vraag of vervanging van een toestel, in afwachting van de opmaak van een speelweefselplan. Dit speelweefselplan zal in de toekomst als beleidsmatige basis dienen voor gelijkaardige opdrachten en investeringen.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in (TECHN-6) 0119-00/2300000. Ontwikkelen van visie rond speeltoestellen en aankoop van nieuw materiaal.
Artikel 1
Het bestek met nr. JEUGD/2026/01 en de raming voor de opdracht “Raamovereenkomst aankoop speeltoestellen”, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 99.173,55 excl. btw of € 120.000,00 incl. 21% btw.
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Artikel 4
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in (TECHN-6) 0119-00/2300000.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36, en inzonderheid artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat;
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;
De samenwerkingsovereenkomst met Pidpa, Desguinlei 246 te 2018 Antwerpen d.d. 23.2.2016.
De ontwerpopdracht voor de opdracht “Weg- en rioleringswerken Kapellestraat & Laar” werd gegund aan Anteagroep.
In het kader van de opdracht “Weg- en rioleringswerken Kapellestraat & Laar” werd een bestek met nr. K-16-015 opgesteld en door Pidpa aangeboden voor goedkeuring.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 9.998.584,87 excl. btw.
Het aandeel van gemeente Aartselaar bedraagt € 2.260.826,89 excl. btw plus € 2.164.256,14 derde betaler. In totaal bedraagt de raming voor gemeente Aartselaar € 4.899.856,67 incl. btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.
Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.
Het betreft een gezamenlijke opdracht waarbij Pidpa de procedure zal voeren en in naam van Gemeente Aartselaar bij de gunning van de opdracht zal optreden.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in WEGEN-2/0200-00/2240000.
Artikel 1
Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. K-16-015 en de raming voor de opdracht “Weg- en rioleringswerken Kapellestraat & Laar”, zoals aangeleverd door Pidpa, Desguinlei 246 te 2018 Antwerpen. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt € 9.998.584,87 excl. btw, waarvan het aandeel voor gemeente Aartselaar € 4.899.856,67 incl. btw bedraagt.
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Artikel 3
Pidpa wordt gemandateerd om de procedure te voeren en in naam van Gemeente Aartselaar bij de gunning van de opdracht op te treden.
Artikel 4
In geval van een juridisch geschil omtrent deze overheidsopdracht, is elk deelnemend bestuur mee verantwoordelijk voor alle mogelijke kosten in verhouding tot zijn aandeel in de opdracht.
Artikel 5
Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan Pidpa.
Artikel 6
De aankondiging van de opdracht wordt door Pidpa ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.
Artikel 7
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in WEGEN-2/0200-00/2240000.
Het gemeentelijk reglement op de toekenning van 'Projectsubsidies voor buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten', goedgekeurd door de gemeenteraad d.d. 28 juni 2021 en aangepast op de gemeenteraad d.d. 18 december 2023 en de gemeenteraad d.d. 17 februari 2025.
Voor de deadline van 01 april 2026 werden er drie aanvragen voor het toekennen van projectsubsidies voor buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten' ingediend:
De commissie 'projectsubsidies' kwam samen op do 02 april 2026.
Het verslag van de commissie 'projectsubsidies' d.d. 02.04.2026 rond de subsidieaanvragen voor buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten, gebaseerd op het gemeentelijk reglement op de toekenning van 'Projectsubsidies voor buurt overschrijdende vrijetijdsprojecten' werd opgenomen in de bijlage.
De commissie 'projectsubsidies' gaf een positief advies over alle ingediende dossiers.
In het verslag van de commissie 'projectsubsidies' d.d. 02.04.2026 werd een uitgebreide motivering opgenomen.
De principiële goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen d.d. 13.4.2026.
Artikel 1
De ingediende projectaanvraag van Chiro Echo Aartselaar (X-treme Echo Experience | Za 2 t/m Ma 4 mei 2026) goed te keuren op basis van het geldende reglement en hieraan maximaal € 491,34 projectsubsidies voor 'buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten' toe te kennen (met een maximum van 50% van de bewezen kosten).
De uitbetaling van de financiële toelage bedraagt bij toekenning € 294,80 (60% van de projectsubsidie) op het rekeningnummer BE49 7895 1193 2571 op naam van Vincent Van Oeckel. Na afloop van het project volgt nog een uitbetaling van de overige 40% (€ 196,54), na indiening van een gemotiveerd en waarheidsgetrouw evaluatieverslag.
Chiro Echo Aartselaar kan op basis van het geldende reglement voor dit project ook gebruik maken van het gemeentelijk feestmateriaal, de gemeentelijke promotiekanalen en de gemeentelijke infrastructuur onder de voorwaarden van erkende verenigingen.
Artikel 2
De ingediende projectaanvraag van Kiwanis Aartselaar (Solhoffeesten | Za 29 augustus 2026) goed te keuren op basis van het geldende reglement en hieraan maximaal € 1.500,00 projectsubsidies voor 'buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten' toe te kennen (met een maximum van 50% van de bewezen kosten).
De uitbetaling van de financiële toelage bedraagt bij toekenning € 900 (60% van de projectsubsidie) op het rekeningnummer BE87 0682 4496 0894 op naam van Kiwanis Aartselaar. Na afloop van het project volgt nog een uitbetaling van de overige 40% (€ 600), na indiening van een gemotiveerd en waarheidsgetrouw evaluatieverslag.
Kiwanis kan op basis van het geldende reglement voor dit project ook gebruik maken van het gemeentelijk feestmateriaal, de gemeentelijke promotiekanalen en de gemeentelijke infrastructuur onder de voorwaarden van erkende verenigingen.
Artikel 3
De ingediende projectaanvraag van Joda vzw (Zomerbar aan Leonaar | Vr 19 t/m zo 21 juni 2026) op basis van het geldende reglement goed te keuren en hieraan maximaal € 1.022,50 projectsubsidies voor 'buurt-overschrijdende vrijetijdsprojecten' toe te kennen (met een maximum van 50% van de bewezen kosten) op voorwaarde dat 'Leonaar' vrij kan worden gemaakt van vr 19 t/m zo 21 juni 2026.
De uitbetaling van de financiële toelage bedraagt bij toekenning € 613,50 (60% van de projectsubsidie) op het rekeningnummer BE83 6528 4808 3715 op naam van Thomas Bruggeman. Na afloop van het project volgt nog een uitbetaling van de overige 40% (€ 409), na indiening van een gemotiveerd en waarheidsgetrouw evaluatieverslag.
Joda vzw kan op basis van het geldende reglement voor dit project ook gebruik maken van het gemeentelijk feestmateriaal, de gemeentelijke promotiekanalen en de gemeentelijke infrastructuur onder de voorwaarden van erkende verenigingen.
Indien 'Leonaar' niet vrijgemaakt kan worden voor verhuur aan Joda vzw vervalt de toekenning en uitbetaling van deze projectsubsidies.
Raadsleden Lea Den Abt en Kris Wils verlaten voor dit agendapunt de zitting.
Het Keizerlijk Decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen.
De wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der erediensten, gewijzigd door de wetten van 19 juli 1974, 17 april 1985 en 18 juli 1991.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten, gewijzigd door het decreet van 6 juli 2012 tot wijziging van het eredienstendecreet.
Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten.
De voorliggende rekening 2025 van de kerkraad Sint-Leonardus, goedgekeurd door de kerkraad op 26.03.2026.
Het overleg met het centraal kerkbestuur.
De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek werd onderzocht en voldoet aan de formele en inhoudelijke vereisten.
Enig Artikel
Gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Leonardus.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeente Aartselaar ontving een aangetekende uitnodiging van Creat Services dv voor de Algemene Vergadering der deelnemers op 16 juni 2026 om 14.30 uur in Flanders Expo te Gent, met digitale inbelmogelijkheid via Zoom. Bij deze uitnodiging werd de agenda van de algemene vergadering gevoegd, samen met een uitgebreide toelichting per agendapunt en een ontwerp van beslissing. De deelnemers worden verzocht hun beslissing met betrekking tot alle punten van de agenda uiterlijk op 11 juni 2026 over te maken.
De agenda van de Algemene Vergadering van Creat Services dv van 16 juni 2026 omvat volgende punten:
Uit de meegedeelde stukken blijkt dat de raad van bestuur de voormelde agendapunten voorbereidde en ter goedkeuring voorlegt aan de algemene vergadering. Het is aangewezen het standpunt van de gemeente Aartselaar met betrekking tot deze agenda vast te leggen.
Artikel 1
Kennis te nemen van de uitnodiging voor de Algemene Vergadering van Creat Services dv van 16 juni 2026.
Artikel 2
De agenda van de Algemene Vergadering van Creat Services dv van 16 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden) goed te keuren.
Artikel 3
De vertegenwoordiger wordt gemandateerd om conform deze beslissing te handelen tijdens de Algemene Vergadering van Creat Services dv van 16 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden)
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan Creat.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
In het bijzonder artikel 432, alinea 3 van het decreet lokaal bestuur, dat bepaalt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger moet worden herhaald voor elke algemene vergadering.
De statuten van IKA, laatst gewijzigd door de buitengewone algemene vergadering van 21 november 2023 en goedgekeurd bij ministerieel besluit van 23 februari 2024.
De gemeente Aartselaar is aangesloten bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband IKA.
Met aangetekend schrijven van 14 april 2026 werd de gemeente uitgenodigd voor de algemene vergadering tevens jaarvergadering van IKA op 22 juni 2026 om 19.00 uur in Den Eyck, Houtum 39 te 2460 Kasterlee.
IKA verzoekt de gemeente om het dossier aan de gemeenteraad voor te leggen en uiterlijk 15 juni 2026 een voor eensluidend verklaard uittreksel uit de notulen over te maken.
Bij de oproeping werden de agenda en de documentatiestukken gevoegd. De agenda omvat onder meer de kennisneming van de verslagen over boekjaar 2025, de goedkeuring van de jaarrekening per 31 december 2025, de vaststelling van de uitkeringen, de kwijting aan bestuurders en commissaris, de mogelijkheid tot deelname in Tethys, de mogelijkheid tot deelname in en/of financiering van IGEAN Energie, statutaire benoemingen en statutaire mededelingen.
De gemeenteraad neemt kennis van de uitnodiging en de bijhorende stukken voor de algemene vergadering van IKA van 22 juni 2026 en wordt gevraagd de agenda goed te keuren, een principieel verzoek te formuleren over de mogelijke deelname van IKA in Tethys en IGEAN Energie zonder financieel engagement van de gemeente, en het mandaat van de vertegenwoordiger vast te stellen.
Artikel 1
goedkeuring te hechten aan de agenda van de algemene vergadering tevens jaarvergadering van IKA van 22 juni 2026, met volgende agendapunten:
Artikel 2
De gemeenteraad wenst dat IKA een samenwerking met IFTech opzet voor de realisatie van lokale warmtenetten en verzoekt IKA tot een deelname in en/of financiering van Tethys zoals beschreven in de begeleidende nota. Het belang van IKA in deze samenwerking kan maximaal 19,9% bedragen. Dit verzoek houdt geen financieel engagement van de gemeente in.
Artikel 3
De gemeenteraad wenst dat IKA een samenwerking met IGEAN opzet voor de realisatie van het project VerdeR en verzoekt IKA tot een deelname in en/of financiering van IGEAN Energie zoals beschreven in de begeleidende nota. Het belang van IKA in deze samenwerking kan maximaal 19,9% bedragen. Dit verzoek houdt geen financieel engagement van de gemeente in.
Artikel 4
De vertegenwoordiger van de gemeente Aartselaar die zal deelnemen aan de algemene vergadering tevens jaarvergadering van IKA op 22 juni 2026, of op iedere andere datum waarop deze zou worden uitgesteld of verdaagd, wordt opgedragen zijn of haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen van de gemeenteraad inzake dit agendapunt.
Artikel 5
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit en met de kennisgeving ervan aan het secretariaat van IKA.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 40 van het decreet lokaal bestuur met betrekking tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.
De statuten van De Voorkempen – H.E. BV.
Het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen waarbij een regelgevend kader met betrekking tot de woonmaatschappijen wordt gecreëerd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021 tot wijziging van verschillende besluiten over wonen.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 waarbij de Vlaamse Regering de werkingsgebieden voor de woonmaatschappijen in Vlaanderen vastlegde.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2022 tot uitvoering van het decreet van 3 juni 2022 houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van het beleidsveld Wonen en tot wijziging van verschillende besluiten over wonen.
De beslissing van de Vlaamse Regering van 4 april 2023 tot erkenning van De Voorkempen – H.E. BV als woonmaatschappij voor het werkingsgebied Antwerpen-Midden/Noord.
De gemeente ontving een uitnodiging van De Voorkempen – H.E. BV voor de buitengewone algemene vergadering die zal plaatsvinden op 30 juni 2026 in ‘den Eyck’, Houtum 39 te 2460 Kasterlee. Het concrete tijdstip wordt nog meegedeeld.
De buitengewone algemene vergadering kadert in de partiële splitsing van LeefGoed BV naar Woonschakel Berg en Nete BV, Woonboog BV en De Voorkempen – H.E. BV. Daarbij worden onroerende goederen en zakelijke rechten die buiten het werkingsgebied van LeefGoed BV liggen, overgedragen aan de erkende woonmaatschappijen van de betrokken territoriale werkingsgebieden.
Bij de uitnodiging werden onder meer het gezamenlijk partieel splitsingsvoorstel, de bijzondere verslagen van de bestuursorganen, de verslagen van de commissaris, de jaarrekeningen, de tussentijdse cijfers, een ontwerp van volmacht en een ontwerp van gemeenteraadsbeslissing bezorgd.
Hoewel de gemeente reeds is uitgetreden uit De Voorkempen – H.E. BV, volstaat de loutere uitbetaling van het scheidingsaandeel niet voor de volledige formele afhandeling. Door de nieuwe partiële splitsing van LeefGoed BV kunnen aandeelhouders van LeefGoed BV van rechtswege aandeelhouder worden in de verkrijgende woonmaatschappijen. Om het aandeelhouderschap van de woonmaatschappijen af te stemmen op de respectieve werkingsgebieden, wordt gevraagd om de agenda van de buitengewone algemene vergadering goed te keuren en de vertegenwoordiger te mandateren.
Op de buitengewone algemene vergadering van De Voorkempen – H.E. BV staan onder meer volgende punten geagendeerd: de vaststelling van het aandeelhouderschap, het onderzoek van de documenten en verslagen, de goedkeuring van de partiële splitsing, de statutenwijzigingen ingevolge uittredingen, de machten tot uitvoering van de genomen besluiten en de vragen van aandeelhouders.
De partiële splitsing betreft de overdracht van een deel van het vermogen van LeefGoed BV naar onder meer De Voorkempen – H.E. BV. Het afgesplitste vermogen wordt in natura ingebracht in De Voorkempen – H.E. BV, in ruil voor de uitgifte van nieuwe aandelen aan de aandeelhouders van LeefGoed BV. De verrichtingen verbonden aan het afgesplitste vermogen worden boekhoudkundig geacht te zijn verricht voor rekening van De Voorkempen – H.E. BV vanaf 1 januari 2026.
Het ontwerp van gemeenteraadsbeslissing voorziet in de goedkeuring van de aandelensplitsing van De Voorkempen – H.E. BV, waarbij elk bestaand aandeel wordt opgesplitst in vijf aandelen, en in de goedkeuring van het partieel splitsingsvoorstel van LeefGoed BV ten gunste van Woonschakel Berg en Nete BV, Woonboog BV en De Voorkempen – H.E. BV.
Ingevolge de partiële splitsing worden de aandeelhouders van LeefGoed BV van rechtswege aandeelhouder in de drie verkrijgende woonmaatschappijen. Om het aandeelhouderschap van de woonmaatschappijen te beperken tot de lokale besturen die binnen het betrokken werkingsgebied vallen, wordt voorgesteld dat nieuw toegetreden aandeelhouders die niet tot het werkingsgebied van De Voorkempen – H.E. BV behoren, onmiddellijk na de partiële splitsing vrijwillig uittreden.
De gemeenteraad dient de agenda van de buitengewone algemene vergadering goed te keuren en de gemeentelijke vertegenwoordiger te mandateren om op deze vergadering te handelen en te stemmen conform de beslissing van de gemeenteraad.
Artikel 1
Goedkeuring te hechten aan de agenda van de buitengewone algemene vergadering van De Voorkempen – H.E. BV van 30 juni 2026.
Artikel 2
De aandelensplitsing van De Voorkempen – H.E. BV goed te keuren, waarbij elk bestaand aandeel wordt opgesplitst in vijf aandelen, waarbij elk nieuw aandeel één vijfde van de oorspronkelijke inbrengwaarde vertegenwoordigt, evenals de daarmee samenhangende statutenwijzigingen.
Artikel 3
De vaststelling van het actuele aandeelhouderschap van De Voorkempen – H.E. BV goed te keuren.
Artikel 4
De partiële splitsing van LeefGoed BV ten gunste van De Voorkempen – H.E. BV goed te keuren, overeenkomstig het gemeenschappelijk partieel splitsingsvoorstel.
Deze partiële splitsing omvat de inbreng in natura van het afgesplitste vermogen in De Voorkempen – H.E. BV, met verhoging van het ingebracht eigen vermogen van De Voorkempen – H.E. BV en uitgifte van aandelen door De Voorkempen – H.E. BV aan de aandeelhouders van LeefGoed BV.
Artikel 5
De uittreding goed te keuren van de nieuw toegetreden aandeelhouders binnen De Voorkempen – H.E. BV ingevolge de partiële splitsing, voor zover deze aandeelhouders niet tot het werkingsgebied van De Voorkempen – H.E. BV behoren.
Artikel 6
De vertegenwoordiger van de gemeente wordt gemandateerd om op de buitengewone algemene vergadering van De Voorkempen – H.E. BV van 30 juni 2026, of op iedere andere datum waarop deze vergadering uitgesteld of verdaagd zou worden, te handelen en te stemmen conform dit besluit.
Artikel 7
Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan De Voorkempen – H.E. BV en aan de aangeduide gemeentelijke vertegenwoordiger.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 over de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger voor de algemene vergadering van een opdrachthoudende vereniging.
Artikel 454 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 over de vaststelling van de jaarrekening van een opdrachthoudende vereniging en de kwijting aan de bestuurders en de bedrijfsrevisor.
De statuten van PONTES, in het bijzonder artikel 16, §1, artikel 20 en artikel 21.
De gemeente Aartselaar is deelnemer van de opdrachthoudende vereniging PONTES.
PONTES bezorgde op 24 april 2026 de uitnodiging voor de digitale algemene vergadering van 25 juni 2026 om 18 uur. De deelnemende besturen worden gevraagd om de agenda goed te keuren, het mandaat van hun vertegenwoordiger vast te stellen en het raadsbesluit vóór 23 juni 2026 te bezorgen.
De agenda bevat volgende punten:
Algemene vergadering: verslag 23 april 2026 - goedkeuring
Financiën: balans, resultatenrekening en jaarverslag over het boekjaar 2025 - goedkeuring
Financiën: verslag van de bedrijfsrevisor-commissaris over de jaarrekening 2025 - aktename
Financiën: verdeling van het batig saldo van de resultatenrekening 2025 - goedkeuring
Financiën: kwijting aan de raad van bestuur en aan de bedrijfsrevisor-commissaris – goedkeuring
Varia en rondvraag
PONTES legt de agenda en de bijhorende stukken van de algemene vergadering van 25 juni 2026 voor aan de deelnemende gemeenten.
De algemene vergadering wordt gevraagd het verslag van 23 april 2026, het jaarverslag, de balans en de resultatenrekening 2025 goed te keuren. Het jaarverslag vermeldt onder meer verdere infrastructuurontwikkeling, het pilootproject aquamatie en de voorbereiding van de digitale overlijdensaangifte via eLys.
De jaarrekening 2025 sluit af met een balanstotaal van 21.976.604,96 euro en een winst van 85.912,59 euro. De commissaris-bedrijfsrevisor bracht een oordeel met voorbehoud uit wegens het ontbreken van een voorziening voor responsabiliseringsbijdragen, waarvan de totale verplichting door PONTES wordt ingeschat op 13,4 miljoen euro.
Verder wordt gevraagd de verdeling van het batig saldo 2025 goed te keuren, waarbij 5% vooraf wordt genomen voor de wettelijke reserves en het resterende bedrag wordt overgedragen naar het volgende boekjaar. Ook wordt gevraagd kwijting te verlenen aan de raad van bestuur en de commissaris-bedrijfsrevisor.
De gemeenteraad is bevoegd om de agenda goed te keuren en het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger vast te stellen. Het college legt dit dossier daarom voor aan de gemeenteraad.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de agenda van de algemene vergadering van PONTES van 25 juni 2026 goed.
Artikel 2
De gemeentelijke vertegenwoordiger wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van PONTES van 25 juni 2026 te handelen en te stemmen overeenkomstig dit besluit.
Artikel 3
Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan PONTES.
Het gemeentebestuur Aartselaar heeft het extern verzelfstandigd agentschap - EVA ProCC vzw - Aartselaar - opgericht met betrekking tot de programmatie van het Cultureel Centrum Aartselaar en is met een meerderheid van de stemmen vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van de EVA ProCC vzw - Aartselaar.
De gemeente werd op 05 mei 2026 opgeroepen om deel te nemen aan de Algemene Vergadering van EVA ProCC vzw - Aartselaar, die plaatsvindt op ma 08 juni 2026 (19u30) in de foyer van 't Aambeeld, della Faillelaan 34 - 2630 Aartselaar. De uitnodiging omvatte de agenda en de bijbehorende documentatiestukken.
Artikel 1
Zijn goedkeuring te verlenen aan de volgende agendapunten (incl. de documentatiestukken) van de Algemene vergadering van EVA ProCC vzw - Aartselaar van ma 08 juni 2026:
Artikel 2
De vertegenwoordigers van de gemeente die zullen deelnemen aan de Algemene Vergadering van EVA ProCC vzw - Aartselaar op ma 08 juni 2026, worden opgedragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van voorgemelde beslissingen en onder meer het secretariaat van EVA ProCC vzw - Aartselaar hierover te informeren.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeente Aartselaar is aandeelhouder van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn.
Met brief van 4 mei 2026 nodigt de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn de gemeente uit op de 35e gewone algemene vergadering van aandeelhouders. Deze vergadering vindt plaats op dinsdag 26 mei 2026 om 14.00 uur in Het Lijnhuis, Motstraat 20, 2800 Mechelen.
De agenda van de algemene vergadering bevat volgende punten:
Verwelkoming en inleiding
Mededeling van het verslag van de raad van bestuur en van het verslag van het college van commissarissen-revisoren
a. beleidsverslag
b. commentaar bij de jaarrekening
c. mededeling van het verslag van het college van commissarissen-revisoren
d. kennisgeving van de geconsolideerde jaarrekening
Goedkeuring van het verslag van de raad van bestuur
Goedkeuring van het verslag van het college van commissarissen-revisoren
Goedkeuring jaarrekening
Kwijting van de uitoefening van het mandaat aan de raad van bestuur
Kwijting van de uitoefening van het mandaat van het college van commissarissen-revisoren
Varia - rondvraag
De gemeente Aartselaar beschikt over 160 aandelen. Volgens het identificatie-/volmachtformulier wordt de gemeente vertegenwoordigd door Bart Lambrecht en Paula De Leeuw.
De algemene vergadering van aandeelhouders van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn behandelt onder meer de verslagen van de raad van bestuur en van het college van commissarissen-revisoren, de jaarrekening, de kwijting aan de raad van bestuur en de kwijting aan het college van commissarissen-revisoren.
De gemeenteraad moet zich uitspreken over de goedkeuring van de agenda en het mandaat bepalen van de gemeentelijke vertegenwoordigers voor deze algemene vergadering.
Artikel 1
Goedkeuring te hechten aan de agenda van de 35e gewone algemene vergadering van aandeelhouders van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 26 mei 2026.
Artikel 2
De gemeentelijke vertegenwoordigers te mandateren om op de algemene vergadering van aandeelhouders van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 26 mei 2026 te handelen en te beslissen overeenkomstig de beslissing van de gemeenteraad.
Artikel 3
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, Motstraat 20, 2800 Mechelen, via algemeen.secretariaat@delijn.be.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeente Aartselaar ontving een uitnodiging van Thuisrand BV voor de algemene vergadering van donderdag 28 mei 2026 om 18 uur in de kantoren van Thuisrand, Diksmuidelaan 276 te Berchem. In de uitnodiging wordt gevraagd dat de afgevaardigden van de aandeelhouders beschikken over een volmacht, toe te kennen door de bevoegde personen.
De agenda van de algemene vergadering van Thuisrand van 28 mei 2026 bevat volgende agendapunten:
Het is aangewezen dat de gemeente Aartselaar haar standpunt over deze agendapunten bepaalt en het mandaat van haar vertegenwoordiger voor deze algemene vergadering vaststelt.
Artikel 1
Goedkeuring te verlenen aan de agenda van de algemene vergadering van Thuisrand van 28 mei 2026.
Artikel 2
Het mandaat van de vertegenwoordiger van de gemeente Aartselaar vast te stellen om op de algemene vergadering van Thuisrand van 28 mei 2026 de voorliggende agendapunten goed te keuren.
Onlangs ontvingen de bewoners van de Guido Gezellestraat een communicatie over de geplande tijdelijke verhuis van de wekelijkse markt naar deze straat. Volgens deze informatie zou de markt vanaf november 2026 plaatsvinden in de Guido Gezellestraat.
Tijdens eerdere gemeenteraden werd deze locatie wel als mogelijkheid genoemd, maar nooit als definitieve keuze bevestigd. Het is dan ook jammer dat wij dit via een ander kanaal moeten vernemen.Hierbij hebben wij enkele belangrijke vragen waarop wij graag een concreet antwoord ontvangen:
Antwoord van schepen Mark Vanhecke (N-VA)
Tijdens eerdere gemeenteraden hebben we de Guido Gezellestraat inderdaad genoemd als mogelijke locatie. Meer nog, we hebben gezegd dat de kans dat de vrijdagse markt naar daar zou verhuizen 99% is. Er waren nog enkel zaken die we moesten uitzoeken. Dat gaat dan over een alternatieve parking, stroomvoorziening, … Dat is ondertussen in orde, de markt kan met 100% zekerheid naar de Guido Gezellestraat en daarom hebben we de bewoners onmiddellijk op de hoogte gebracht met een brief. Als bestuur vinden we immers communicatie zeer belangrijk. Er volgt ook nog een brief naar de bewoners van de aanliggende straten.
Ondertussen zijn we met een delegatie van de marktcommissie op ‘werfbezoek’ geweest en dat is echt heel vlot verlopen. In het begin stonden de marktkramers redelijk sceptisch tegenover de plannen om tijdelijk naar de Guido Gezellestraat te verhuizen, maar ze zijn volledig bijgedraaid. Zij hebben enkele goede suggesties en aanvullingen gedaan en daar hebben we rekening mee gehouden. De markt zal starten in het eerste stuk van de Guido Gezellestraat ongeveer thv de apotheek waar de marktkramers langs de onpare kant zullen staan. We kiezen daar bewust voor vaste marktkramers die er, ongeachte bijvoorbeeld het weer, zo goed als altijd staan. Zo is er een gegarandeerde verbinding tussen het Laar, met horeca en sanitair, en de rest van de Guido Gezellestraat. Vanaf het kruispunt met de Vrijheidsstraat staan de kramen langs twee kanten. We hebben samen alles uitgemeten en berekend. De definitieve plaatsing staat nog niet vast. Onze dienst economie tracht zo snel mogelijk een concreet plan op te maken om dat dan af te toetsen met de technische dienst. Op basis van de huidige inschatting zouden we ongeveer ter hoogte van huisnummer 82 uitkomen, zonder dat de losse kramen aansluiten.
Nog meegeven dat er voor de bewoners een WhatsApp groep zal opgestart worden waarmee onze diensten kunnen communiceren, waarschuwen of wat dan ook met alle groepsleden.
Het kruispunt Vrijheidsstraat/Camiel Paulusstraat vrijmaken was een vraag van de marktkramers. Dat hebben we voorgelegd aan de verkeerscel en dat blijkt mogelijk te zijn. Met de omleidingen, die er dan zullen zijn, gaan we daar meteen rekening mee houden.
De veiligheid voor onze inwoners dient steeds voorrang te hebben. Vele zebrapaden zijn niet meer zichtbaar en zo goed als verdwenen op plaatsen waar ze noodzakelijk zijn. Hierbij breng ik enkele plaatsen aan maar een volledig nazicht is nodig:
Guido Gezellestraat (aan kruispunt Beukenhoflaan )
Vrijheidsstraat
Hoevelei (aan kruispunt Vrijheidsstraat)
Kleistraat – Solhofdreef (aan ingang sportcentrum)
Baron van Ertbornstraat (Beukennotendreef)
Leon Gilliotlaan (4 zebrapaden aan school Blokkendoos)
Leon Gilliotlaan – Jan Davidlaan
Reetsesteenweg (buskotje)
della Faillelaan
Stijn Streuvelslaan
Langlaarsteenweg - Leugstraat
Vraag:
Wanneer mogen we de noodzakelijke aanpak verwachten?
Antwoord van schepen Bart Lambrecht (N-VA):
Onze externe mobiliteitsambtenaar is momenteel het dossier van de herbelijningen volop aan het voorbereiden. We werken daarvoor sinds dit jaar met een raamcontract en ook de budgetten zijn voorzien. De timing hangt af van de aannemer, maar we hopen ofwel voor, ofwel vlak na het bouwverlof.
Er wordt aan de aannemer ook een prioriteitenlijst gegeven. Ik heb uw lijstje aan de administratie bezorgd en zij gaan die mappen met wat momenteel al op hun prioriteitenlijst staat.
Tot 2016 konden onze inwoners inschrijven voor de jaarlijkse gevel- en voortuinenwedstrijd Mooier Aartselaar. Er waren vier categorieën waarin je kon deelnemen:
Elke deelnemer ontving tijdens de prijsuitreiking een geschenkbon voor een plantencentrum of bloemenwinkel in Aartselaar. Gezien het gemeentebestuur graag het logo Mooier Aartselaar gebruikt is dit zeker een voorstel dat daar aan toegevoegd kan worden.
Vraag:
Graag jullie standpunt over dit voorstel?
Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):
Ik heb me hierover moeten informeren, want de actie was mij niet helemaal bekend. Al kan ik me wel herinneren dat er hier en daar bordjes met nummers in de tuinen stonden. Het logo naar waar je verwijst in de vraag en dat we vaak zouden gebruiken, ken ik zelfs niet. Mogelijks vergis je je met het logo van de Mijnmooiestraat -app. Dat gaat echter over zwerfvuil en sluikstort.
De actie Mooier Aartselaar is destijds om verschillende redenen stopgezet, in overleg met de gemeentelijke diensten, net zoals andere acties. Ze vroeg erg veel tijd en middelen van onze diensten. Denk aan het rondrijden met een jury van huis tot huis, uitgebreide communicatie, een awarduitreiking met tal van prijzen en een receptie in het cultureel centrum.
Bovendien wijzigde het deelnemersveld nauwelijks en slonk het jaar na jaar. We gaan er trouwens van uit dat mensen die toen meededen en hun voortuin netjes onderhielden, dat vandaag nog altijd doen. Ook zonder die wedstrijd.
De actie opnieuw opstarten gaan we dus niet doen. Het organiseren van wedstrijden hoort niet meteen bij de kerntaken van de gemeente.
Willen we dan geen mooier Aartselaar? Uiteraard wel. Binnen de groenvisie die we samen met de provincie uitwerken, voorzien we ruimte voor participatie. Inwoners zouden bijvoorbeeld een perk of boomspiegel kunnen adopteren en dat stukje groen mee verzorgen en verfraaien. Bij de eerstvolgende infomarkt over Laar en Kapellestraat willen we ook het aanleggen van geveltuinen nog eens promoten, want een frisse groene geveltuin kan zeker en vast een meerwaarde zijn voor een straat.
Recent kregen sommige inwoners een schrijven van de gemeente Aartselaar om te peilen naar de comfortelementen in hun woningen. Zo krijgen zij onder meer de vraag of de betreffende woningen over centrale verwarming en/of een badkamer beschikken. Graag krijgen wij meer informatie over:
Vragen:
• Hoeveel adressen in Aartselaar kregen zulke brief?
• Wat is de achterliggende bedoeling hiervan?
Antwoord van burgemeester Sophie De Wit (N-VA):
Dit betreft een actualisatie van de gegevens van het kadaster, zoals vandaag in vele gemeenten gebeurt.
Waarom?
Vandaag wordt bij het verlenen van een (ver)bouwvergunning van een woning of gebouw, het kadaster daarvan automatisch in kennis gesteld, zodat de correcte kadastrale gegevens meteen voorhanden zijn. Destijds moest een eigenaar bij verbouwings-/uitbreidingswerken echter zelf aangifte doen bij het kadaster, ook indien voor deze werken geen bouwvergunning vereist was. Dergelijke aangifte is echter in praktijk niet steeds gebeurd.
Latere kopers zijn zich daar niet steeds van bewust. Maar ook heel wat originele eigenaars zijn er ter goeder trouw vanuit gegaan dat dit bij een vergunning ook destijds al automatisch verliep of wisten niet dat deze aangifte door hen moest gebeuren.
Vermoedelijk staan daarom in Aartselaar heel wat woningen nog geklasseerd zonder CV of badkamer, terwijl deze basiscomfortelementen waarschijnlijk wel al jaren in de woning aanwezig zijn.
De (mede)eigenaars daarvan werden aangeschreven met de vraag om de nodige actuele informatie aan onze dienst te bezorgen.
Er zijn daartoe 573 brieven verstuurd met toelichting en het vriendelijk verzoek het bijgevoegd invulformulier terug te bezorgen. Het gaat om meer brieven dan betrokken panden, omdat ook alle medeëigenaars een brief kregen.
De opgevraagde informatie loopt vlot binnen op onze dienst omgeving. Dit kan nog tot 15 juni as.
Indien uit de bezorgde informatie blijkt dat de comfortelementen inderdaad wel reeds in de woning aanwezig zijn, zullen die gegevens in het kadaster worden aangepast. Dat zal vervolgens uiteraard impact hebben op het kadastraal inkomen en de daarop te betalen onroerende voorheffing.
Deze impact geldt, voor wie vrijwillig ingaat op de uitnodiging om de actuele gegevens te bezorgen -(en dat zijn er vandaag al heel wat)-, enkel voor de toekomst (dus niet retro-actief).
Deze actualisatie is niet onredelijk.
Dit niet doen, zou daarentegen oneerlijk zijn ten opzichte van alle andere eigenaars van wie de kadastrale gegevens al jarenlang wel conform zijn aan de realiteit, waardoor deze eigenaars daarop ook al jaren een hogere onroerende voorheffing betalen dan de buurman van wie de gegevens niet up to date waren.
Raadslid Eddy Vermoesen verlaat tijdens dit deze mondelinge vraag de zitting.
In 2024 werd op de gemeenteraad door het huidige gemeentebestuur de convenant goedgekeurd. Hierdoor kon ISVAG nog 10 jaar blijven doorgaan met het uitstoten van giftige verbrandingsstoffen. Dit zonder enige verplichting om de oven te sluiten. Ondanks de grote twijfels van onze ieder1-fractie waren jullie als gemeentebestuur ervan overtuigd dat de oven tegen 2035 effectief zal moeten sluiten. Dit moest tegen uiterlijk 2027 duidelijk zijn. Standpunten moesten worden ingenomen ... Stilaan naderen we deze deadline, maar blijft het behoorlijk windstil hieromtrent.
Echter, wat nu wel duidelijk is, is dat ISVAG absoluut geen intentie heeft om te sluiten. Sterker nog, er zijn plannen om tegen 2027 het maxi warmtenet zelfs uit te bouwen. Ook lezen we op de website van ISVAG dat men probeert om alle tegenargumenten te bagatelliseren.
We lezen nu ook dat in het cassatieberoep tegen 'het vernietigen van de vergunning' bij de Raad van State van 27 februari 2026 alle tegenargumenten van ISVAG één voor één verworpen worden. Dat is een duidelijke tegenvaller voor ISVAG en de politiek.
Vragen:
1.Kunt u ons informeren over het 2e en 3e punt van het Convenant:
• mogelijke samenwerking met andere intercommunales?
• andere geschikte locatie?
2.Welke reactie mogen we verwachten van het gemeentebestuur betreffende de geplande uitbreiding in 2027 van het maxi warmtenet van ISVAG, gefinancierd door IGEAN?
Antwoord van schepen Hans Cops (N-VA):
Zeker en vast een interessante vraag.
Ik geef jullie een kort en bondig antwoord. Niet omdat ik zaken wil achterhouden, wel omdat ik gebonden ben aan de afspraken uit het convenant en het huishoudelijk reglement van de stuurgroep.
Vandaag werken zowel de werk- als de politieke stuurgroep volgens planning aan drie sporen tegelijk: hoe ziet de installatie van de toekomst eruit, kunnen we een intra-intercommunale samenwerking opzetten en op welke locatie kan die installatie gebouwd worden.
Afgelopen week hadden de burgemeester en ik nog een overleg met de voorzitter van de stuurgroep. Een tussentijdse check: waar staan we vandaag en wat verwacht Aartselaar verder. Komende donderdag zitten we opnieuw samen in het stadhuis van Antwerpen voor een volgende stuurgroep. Ook belangrijk: ons diensthoofd omgeving neemt nog steeds maandelijks deel aan de technische werkgroep. Die inbreng wordt door alle partners gewaardeerd en is voor ons essentieel om het dossier van dichtbij op te volgen.
Dan de suggestie dat we “verdacht stil” zouden zijn.
Dat klopt niet. We zwijgen niet, we respecteren de afspraken die gemaakt zijn. Transparantie is belangrijk, maar dat moet op het juiste moment en op basis van volledige informatie. Net daarom heb ik zowel op de stuurgroep in maart als in het overleg met de voorzitter gevraagd om in het najaar extern te communiceren. Concreet: de voorzitter uitnodigen op een commissie zodat iedereen dezelfde, correcte stand van zaken krijgt. Die vraag herhaal ik donderdag graag opnieuw.
Wat zal daar dan mogelijk op tafel liggen?
Een stand van zaken van het locatieonderzoek door een onafhankelijk studiebureau, dat ondertussen ver gevorderd is. De resultaten van de studie naar de installatie van de toekomst, die intussen is afgerond. Een overzicht van de contacten en mogelijke samenwerking met andere intercommunales.
Vandaag kan ik daar inhoudelijk dus niet op ingaan. Wat ik wel kan zeggen: wij zijn als Aartselaar tevreden over hoe dat proces vandaag loopt. Dat ISVAG zelf wil blijven draaien, verbaast niemand. Ze beschikken vandaag over een vergunning tot 2034. Wat er daarna gebeurt, wordt nu net bepaald binnen het convenant.
Dan het warmtenet. De aansluiting daarop is perfect verenigbaar met het convenant. Dat staat ook expliciet zo vermeld in artikel 3.15. In de huidige geopolitieke context lijkt het ons trouwens weinig verstandig om beschikbare energie zomaar verloren te laten gaan. Wij nemen daar als bestuur akte van en zullen ons, in lijn met het convenant, daar ook niet tegen verzetten. Fluvius zal instaan voor de uitbouw van dat warmtenet. Ik kan bovendien alvast stellig zijn. IGEAN gaat het warmtenet niet financieren.
Tot slot nog dit. Wij hebben via externe communicatie vernomen dat er een advies van de auditeur bij de Raad van State zou zijn omtrent het cassatieberoep. Het is nog afwachten of dat advies één op één wordt overgenomen. Het gaat hier in alle duidelijkheid wel over de vergunning van minister Demir die intussen al werd vervangen door een vergunning van minister Brouns. Tegen die laatste vergunning is er ook een beroep ingesteld. Wij zijn zelf geen partij in die procedures en kunnen daar dus geen uitspraken ten gronde over doen..
Waar we wél op inzetten: constructief verder werken binnen de werk- en stuurgroep, met één duidelijke doelstelling. Tegen 2027 helderheid krijgen over de toekomst.