De gemeenteraad keurde het nieuwe huishoudelijk reglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen goed.
Het nieuwe reglement treedt in werking op 1 juni 2026.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, met inbegrip van geldende omzendbrieven en uitvoeringsbesluiten;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 - 20/09/2024: toepassing decreet 16/01/2004 begraafplaatsen en lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan;
Het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, met latere wijzigingen;
Het uniform gemeentelijk politiereglement van de politiezone HEKLA van 16 april 2024, met eventuele latere wijzigingen.
Het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen, goedgekeurd op 23 november 2015 en latere wijzigingen, is niet langer in overeenstemming met de geldende decretale bepalingen en regelgeving.
Om de conformiteit met de actuele regelgeving te waarborgen, is het aangewezen een nieuw reglement vast te stellen.
De vaststelling van een nieuw huishoudelijk reglement is aangewezen met het oog op de toekomst en ter verbetering van de ruimtelijke en esthetische kwaliteit van de begraafplaatsen, evenals ter waarborging van het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast worden de procedures inzake de dagelijkse werking van de begraafplaats op een duidelijke en uniforme wijze vastgelegd. Tot slot worden de decretale verplichtingen, die tot op heden nog niet waren opgenomen, geïntegreerd in het reglement.
Enig Artikel
Het onderstaande huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen goed te keuren:
Huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen
Hoofdstuk 1 – Algemeenheden
Artikel 1: Algemene bepalingen
De gemeente Aartselaar beschikt over twee begraafplaatsen, namelijk de gemeentelijke begraafplaats in de Lindelei en de begraafplaats rondom de Sint-Leonarduskerk op het Laar.
Op de begraafplaats rondom de Sint-Leonarduskerk zijn enkel nog bijzettingen in een reeds bestaande grafconcessie mogelijk.
De begraafplaatsen zijn permanent toegankelijk voor het publiek. Hiervan kan worden afgeweken bij besluit van de burgemeester.
De toegang tot de begraafplaatsen is verboden voor:
Dieren zijn enkel toegelaten mits aangelijnd. Toegelaten voertuigen dienen stapvoets te rijden.
De burgemeester kan in uitzonderlijke gevallen een afwijking toestaan.
Inbreuken op dit reglement kunnen worden gesanctioneerd overeenkomstig het uniform gemeentelijk politiereglement van de politiezone HEKLA en de toepasselijke wetgeving.
Artikel 2: Definities
Het decreet: Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004.
Graf: Laatste rustplaats voor een lijk of voor asresten.
Grafconcessie: Een vergunning van de gemeente Aartselaar voor het gebruik van een perceel of plaats, als rustplaats voor het stoffelijk overschot, gedurende de overeengekomen periode.
Concessiehouder: De natuurlijke persoon of personen aan wie de gemeentelijke overheid een graf-concessie toekent.
Grafteken: Iedere constructie, zerk, kruis of gelijkaardig herinnerings- of identificatieteken op een graf.
Niet-geconcedeerd: Kosteloze rustplaats voor maximaal 1 persoon voor 15 jaar, niet verlengbaar.
Ontruiming: Het wegnemen van de graftekens.
Ontgraving: Het (tijdelijk) verwijderen van de stoffelijke overschotten met het oog op herbegra-ven op een andere locatie, crematie in het kader van een thuisbewaring of asverstrooiing.
Ontknekeling: Het definitief verwijderen van de stoffelijke overschotten met als uitkomst asverstrooiing of bijvoeging in een ossuarium (verzamelgraf).
Retributie: Vergoeding voor een prestatie of een dienst geleverd door het gemeentebestuur in het individueel belang of in het voordeel van degene die gebruik maakt van die dienst of prestatie.
Hernieuwing: De verlenging van een concessie voor een begraving- of bijzettingstermijn na beta-ling van de geldende retributie.
Peterschap: Voor korte of langere periode het onderhoud van een welbepaald graf opnemen. Het gemeentebestuur behoudt het eigendomsrecht.
Erfgoed: Graftekens die vanuit vastgelegde criteria door de gemeente Aartselaar werden erkend als waardevol vanwege de historische waarde van het grafteken of de waarde van één of meerdere personen die in dit graf rusten.
Stoffelijk overschot: Lichaam van de overledene of asresten van een overledene.
Asverstrooiing: Menselijke as uitspreiden.
Artikel 3: Soorten begraving
Dit artikel regelt de gelijkstelling tussen alle soorten van begraving. Onder begraving wordt verstaan:
Artikel 4: Wie mag te Aartselaar begraven worden
Op de gemeentelijke begraafplaatsen mogen de stoffelijke resten worden begraven van personen die:
Voor de begraving van niet-inwoners en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen zijn de tarieven en belastingen van toepassing zoals vastgesteld in de desbetreffende belasting- en retributiereglementen.
Hoofdstuk 2 – Lijkbezorging en vervoer van lijken
Artikel 5: Uurregeling
De dagen en uren voor begrafenissen worden als volgt vastgesteld:
Artikel 6: Lijkenvervoer
Voor het lijkenvervoer wordt verwezen naar het decreet, artikel 11 tot en met 15. Het lijkenvervoer gebeurt door private ondernemingen onder toezicht van het gemeentebestuur.
Het vervoer van stoffelijke overschotten gebeurt:
Het vervoer gebeurt steeds via de kortst mogelijke weg.
Het vervoer van stoffelijke overschotten naar een andere gemeente is verboden, tenzij de burgemeester of diens gemachtigde hiervoor toestemming geeft. Het vervoer van de as blijft vrij.
Wie instaat voor de begraving, regelt de formaliteiten met het gemeentebestuur. Als dit niet gebeurt, neemt het gemeentebestuur de nodige stappen.
De begraving kan plaatsvinden nadat de toelating tot begraven is afgeleverd.
Hoofdstuk 3 – Ruimtelijk beheer op de begraafplaatsen
Artikel 7: Indeling van de begraafplaats
De begravingen, bijzettingen en asverstrooiingen worden overeenkomstig het vastgestelde inrichtingsplan en in regelmatige volgorde uitgevoerd door personen die daartoe door het gemeentebestuur zijn aangesteld. De exacte locatie wordt opgenomen in een elektronisch register dat door de gemeente wordt bijgehouden. Bij asverstrooiing beperkt de plaatsaanduiding zich tot de vermelding van de strooiweide.
Artikel 8: Herdenkingszuilen strooiweide
Nabij elke strooiweide wordt een herdenkingszuil opgericht waarop herdenkingsplaatjes kunnen worden aangebracht van overledenen, waarvan de as werd uitgestrooid op de gemeentelijke begraafplaats. Om de uniformiteit te bewaken, dienen deze herdenkingsplaatjes via het gemeentebestuur besteld te worden.
Deze plaatjes kunnen door het gemeentebestuur worden verwijderd na een kennisgevingsbericht en na een termijn van minstens 10 jaar.
Artikel 9: Kinderperk
In de percelen bestemd als kinderbegraafplaats kan kosteloos worden begraven in volle grond tot en met de leeftijd van 12 jaar, voor een termijn van 30 jaar. Na het verstrijken van deze termijn blijft de begraving behouden tot heringebruikname van de betrokken zone noodzakelijk is. De beëindigingsprocedure wordt geagendeerd op het college van burgemeester en schepenen.
Indien wordt gekozen voor begraving op een andere plaats dan het kinderperk, dient een concessie te worden aangegaan overeenkomstig de voorwaarden bepaald in dit reglement. Dit is ook van toepassing indien een graf wordt overgebracht omwille van heringebruikname van de betrokken zone.
Artikel 10: Sterretjesweide
Een sterretjesweide is een plaats op de begraafplaats die speciaal gereserveerd wordt om kindjes te herdenken door middel van een herdenkingsplaatje aan de zuil.
De sterretjesweide is bedoeld voor levenloos geboren kindjes waarvan minstens één ouder een link heeft met de gemeente. Verder zijn er geen voorwaarden aan verbonden.
Een herdenkingsplaatje kan enkel geplaatst worden aan de daartoe voorziene zuil. Dit plaatje zal enkel door het gemeentebestuur ter beschikking worden gesteld. Het tarief voor de aankoop van deze plaatjes wordt vastgesteld door de gemeente. De plaatsing en het onderhoud van het plaatje gebeurt enkel door de begraafplaatsmedewerker.
Elke aanvraag tot plaatsing of verlenging van een herdenkingsplaatje moet gebeuren door minstens één van beide ouders. De duur voor het behoud wordt beperkt tot 40 jaar vanaf de datum van aanvraag. Hiervoor worden geen kosten aangerekend. Na het verstrijken van deze periode worden de aanvragers hiervan in kennis gesteld en kan door hen gratis een verlenging worden aangevraagd voor een nieuwe periode van 20 jaar. Bij gebrek aan verlenging wordt het plaatje verwijderd. Indien gewenst kunnen de aanvragers bij niet-verlenging het herdenkingsplaatje binnen een termijn van 6 maanden komen ophalen bij de gemeentediensten.
Op de sterretjesweide mogen geen persoonlijke ornamenten zoals bloemen, knuffels, windmolentjes en dergelijke worden geplaatst, behoudens op de daartoe voorziene plaats. De begraafplaatsmedewerker kan deze verwijderen indien zij vervallen of beschadigd zijn, of het onderhoud of beheer van de begraafplaats hinderen.
Artikel 11: Herinneringsmuur ter nagedachtenis van ontgraven overledenen
Burgers kunnen een aandenken aanbrengen op de herinneringsmuur ter nagedachtenis van overledenen van wie het graf werd ontruimd. Het aandenken heeft een maximale diameter van 15 cm en dient duurzaam en respectvol te zijn.
De plaatsing van het aandenken is enkel toegestaan op de daartoe voorziene plaatsen en voor zover de herinneringsmuur dit toelaat. De plaatsing gebeurt na voorafgaand overleg met de begraafplaatsmedewerker.
De beheerder van de begraafplaats behoudt zich het recht voor om aandenkens te verwijderen indien deze niet voldoen aan de gestelde voorwaarden of beschadigd of verwaarloosd zijn. In geval van plaatsgebrek wordt vooraf een bericht aangebracht met het verzoek de aandenkens binnen een bepaalde termijn te verwijderen. Na het verstrijken van deze termijn kunnen de resterende aandenkens door de begraafplaatsbeheerder worden verwijderd.
Artikel 12: Herdenkingsmonument gesneuvelden en burgerslachtoffers
Op de gemeentelijke begraafplaats is een herdenkingsmonument opgericht voor de burgerlijke en militaire slachtoffers uit de wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945.
Het onderhoud ervan is ten laste van het gemeentebestuur.
Hoofdstuk 4 – Ordemaatregelen
Artikel 13: Eerbied en respect voor de overledenen
Op de begraafplaatsen is het verboden om handelingen te stellen of zich te gedragen op een wijze die de welvoeglijkheid van de begraafplaats of de eerbied die aan de overledenen verschuldigd is, verstoren of kunnen verstoren.
Op de begraafplaatsen is het bovendien verboden om:
Inbreuken op dit reglement kunnen worden gesanctioneerd overeenkomstig het uniform gemeentelijk politiereglement van de politiezone HEKLA en de toepasselijke wetgeving.
Artikel 14: Diefstal en vandalisme
De gemeente is niet belast met de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstallen of beschadigingen die op de begraafplaatsen ten nadele van de nabestaanden zouden worden gepleegd.
Hoofdstuk 5 – Graftermijnen en concessies
Artikel 15: Niet-geconcedeerde graven, nissen en urnenveld
De personen behorend tot de in artikel 4 vermelde categorieën 1 tot en met 3 kunnen zonder concessie op de begraafplaats begraven worden in een graf of urnenveld, worden bijgezet in een columbariumnis of worden uitgestrooid op de strooiweide.
In elk niet-geconcedeerd graf, een urnengraf of een nis mag slechts één stoffelijk overschot van één persoon worden begraven.
Artikel 16: Termijn van een niet-geconcedeerd graf
Een niet-geconcedeerd graf, urnengraf of nis wordt gedurende een periode van minstens 15 jaar bewaard. Na afloop van deze termijn kan dit graf worden verwijderd of leeggemaakt, nadat gedurende één jaar een afschrift van de beslissing tot verwijdering van graven werd uitgehangen aan de ingang van de begraafplaats én bij het graf. Deze bekendmaking wordt eveneens verspreid via de gebruikelijke gemeentelijke kanalen.
Belanghebbenden beschikken over een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de datum van bekendmaking, om de graftekens weg te nemen.
Na deze termijn worden zij van ambtswege verwijderd en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Na verloop van de termijn worden de graven ontruimd zonder ceremonie. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de eventuele ontknekeling en herbestemming in een ossuarium na ontruiming.
Wanneer niet-geconcedeerde columbariumnissen of urnengraven worden vrijgemaakt, zorgt het gemeentebestuur voor een verstrooiing van de as op de strooiweiden van de begraafplaats. De nabestaanden kunnen indien gewenst, na verloop van de termijn van kennisgeving, een afspraak maken om desgewenst alsnog aanwezig te zijn bij de asverstrooiing.
Een niet-geconcedeerd graf, een columbariumnis of een urnenveld kan nog omgezet worden naar een begraafplaatsconcessie.
Een aanvraag kan hiervoor worden ingediend tot één jaar na de bekendmaking van de verwijdering van de graftekens.
Voor de omzetting moet een nieuwe concessie worden aangevraagd. De prijs van deze nieuwe concessie wordt retroactief berekend, waardoor ook voor de voorbije jaren wordt betaald.
De kosten voor de overbrenging zijn dezelfde als de kosten en voorwaarden voor een ontgraving. Daarnaast moet ook voldaan worden aan de voorwaarden voor een nieuwe concessie, zoals de aankoop en plaatsing van een nieuw grafteken.
Artikel 17: Retroactieve thuisbewaring (niet-geconcedeerd graf)
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een niet-geconcedeerd perceel of nis, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis van het decreet, moet schriftelijk worden ingediend bij de dienst Burgerzaken door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner én de bloedverwanten van de eerste graad.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden zolang de procedure van ontruiming van de niet-geconcedeerde graven loopt.
De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts eenmaal worden ingediend.
Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats of kan de asurne worden bijgezet in een begraafplaatsconcessie. Dit gebeurt conform de bepalingen voor een bijzetting in een bestaande concessie, het retributiereglement en het belastingreglement.
Artikel 18: Geconcedeerde begravingen en bijzettingen
Met toepassing van artikel 6, 2de alinea van het decreet, wordt de bevoegdheid voor het verlenen en het hernieuwen van begraafplaatsconcessies en het terugnemen van verwaarloosde concessies opgedragen aan het college van burgemeester en schepenen.
De concessies worden verleend conform de modaliteiten van dit reglement en de tarieven voorzien in het retributiereglement en het belastingreglement.
Artikel 19: Concessieaanvraag
Een concessie wordt schriftelijk aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen. De concessieaanvraag vermeldt:
De concessietermijn neemt aanvang op de datum van de eerste begraving en eindigt na verloop van de toegestane termijn. De concessie is niet overdraagbaar. De concessiehouder beschikt over het exclusieve recht om te bepalen wie gebruik kan maken van de concessie.
Artikel 20: Aantal personen per concessie
Op de gemeentelijke begraafplaats (Lindelei) worden concessies verleend die betrekking hebben op een perceel grond, een nis in het columbarium of een urnengraf in het urnenveld.
Een geconcedeerd graf, urnengraf of columbariumnis is bestemd voor maximaal twee personen. In een geconcedeerd perceel op het urnenveld dat vanaf 2025 werd aangelegd, kunnen maximaal drie asurnen worden geplaatst. Deze begraafplaatsconcessies worden niet toegekend vóór het overlijden van één van de begunstigden of, in voorkomend geval, van de enige begunstigde.
Artikel 21: Concessietermijn
Begraafplaatsconcessies die ingaan vanaf 1 juni 2026 worden verleend voor een termijn van 30 jaar. Concessies verleend onder voorgaande reglementen blijven ongewijzigd. Hernieuwing is mogelijk op aanvraag en valt onder de bepalingen van dit reglement (artikel 22).
Een concessieaanvraag kan worden ingediend ten behoeve van een derde en diens familie.
De personen voor wie de concessie bestemd is, worden aangeduid in de aanvraag tot het verkrijgen van een nieuwe concessie of bij schriftelijke verklaring van de concessiehouder.
Bij overlijden van de concessiehouder hebben de erfgenamen het recht de personen aan te duiden voor wie de nog niet bezette of niet voorbehouden plaatsen binnen de concessie bestemd zijn.
De aangeduide personen kunnen schriftelijk afstand doen van hun plaats in de concessie. Begraving in een andere concessie geldt als afstand van de gereserveerde plaats.
Artikel 22: Concessiehernieuwingen
Concessies kunnen op aanvraag van een belanghebbende worden hernieuwd. De hernieuwing kan enkel worden geweigerd indien blijkt dat de concessie op het ogenblik van de aanvraag verwaarloosd is.
Een hernieuwing kan worden toegestaan voor een periode van 10 of 20 jaar. Concessies die werden verleend onder voorgaande reglementen vallen bij hernieuwing onder de huidige reglementering.
De hernieuwing kan slechts plaatsvinden nadat de door de burgemeester ondertekende akte van vaststelling van de concessies waarvan de duurtijd verstrijkt, werd uitgehangen aan het infobord aan de ingang van de begraafplaats.
Overeenkomstig artikel 7, §2 van het decreet wordt minstens één jaar vóór het verstrijken van de concessietermijnen of van de hernieuwingen een akte opgemaakt waarin wordt meegedeeld welke concessies kunnen worden hernieuwd. Een afschrift van deze akte wordt gedurende één jaar uitgehangen aan de ingang van de begraafplaats als een bericht bij het graf. Deze bekendmaking wordt eveneens verspreid via de daartoe gebruikelijke gemeentelijke kanalen.
Een aanvraag tot hernieuwing moet worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen vóór het verstrijken van de vervaltermijn. Indien de concessie niet wordt hernieuwd, kan na afloop van deze termijn het graf worden verwijderd of leeggemaakt.
Belanghebbenden beschikken in dat geval over een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking, om de graftekens weg te nemen.
Een hernieuwing zonder bijzetting
De aanvraag dient ingediend te worden voor de vervaldatum van de concessie. De concessie wordt hernieuwd voor een periode van 10 of 20 jaar en tegen het tarief en de voorwaarden die gelden op het ogenblik van de aanvraag. Als er geen aanvraag voor vernieuwing is, vervalt de concessie.
Een hernieuwing met bijzetting
Naar aanleiding van een nieuwe bijzetting of begraving kan, op uitdrukkelijke aanvraag van iedere belanghebbende, de concessie worden hernieuwd indien de concessietermijn nog tien jaar of minder bedraagt. Indien er geen hernieuwing wordt aangevraagd én indien deze begraving zich minder dan 10 jaar vóór het verstrijken van de concessie voordoet, dan moet het graf voor een termijn van 10 jaar behouden blijven. De termijn begint te lopen vanaf de datum van het overlijden.
Artikel 23: Eeuwigdurende vergunningen
Door de wet van 20 juli 1971 werden de eeuwigdurende concessies afgeschaft en omgezet in hernieuwbare concessies van 50 jaar. Op verzoek van iedere belanghebbende kunnen deze kosteloos worden hernieuwd wanneer de termijn verstreken is.
Overeenkomstig art 7§2 van decreet wordt minstens één jaar voor het verstrijken van concessietermijnen of van de hernieuwingen een akte opgemaakt, waarin wordt meegedeeld welke concessies kunnen worden hernieuwd. Een aanvraag tot hernieuwing moet ingediend worden voor het verstrijken van de concessie bij het college van burgemeester en schepenen.
Een afschrift van deze akte wordt één jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats uitgehangen. Deze bekendmaking wordt ook verspreid via de daartoe gebruikelijke gemeentelijke kanalen.
Artikel 24: Bijzondere bepalingen
Er mogen geen bijzettingen gebeuren in concessies waarvan de termijn verstreken is.
Onverminderd de bekendmakingen voorzien in dit reglement, kan het gemeentebestuur de concessiehouder en/of gekende nabestaanden bijkomend aanschrijven om hen te informeren over het verstrijken van de concessietermijn of de voorgenomen ontruiming van een graf. Dit gebeurt indien het gemeentebestuur dit in het kader van de procedure nodig acht en voor zover de contactgegevens van concessiehouder en/of nabestaanden gekend zijn.
Artikel 25: Vroegtijdige beëindiging concessie
Een begraafplaatsconcessie kan, ná de verplichte grafrust van 10 jaar, vroegtijdig worden teruggenomen op verzoek van iedere belanghebbende of ingeval van vastgestelde verwaarlozing overeenkomstig artikel 42.
Gedurende 6 maanden zal een bericht van vroegtijdige beëindiging van de concessie worden aangeplakt aan het graf. In dit bericht zal worden vermeld dat een belanghebbende deze concessie niet wenst te behouden en dat het graf zal ontruimd worden. Het bericht zal ook vermelden waar men terecht kan om hiertegen een bezwaar te uiten.
Bij de beëindiging kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Het college van burgemeester en schepenen kan, zes maanden na de aanplakking en op voorwaarde dat geen bezwaar werd ingediend, de concessie terugnemen.
In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of een nis wegens openbaar belang of dienstnoodzakelijkheid, hebben de concessiehouders recht op een perceel van dezelfde oppervlakte of een nis van dezelfde grootte, op dezelfde of op een andere begraafplaats. De kosten voor de overbrenging van de stoffelijke overschotten en de graftekens zijn in dat geval ten laste van de gemeente.
Artikel 26: Nog bestaande constructies na afloop van de concessietermijn
Wanneer een concessie om welke reden dan ook een einde neemt, worden de nog bestaande ondergrondse constructies en graftekens die niet zijn weggenomen eigendom van het gemeentebestuur.
Artikel 27: Vervallen concessies
De graftekens, nissen en urnengraven die het voorwerp uitmaken van vervallen grafconcessies worden ontruimd bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
Indien de graftekens niet worden weggenomen binnen de gestelde termijn, zullen deze door het gemeentebestuur worden verwijderd.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de eventuele ontknekeling en herbestemming in een ossuarium na ontruiming.
Wanneer geconcedeerde columbariumnissen of urnengraven worden vrijgemaakt, zorgt het gemeentebestuur voor een verstrooiing van de as op de strooiweiden van de begraafplaats. De nabestaanden kunnen indien gewenst, na verloop van de termijn, een afspraak maken om desgewenst alsnog aanwezig te zijn bij de asverstrooiing.
Artikel 28: Retroactieve thuisbewaring (concessie)
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een begraafplaatsconcessie, in toepassing van artikel 24 en 24bis van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals gewijzigd, moet schriftelijk worden ingediend bij de dienst Burgerzaken door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten in eerste graad.
De aanvraag kan worden ingediend zolang de concessietermijn loopt of zolang de procedure tot hernieuwing van de concessie loopt.
De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag vermeld.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts eenmaal worden ingediend.
De geconcedeerde nis blijft gedurende een termijn van twee jaar voorbehouden. Deze termijn heeft geen invloed op de oorspronkelijk toegekende concessieduur.
Wanneer de thuisbewaring na twee jaar wordt beëindigd, kan de as van de overledene worden uitgestrooid op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats of kan de asurne opnieuw worden bijgezet of begraven in een begraafplaatsconcessie.
Indien de concessie tijdens de periode van thuisbewaring moet worden hernieuwd, zijn de modaliteiten inzake hernieuwing, zoals opgenomen in het huishoudelijk reglement, van toepassing. Indien de concessie tijdens deze periode niet wordt hernieuwd, vervalt zij.
Als na twee jaar de asurne niet wordt teruggebracht naar de begraafplaats, wordt de concessie ambtshalve opgeheven.
De betaalde concessieprijs kan geheel noch gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 6 – Graftekens
Artikel 29: Algemene bepalingen
Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich er tegen verzetten, heeft eenieder recht op het laten plaatsen van graftekens zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.
Het grafteken moet binnen 6 maanden na de begraving geplaatst worden en vereist voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.
Het verzoek tot plaatsen van een grafteken vermeldt volgende gegevens:
Er mogen geen graftekens geplaatst worden zonder vergunning en zonder de begraafplaatsmedewerker hiervan in kennis te hebben gesteld. Deze zal de juiste ligging van het graf of de concessie en de rooilijn aanduiden.
Graftekens die zonder vergunning geplaatst werden, kunnen worden verwijderd op kosten van diegenen die ze geplaatst hebben.
Op de niet-geconcedeerde percelen kan men het plaatsen van een grafmonument niet verplichten.
Bouwmaterialen (aarde, bouwstukken of andere) mogen niet op nabijgelegen graftekens geplaatst worden of terechtkomen.
Artikel 30: Identificatie van het grafteken
Aan elk graf en elke nis moet een gedenkteken of plaatje worden voorzien waarop minstens de volgende gegevens van de overledene worden vermeld:
Enkel het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om in het kader van de inrichting en de aanleg van de begraafplaats individuele afwijkingen aan grafzerken toe te staan.
Artikel 31: Beplantingen, bloemen en sierstukken (volle grond)
Niet-schadelijke of niet-hinderlijke beplantingen zijn toegestaan in de losse bodem van het graf. Deze beplantingen mogen niet buiten de standaardafmetingen van het graf overhangen of uitgroeien.
Het is toegestaan een graf te versieren met sierstukken zoals bloempotten, kransen en beelden die geen aanstoot geven. Deze moeten worden verwijderd wanneer zij beschadigd zijn of geen verzorgde indruk meer geven. Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen.
Beplantingen, bloemen en sierstukken die niet voldoen aan de bepalingen van dit artikel of verwelkt zijn, kunnen ambtshalve door het gemeentebestuur worden verwijderd.
Artikel 32: Beplantingen, bloemen en sierstukken op columbarium en strooiweide
Op de afdekplaat van een columbariumnis kan een siervaasje worden aangebracht. Aangebrachte bloemen en sierstukken mogen de naburige platen niet bedekken.
Het is niet toegestaan beplantingen en permanente sierstukken te plaatsen op de strooiweide.
Bloemstukken en bloemenkransen kunnen naar aanleiding van een bijzetting of asverstrooiing aan de voet van het columbarium en aan de rand van de strooiweide worden neergelegd.
Beplantingen, bloemen en sierstukken die niet (meer) voldoen aan de bepalingen van dit artikel of verwelkt zijn, kunnen ambtshalve worden verwijderd door de gemeentelijke diensten.
Artikel 33: Beplantingen, bloemen en sierstukken op het urnenveld
Het is niet toegestaan beplanting, eigen bedekkingsmateriaal of andere voorwerpen te plaatsen in de ruimte tussen de gedenkstenen. In de nieuw aangelegde urnenvelden is hiervoor een plantenbak voorzien vooraan de urnensteen.
Het is niet toegestaan vaste constructies op de gedenksteen te plaatsen of vaste beplanting aan te brengen.
In het nieuwe urnenveld (aangelegd sinds 2025) is het evenwel toegelaten om, overeenkomstig dit reglement, een vast fotoblokje te plaatsen.
Beplantingen, bloemen, sierstukken die niet voldoen aan de bepalingen van dit artikel, of die verwelkt, afgestorven of beschadigd zijn, kunnen ambtshalve door de gemeentelijke diensten worden verwijderd.
Artikel 34: Graftekens op niet-geconcedeerde graven in volle grond
Op een niet-geconcedeerd graf mag enkel een grafteken worden geplaatst dat bestaat uit een sokkel, al dan niet met een verticale grafsteen, of een ander gedenkteken, op voorwaarde dat de horizontale bovenplaat (sokkel) maximaal 50 cm lang en 98 cm breed is. De materiaalkeuze is vrij.
Indien een verticale plaat wordt geplaatst, mag deze maximaal 100 cm hoog zijn en moet zij op 3 cm van de achterzijde van de horizontale bodemplaat worden geplaatst.
Artikel 35: Grafmonumenten op geconcedeerde graven in volle grond
Een grafteken op een geconcedeerd graf moet 250 cm lang en 98 cm breed zijn. De materiaalkeuze is vrij.
Artikel 36: Afdekplaten op geconcedeerde en niet-geconcedeerde columbariumnissen
Met ingang van 1 juni 2026 worden afdekplaten niet langer via de gemeente besteld. De aanvrager staat zelf in voor de bestelling bij een steenkapper naar keuze.
De afdekplaat moet voldoen aan de volgende afmetingen en voorwaarden:
De afmetingen van een columbariumplaat achter het herdenkingsmonument bedragen 370 x 370 x 30 mm. Deze bepaling is enkel nog van toepassing bij bijzettingen.
Het grafteken moet binnen 6 maanden na de begraving geplaatst worden en vereist voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 37: Afdekplaten op geconcedeerde en niet-geconcedeerde urnenvelden
Met ingang van 1 juni 2026 worden afdekplaten niet langer via de gemeente besteld. De aanvrager staat zelf in voor de bestelling bij een steenkapper naar keuze.
De afdekplaat moet voldoen aan de volgende afmetingen en voorwaarden:
Het grafteken moet binnen 6 maanden na de begraving geplaatst worden en vereist voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 38: Naamplaatje herdenkingszuil strooiweide en sterretjesweide
Om de uniformiteit te waarborgen, moeten naamplaatjes via het gemeentebestuur worden besteld met een standaardformulier waarop het verschuldigde bedrag, de te graveren tekst en de identiteit van de aanvrager worden vermeld.
Artikel 39: Graftekens op het kinderperk
Een grafteken op het kinderperk moet 100 cm lang en 60 cm breed zijn. De materiaalkeuze is vrij.
Artikel 40: Overtredingen
Bij overtreding van de bepalingen van de artikelen 34 tot en met 39 kan de burgemeester, als hoofd van de administratieve politie, ambtshalve optreden op kosten en risico van de overtreder. De overtreder kan hiertegen geen verhaal instellen.
Hoofdstuk 7 – Onderhoud en verwaarlozing van graven
Artikel 41: Onderhoudsverplichting
Graven moeten onderhouden worden. Het onderhoud van de percelen en graftekens op de begraafplaatsen rust op de concessiehouder of, bij gebrek daaraan, op de nabestaanden of belanghebbenden.
Artikel 42: Verwaarlozing
De verantwoordelijke concessiehouder moet ieder grafteken dat bouwvallig of vervallen is, laten wegnemen of herstellen.
Verwaarlozing kan worden vastgesteld als een graf doorlopend onzindelijk, vervallen, ingestort, bouwvallig of door plantengroei overwoekerd is.
Verwaarlozing wordt vastgesteld in een akte van de burgemeester.
Deze akte blijft een jaar bij het graf en wordt tevens aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Na het verstrijken van deze termijn en bij niet-herstelling is het college van burgemeester en schepenen gemachtigd om de concessie te beëindigen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van het grafteken en de stoffelijke resten.
Op de grafmonumenten van de geconcedeerde percelen of bijzettingen, die gedurende een termijn van 2 jaar moeten bewaard worden, naar aanleiding van een retroactieve thuisbewaring van een asurne, kan een procedure van verwaarlozing worden toegepast.
Wanneer een grafteken zodanig verwaarloosd is dat deze een gevaar vormt voor de nabije omgeving, dan kan de burgemeester optreden om de toestand van de nabijgelegen grafmonumenten te vrijwaren.
Hoofdstuk 8 – Ontgravingen
Artikel 43: Algemene bepalingen
Ontgravingen zijn enkel mogelijk op bevel van de gerechtelijke overheid en op verzoek van belanghebbenden wegens ernstige redenen, mits een voorafgaande machtiging van de burgemeester.
De kosten voor een ontgraving zijn vastgelegd in een retributiereglement. Voorwaarden voor vrijstellingen voor deze kosten zijn opgenomen in het retributiereglement.
Artikel 44: Ontgraving en herbegraven
De overlevende echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner en de bloedverwanten van de eerste graad richten een aanvraag tot ontgraving schriftelijk aan de burgemeester.
Ingeval van herbegraven moet vooraf een toelating tot herbegraven worden bekomen op een gemeentelijke begraafplaats of een begraafplaats buiten de gemeente.
Het stoffelijk overschot moet onmiddellijk naar de nieuwe bestemming worden vervoerd en begraven, mits inachtneming van alle voorschriften ter zake.
Ingeval van crematie, wordt de as behandeld overeenkomstig artikel 19 tot 24 van het decreet.
Artikel 45: Bijzondere bepalingen
Er wordt geen ontgraving toegestaan voor overbrenging van een stoffelijk overschot naar een niet-geconcedeerd graf of voor overbrenging van een asurne naar een niet-geconcedeerde nis.
Er kan wel toelating verleend worden voor asverstrooiing of retroactieve thuisbewaring van de as.
Artikel 46: Toegelaten personen bij ontgravingen
Bij een collectieve ontgraving wordt de begraafplaats tijdelijk gesloten en wordt de betrokken zone afgeschermd. Bij een individuele ontgraving wordt het betrokken graf afgeschermd. De dag en het uur van de ontgraving worden vastgesteld door de burgemeester. Enkel personen die daartoe door de burgemeester zijn gemachtigd, worden tot de ontgraving toegelaten.
Artikel 47: Sluiting van de begraafplaats
De concessiehouder kan geen aanspraak maken op enige schadevergoeding in geval van sluiting of wijziging van de bestemming van de begraafplaats, noch in geval van intrekking van een geconcedeerd graf, een columbariumnis of een perceel op het urnenveld om redenen van openbaar belang of dienstnoodwendigheden.
De concessiehouders hebben in geval van sluiting van de begraafplaats enkel recht op de kosteloze verwerving van een grondperceel van eenzelfde oppervlakte of van een columbariumnis of urnenveld van hetzelfde volume, op een gemeentelijke begraafplaats of een begraafplaats buiten de gemeente, tot het eind van de concessietermijn.
Voor niet-geconcedeerde graven blijft de nog lopende graftermijn behouden onder dezelfde voorwaarden.
De eventuele kosten van de overbrenging van de stoffelijke overschotten, asurnen of graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Hoofdstuk 9 – Graven van lokaal historisch belang
Artikel 48: Lijst van lokaal historisch belang (funerair erfgoed)
In overeenstemming met artikel 26 van het decreet en daaraan verwante beleidsstukken bepaalt het college van burgemeester en schepenen autonoom welke graven van lokaal historisch belang zijn.
De lijst van de graven van lokaal historisch belang kan enkel graftekens bevatten, waarvan de concessie is opgeheven of die in aanmerking komen voor ontruiming.
Op de lijst zullen enkel de grafmonumenten opgenomen worden die een historische, artistieke, volkskundige of socio-culturele waarde hebben en die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.
Deze grafmonumenten worden gedurende minstens 50 jaar bewaard. Deze termijn kan door het college van burgemeester en schepenen worden verlengd. Het onderhoud is ten laste van de gemeente.
Artikel 49: Peterschap
Organisaties, personen of groepen kunnen kosteloos het peterschap verwerven over een grafteken waarvan de concessie is verlopen. In ruil verbinden zij zich ertoe het grafteken te onderhouden. Het college van burgemeester en schepenen keurt de aanvragen voor peterschap van bestaande graftekens goed.
Peterschap wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Hoofdstuk 10 – Samen begraven met een gezelschapsdier
Artikel 50: Bijzetten van assen van gezelschapsdieren
De asurne met de as van een eerder overleden en gecremeerd gezelschapsdier kan worden bijgezet of mee begraven. Dit is enkel mogelijk op het moment van de initiële begraving. Een bijzetting op een later tijdstip is niet toegestaan. De mogelijkheden met betrekking tot de bij te plaatsen asurne worden vooraf besproken met de grafmaker.
Onder gezelschapsdier wordt verstaan: elk dier dat tam is en traditioneel in huis wordt gehouden voor gezelschap of emotionele steun.
De asurne mag niet biologisch afbreekbaar zijn, om vermenging van de as te voorkomen. Het is bijgevolg niet toegestaan de as van een gezelschapsdier uit te strooien op de strooiweide.
De asurne van het gezelschapsdier maakt geen deel uit van een concessie en kan bijgevolg worden bijgezet in zowel geconcedeerde als niet-geconcedeerde graven. De asurne mag echter nooit de plaats van een persoon innemen.
Bij de beëindiging van het perceel waarin het gezelschapsdier werd begraven, wordt de as van het gezelschapsdier uitgestrooid op een daartoe voorziene plaats buiten de gemeentelijke begraafplaatsen.
Hoofdstuk 11 – Slotbepaling
Artikel 51
Alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, worden beslist door het college van burgemeester en schepenen, voor zover deze bevoegdheid niet door wet, decreet of besluit aan een andere overheid is toegewezen.